WTC (2): het kalf en de put

Als het kalf verdronken is, dempt men de put. Geen hogere wiskunde, wel schering en inslag. De Leeuwarder raad koerst af op een verdronken kalf. Laten we een diepe put graven.

Je voelde het aankomen met de bijna 10.000 extra detailhandelsmeters in het WTC- gebied. De liefde voor Cambuur is allesomvattend, dus nog meer risico’s voor leegstand in Leeuwarden worden gepermitteerd. D66 vindt na 1.000 keer getwitterd te hebben dat “Cambuur” absoluut moet doorgaan, nu plots dat de Aldi toch wel naar de Centrale moet mogen in het kader van eerlijk verdelen. En ja hoor, toen werd Gijs Gemeentebelangen Jacobse in Camminghaburen wakker. Zou dat plannetje van D66 niet leiden tot verdere winkelleegloop in zijn wijk? Hij vindt het nu tijd voor inspraak. Ik noem dat mosterd na de bekende maaltijd. Als het echt gaat om alleen verplaatsing, waarom dan naar deze locatie buiten woonwijken?

Onderbouwing

Het college van wijze mannen en een vrouw heeft alle documenten voor het WTC- instemmingsdebat van morgenavond toegevoegd aan de agenda. Zeker, er is leegstand; zeker, de provinciale bijdrage is nog ongewis; nee, er is kennelijk nog geen overleg geweest met andere gemeenten over nog meer detailhandel in Leeuwarden. En: ik heb ook nog enkel geen argument gelezen voor uitbreiding van het aantal meters detailhandel. Maar toch…laten we het afscheid van wethouder Deinum niet vervelen met negatief gedoe. In Heerenveen staan ze een overdreven grote Van der Valk voor op een slecht gekozen plek, alleen omdat ze vinden dat Heerenveen wel wat minder bescheiden mag doen, dan mogen wij in de hoofdstad toch meer winkelmeters toestaan tegen iedere logica in? Waar halen die supers hun kopers vandaan en hoe zit het straks met nieuwe wijkontwikkelingen? Op een laat moment (vanavond, dinsdag 22 januari) voegt het college het rapport “Ladder van duurzame verstedelijking” toe: belangrijkste conclusie op winkelgebied? De markt – vertelt de ladder- heeft een maximale behoefte van 700 vierkante meter, de toevoeging op het WTC- gebied voorziet in 3.852 meter. Dat is vast duurzaam.

Verkeerscongestie en lege etalages

Ik lees sombere brieven bij de raadsstukken over ‘t WTC, winkelcentrum Zaailand ziet haar einde zonder steun van de gemeente naderen (“…en Cambuur is toch ook een onderneming”?), Jumbo Van Loonstraat begrijpt het niet meer want er zijn al jaren te veel supermarkten, Wijkbelang Westeinde heeft zorgen over de toekomst van haar buurtsupers, Camminghaburen is mistroostig over de Centrale- plannen. In de raad praten ze gemakshalve niet over noodzakelijke winkels in de wijk dichtbij omdat dat menselijkerwijs duurzamer is, omdat het bijvoorbeeld ook onze vergrijzende bevolking (dat zijn wij….) ten goede komt. We hebben besloten dat Cambuur er moet komen en omdat er rapporten liggen die zeggen dat het goed is, is het goed. Maar kan ieder raadslid uitleggen waarom en voor wie het goed is en uitleggen waarom niet breder met andere gemeenten is overlegd en of dit duurzame stadsontwikkeling is?

Laat mensen nog vaker met de auto boodschappen doen in moderne supermarkten verderop, laat werklozen straks participerend vers-boodschappen voor bejaarden doen, doe er nog een Chinese Kruidvat bij voor extra containers rotzooi, laat meer verse waren onder vaak twijfelachtige omstandigheden met nog meer vervoersbeweging door de stad gaan. Voor de binnenstad maken we straks wel een plan en dan komt alles goed, de flow van 2018 hangt als een deken van goedgelovigheid in de raadszaal. We verzuipen straks in verkeerscongestie, verstikken in vervuiling en kijken aan tegen lege etalages. Geen probleem toch? Een kalf meer of minder, ach, een kniesoor… We graven een diepe put en wanneer en waarmee we die gaan dempen weet ik niet. ‘We’ houden toch van Cambuur? Dag Gijs, dag Julie, dag Henk!

Ontwikkeling WTC: belastinggeld financiert leegstand

Het WTC- gebied en het nieuwe Cambuurstadion staan in de schijnwerpers. De gemeenteraad is aan zet: hoe kijkt zij aan tegen de majeure uitbreiding van winkel- en horecaoppervlakte die zo behendig is vervlochten met de bouw van het stadion? Het toverwoord “Cambuur” lijkt een kritische weging van de planontwikkeling in de weg te staan. Toch betalen wij er de rekening voor.

De planologische ontwikkeling van het WTC- gebied is gevoed door de wens van een nieuw Cambuurstadion en komt voor decennia vast te staan. Die wens staat een nuchtere weging tussen maatschappelijk en privaat belang in de weg. Het belang van een nieuw Cambuurstadion is iets heel anders dan gebiedsontwikkeling vol detailhandel, leisure en megahoreca. De projectontwikkelaars voelen het wensdenken voor een nieuw voetbalstadion heel goed aan en weten dat de koppeling van stadion aan hun wensen de kans van slagen voor het geheel vele malen groter maakt. Het is aan de gemeenteraad scherp het onderscheid te blijven maken, want zij -en daarmee de stad- betaalt een deel van de (maatschappelijke) rekening. De noodzaak om duurzamer te denken vraagt om stevige reflectie op de plannen. Want met de kennis van nu, doe je morgen niet meer wat je gisteren misschien nog wel zou doen. ,,De bal ligt op de stip”, zei burgemeester Crone hoopvol in z’n nieuwjaarstoespraak. ,,We hebben een lange aanloop genomen, dus is het tijd de bal in te schieten.” De vraag is wel hoe verwoestend de bal is die de raad geacht wordt in te schieten.

