“De Friezen hebben hun landschap om zeep geholpen”

Om met de deur in huis te vallen: een groot deel van Fryslân is opgeofferd aan de schaalvergroting in de (zuivel)landbouw. De efficiency waarmee we ons weidelandschap hebben beroofd van z’n schoonheid en natuurlijke waarden heeft echter z’n langste tijd gehad. Weg met die oneindige grasmatten! Op naar een biodivers aantrekkelijk landschap zonder pijn en met een gezond klimaat. Kunnen we ook weer lekker genieten tijdens het wandelen en fietsen!

Vorig weekend las ik een ingetogen stuk in LC over de voortdurende aantasting van het bijzondere coulisselandschap rondom Bitgummole. Het is schrijnend te lezen hoezeer bewoners bijna worden gedwarsboomd in hun streven landschappelijke en natuurhistorische waarde te behouden. Het leed verergert dag na dag, de schaalvergroting in de landbouw dendert voort, alsof het walhalla alsnog kan worden bereikt. Dat terwijl in boerenkringen zelfs een van de grootste accountantsorganisaties, Countus, al tot vaststelling is gekomen dat het schaalvergrotingsverdienmodel volledig achterhaald is. Voor de boer, voor z’n inkomen, voor zijn grond, voor de kwaliteit van ons voedsel en voor onze leefomgeving. Alleen een paar grootbanken en megazuivelfabrieken eten er goed van.

Er op uit!

De provincie wil graag het wandelen en fietsen in Fryslân stimuleren en Recreatieschap Marrekrite sluit daar goed bij aan met een oproep in de krant gisteren voor steviger promotie van de milieuvriendelijke vrijetijdsbestedingen. Het draagt positief bij aan milieu en gezondheid en past uitstekend bij ons kleinschalige en fijnmazige landschap met goed bereikbare buurtschappen en dorpen. Er staat alleen nog niet bij dat er stevig geinvesteerd moet worden in de verbetering en completering van het netwerk van fiets- en wandelpaden en de aansluiting naar met name de dorpen; want als je wilt dat wandelen en fietsen gaat bijdragen, moet het wel omarmd door ons allemaal. En: laten we het alsjeblieft niet alleen doen voor ‘de toerist’ maar ook gewoon voor onszelf. Er op uit in eigen provincie!

‘n Torenflat aan de Herengracht

‘n Prima gedachte, ware het niet dat ons eens zo mooie landschap effectief naar de verdommenis is geholpen. Geert Mak liet het twee jaar geleden optekenen in Noorderbreedte (6 april 2017) naar aanleiding van de discussie en het boek over #landschapspijn van Jantien de Boer (@Jantienlc). Mak zei het treffend: “De Friezen hebben hun landschap om zeep geholpen. Alsof er een torenflat aan de Amsterdamse Herengracht is gebouwd, zo vervreemdend zijn de laatste veranderingen in het Friese weidelandschap. Wij willen controle terug over ons bestaan en over het landschap.”

Weg met drijfmest en krachtvoer

De aantrekkelijkheid van een ooit zo afwisselend landschap, dat per streek zo kenmerkend verschilde in begroeiing en beleving is verpatst aan efficiënt grondgebruik ten behoeve van met name de zuivelindustrie. Eindeloze grasmatten in vijftig tinten groen wisselen elkaar af, bomen leggen stuk voor stuk het loodje. Lekker wandelen en fietsen hoor, je kunt alle kanten opkijken zonder enige vorm van afwisseling, intimiteit of beschutting.

Sinds dat moment, twee jaar geleden, zijn we nauwelijks opgeschoten. Hier en daar een berm met bloemen maar dat is het wel. Ik pleit voor heldere keuzes. Gezond Boeren op een gezonde bodem, met korte voedselketens en betaalbare voeding, de boer weer producent voor z’n omgeving op meer gemengd bedrijf in een aantrekkelijke omgeving. Op naar de menselijke maat en biodiversiteit. Met de opgedane kennis van de afgelopen honderden jaren kunnen we goed vooruit. Beter en gezonder. Zonder industriële landbouw, drijfmest en geimporteerd krachtvoer. Tijd voor een goed gesprek.

Met uw keus maakt provincie transitie mogelijk

We moeten de boeren wel willen helpen, perspectief bieden naar transitie in de nabije toekomst. Gelukkig zijn er komende maand verkiezingen voor onze provincie. Het ideale moment om te kiezen voor omslag naar duurzaamheid, voor klimaat, voor ons landschap, ons eten en onze gezondheid. De provincie is de grootste beslisser over onze ruimtelijke omgeving en de inrichting daarvan. Ze draait aan de knoppen van de bestemming van onze grond en onze ruimte. Wil de provincie dat er minder grond beschikbaar komt voor intensieve landbouw, is zij het die het mogelijk maakt. Wil ze een commercieel megawindpark in het IJsselmeer? Dan kan dat, zo moeten we met spijt in het hart vaststellen. Wil ze het aantal geitenhouderijen inperken? Een vergadering en het is in gang gezet.

Perspectief zonder pijn

Bestemmingen, voorwaarden en bepalingen moeten gewijzigd om ruimte te bieden aan gezond boeren in Fryslân. De provincie kan bovendien met overheidsgeld boeren helpen middels voorfinanciering de keuze te maken voor gezonde, duurzame bedrijfsvoering of afscheid te nemen van een verlieslatend bedrijf. Boeren en burgers maken het Friese land: we moeten elkaar niet over de kling jagen in schuldvraag, maar elkaar bijstaan naar een toekomst met gezonde boerenbedrijven en een mooi, aantrekkelijk, biodivers landschap. Grip op bestaan en omgeving. Perspectief zonder pijn. Niet langer wachten. Het levert naast klimaat- en gezondheidswinst ook een geweldig, aantrekkelijk landschap om te wandelen, te fietsen en onderweg heerlijk te genieten.

Alles begint met een plan, het plan voor Fryslân: #FRL2030.

Lees op uw gemak: https://www.natuurlijk-fryslan.nl/issue/landschapspijn/

Zelfs de kledingindustrie is er klaar mee!

#biodiversiteit #PS2019 #landschapspijn

Arno Brok: maizena in ‘t Fries of…het snobisme van de krant

2017: Friesland krijgt een nieuwe chef, Arno Brok. Van harte en welkom. De LC- verslaggever gaat er vanuit dat de nieuwe commissaris vooral Friestalig z’n ding doet. Aanleiding voor dit blog is een Fries- Nederlandstalig interview met de man die straks de Friezen vertegenwoordigt.

Arno Brok, bejubeld bij benoeming. Arno Brok, commissaris van de Koning (CvdK): voorzitter van de Staten; voorzitter en lid van GS; houdt toezicht op openbare orde en veiligheid, is coördinator bij rampen; waakt over bestuurlijke integriteit en bevordert samenwerking in de provincie; adviseert de regering over het beleid ten aanzien van een provincie en geniet daarnaast een ceremoniële rol. Ik zeg, hij is het gezicht van de provincie.

In artikelen in de Leeuwarder Courant pal voor kerst over de aanstaande commissaris van de Koning vallen me een paar zaken op. Op de LC- voorpagina na bekendmaking, staat een ‘analyse’ met daar in provinciale politici die heel hard piketpaaltjes slaan. Welkom voor Brok, maar vooral “Denk-niet-dat-u-ook-maar-iets-te-zeggen-heeft-, wij-hebben-de-macht’ teksten, alsof Arno Brok de tekst van de volledig in de twee Rijkstalen opgestelde vacature nog niet helemaal gelezen of begrepen heeft. ‘t Friesch Dagblad doet wat pluriformiteit vermag en signaleert grappig genoeg een positieve, verwelkomende toon in diezelfde Staten. Wie oh wie is er waarom in alle staten?

Maizena tijdens antwoorden uit Dordt

Opvallender vond ik het interview met Arno Brok in dezelfde Leeuwarder Courant (al sinds 1752 verschijnend onder die mooie Nederlandsche naam) onder de kop Ik wol de maizena wêze“. Ik ben in verwarring: inleiding en vragen in het Nederlands, antwoorden van Brok in het Fries. Waarom deze dubbele weergave en waarom Brok in het Fries? Ik mail met z’n woordvoerster in Dordt en ga ondertussen aan de slag met maizena, waar Brok zo van is, want hij wil de maizena van Friesland zijn.

Schrijvers van foodblogs vallen met de deur in m’n digitale huis dat ‘iedereen wel zo’n pakje heeft staan’. Het door Amerikanen verzonnen, uit mais verkregen bindmiddel en door Unilever ingelijfde product schijnt nog steeds populair. Niet voor mij, ik heb er nooit wat mee gehad. Het nadeel, zo verneem ik van menig kok en foodblogschrijver, is dat maizena niet het ideale bindmiddel blijkt; het bindt bijvoorbeeld zure gerechten noch koude sauzen en is minder geschikt voor stoofschotels, want het mag niet langdurig aan de kook geraken.

Na een week wachten op Dordtse antwoorden (het is druk met oud en nieuw) en een duidend telefoongesprek nadien met een woordvoerster die m’n vragen eerst niet relevant acht, is er tenminste duidelijkheid. Het hele gesprek met Brok is in ‘t Fries gegaan, waarbij Brok de taal heeft gevolgd van de vragensteller. Om woordvoerster te citeren: “Als de vragen daadwerkelijk in het Nederlands zouden zijn gesteld, had de heer Brok ook in het Nederlands geantwoord. U kunt er dus vanuit gaan dat de vragen in het Fries gesteld zijn. Dat de Leeuwarder Courant de vragen in het Nederlands afdrukt, is een keuze van de krant.”

Mengeling van redactiestatuut en praktijk

Ik vraag ‘t de krant: waarom die tweespalt in de weergave en – als Brok antwoordt in de taal die de vragensteller hanteert – waarom doet u dat, wetende dat Brok chef is voor alle Friezen en zelf geen geboren Fries? Ik leg het voor aan de verslaggever in kwestie, Willem Bosma, die per mail adequaat met het volgende antwoord komt.

(Bosma:)-1. De weergave van het vraaggesprek is conform het taalbeleid van de redactie. De voertaal van de redactie is in het algemene gedeelte van de LC Nederlands, met dien verstande dat mensen die Fries of een Fries streekdialect spreken worden geciteerd in die taal. De grondslag voor die keuze ligt besloten in de redactionele uitgangspunten van de LC, waarvan de bevordering van de ontplooiing van het Fries expliciet onderdeel is.

Vanzelfsprekend heb ik het gesprek met Brok in het Fries gevoerd, maar dit geldt evenzeer voor contacten met heel veel andere mensen in de provincie – die wel in het Fries worden geciteerd, terwijl de context in het Nederlands wordt afgedrukt.

2. Ervan uitgaande dat je tweede vraag betrekking heeft op mijn keuze in het Fries met Brok te converseren: in lijn met de redactionele praktijk is bij dit besluit inzicht in de taalkeuze van de geïnterviewde leidend geweest. Brok spreekt Fries met mensen die van huis uit Friestalig zijn – met mij doet hij dat al zo’n twintig jaar. De redactie treedt niet in zijn keuze.(einde quote Willem Bosma).

Terwijl ik het toch van woordvoerster in Dordt net andersom begreep; had Bosma het gesprek in het Nederlands aangevangen, zou Brok in het Nederlands hebben geantwoord. Verslaggever Bosma in Leeuwarden maakt zijn antwoord boeiend voor mij als hij het volgende aan z’n mail toevoegt:
“Stukje opinie van mij: a. Het lijkt mij niet relevant wat Broks moedertaal is. Als commissaris zal hij zich maar weinig van het Nederlands bedienen, is mijn prognose. b. Of hij daarmee miskent CvdK van alle Friezen te zijn, lijkt me discutabel. Het ambt is per slot van rekening geen commerciële functie, waarin je jasje moet wapperen naar de wind.” Was getekend, Willem Bosma.

Krampachtig

Het lijkt mij relevant wie je wilt bereiken.; de waarde van de boodschap van de nieuwe CvdK zou voor mij groter zijn dan het bereiken van de Friestaligen (waarmee ik niet in het minst wil suggereren dat zij die zich niet van het Fries bedienen, deze taal niet machtig zijn).

Dat je als verslaggever aanneemt dat de CvdK zich voornamelijk van het Fries zal bedienen, vind ik nogal wat…en, ik heb toch niet gesuggereerd dat Brok miskent van alle Friezen te zijn als hij slechts Fries zou spreken? Wellicht is je de zinsnede in de profielschets ontgaan dat de CvdK boven de partijen dient te staan. Waar ik aan toevoeg dat je dat ‘t best bereikt als je in staat bent, je respectvol te verstaan met een ieder…en constateer dat het krampachtig vasthouden aan ‘zoveel mogelijk Fries in de grootste krant van dit stukje land, eerder belerend dan constructief overkomt. Ik verwijs naar uw krant van zaterdag jl. waarin Pieter Bergstra betoogt dat ‘t huidige Fries meer een dialect is dan een taal.

Snobisme en revolutionaire tijden

Tot slot. Het ambt is zeker geen commerciële functie, hoewel een commissaris (en zeker van deze Koning en regering) gerust een gezond ondernemend hart en instinct mag hebben, want onze markteconomie is tot wij haar inruilen voor iets anders of beters, de pijler van onze welvaart. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in de uitgebreide profielschets voor de komende CvdK het woord ‘economie’ frequent de revue passeert, niet in het minst daar waar van de CvdK verwacht wordt dat hij zich inspant voor versterking er van.

De suggestie dat je in een commerciële functie je jasje altijd naar de wind laat wapperen, is snobistisch en aanmatigend, zeker naar hen met zo’n jasje, bevestigt onbegrip en schetst het nu hulpeloze beeld van  ‘n verslaggever van onze Courant die meent de waarheid in pacht te kunnen hebben.
Het wordt tijd om het vaker over de werkelijke uitdagingen voor Friesland en het noorden te hebben: hoe behouden (of verbeteren) we welzijn en welvaart voor een ieder in deze zeer sterk veranderende en deels zelfs revolutionaire tijden. Dat vereist fundamenteel gesprek met aansluitende maatschappelijke, politieke keuzes en dus ook substantiële relevante media- aandacht.