Ik heb eerder mijn twijfels geuit over het nieuwe Cambuurstadion, maar de tijd maakt verzet zinloos. Het Cambuurhart van een deel van Leeuwarden en de intensiteit van de Leeuwarder politiek om dat geel- blauwe hart te behagen, is zo groot dat een goed gesprek over nut, noodzaak en wenselijkheid van een nieuw stadion op een andere locatie dan de huidige, verleden tijd is. Een nieuw voetbalstadion bouwen is echter iets anders dan met inzet van miljoenen belastinggeld de stad op te zadelen met duizenden meters overbodige winkel- en horecaruimte.

Bouwen voor de leegstand

We weten dat voor Fryslân een verdere daling van het inwoneraantal is voorzien, ook al groeit studentenstad Leeuwarden nog even. Het gemiddelde inkomensniveau ligt in heel Fryslân onder het landelijk gemiddelde en dat cijfer is met 12 tot 14 procentpunten het meest negatief in dit deel van de provincie, het gebied inclusief Leeuwarden; het in de afgelopen jaren al fors toegenomen winkelmeters veroorzaakt meer en meer leegstand en afstemming tussen gemeenten over de invulling van de “retail” in de provincie is noodzakelijk. (Uit: Koopstromenonderzoek provincie Fryslân 2017. ) Dat zijn interessante gegevens op het moment dat de lokale overheid Leeuwarden met beoogde geldelijke steun van provincie Fryslân investeert in de combinatie van voetbalstadion met detailhandel.

Gemeente faciliteert kannibalisme

Leeuwarden geldt als koopstad van Fryslân vanuit een traditionele detailhandelsvisie. In de toekomst van de retail gaat het echter over verdere afname van het totaal aantal vierkante meters, over meer diversiteit en verschuiving, meer beleving en mengvormen, over verdere schaalvergroting en vooral over de effecten van technologische ontwikkeling, online koopgedrag en gevolgen zoals toenemende 24- uurs distributie. In het Koopstromenonderzoek en in veel andere retailvisies, is een ding heel duidelijk: er zijn al jaren te veel meters winkeloppervlak en iedere uitbreiding gaat ten koste van het bestaande. Bij het WTC komt meer dan 20.000 vierkante meter extra winkelruimte. Dat gaat ten koste van winkelruimte elders in de (binnen)stad. Dat betekent dat de gemeente bouwen voor de leegstand faciliteert.

Voor de voorziene meters mega- horeca op het WTC geldt hetzelfde: de grenzen aan de groei zijn bereikt, dus wat wil je als gemeente mogelijk maken? LF2018 was een eenmalig groots feest in economisch en dus ook horeca- opzicht. Nieuwe, grote horecazaken aan de rand van de (binnen)stad, zullen echter kannibaliserend werken, omdat het aantal mensen dat er komt, nu niet bepaald toeneemt, eerder af. Faciliteert de gemeente dat omdat “we” een nieuw Cambuurstadion willen; wat heeft het een met het ander te maken? De projectontwikkelaars hebben het al vaker gezegd in dit dossier: het één kan niet zonder het ander en gaat het één niet door, komt er geen stadion van Cambuur. Dat is slechts hun wens, want maatschappelijk zijn die winkelmeters onwenselijk en is het heel ongezond te sturen op de angst dat “we” anders geen nieuw stadion “krijgen.” Dat mag jij dan als volksvertegenwoordiger uitleggen, lijken ze te willen zeggen.

Raadsleden hebben verantwoordelijkheid

Duurzaamheid en circulaire economie zijn begrippen die je zelden leest in beleid over detailhandel of hoort in de retailbranche. In Leeuwarden gebruikt het college die woorden als het haar uitkomt, maar in planologie en retail- ontwikkeling zie ik het nog niet terug. Vreemd voor een stad die zegt zoveel duurzame ambities te hebben. Tegelijk ook niet vreemd, want detailhandel en retail in brede zin, zijn bij uitstek exponenten gebleken van economische groei: het dogma van kopen, kopen en nog meer, nog vaker, sneller en goedkoper kopen. Zoals ik vorige week schreef in mijn #container-blog: het kan, dus het moet.

Raadsleden zijn behalve mede- beleidsmakers ook consumenten en hebben dus een stevige verantwoordelijkheid. Wat maken zij mogelijk met die extra vierkante meters winkelruimte en horeca, of, wat verwoesten ze? Voor wie doen ze dat? Hoe sociaal- economisch duurzaam is dit voor de stad, haar inwoners, bestaande bedrijven, hun personeel en ons leefmilieu?

Duurzaam ontwikkelen

Er kunnen nog veel vragen worden gesteld bij de ontwikkeling van het WTC winkelgebied. Hoeveel ruimte en hoeveel belastinggeld wil de gemeenteraad van Leeuwarden bieden aan niet-duurzame en kannibaliserende winkel- en horecameters? Is er zoals in 2017 in het Koopstromenonderzoek van provincie Fryslân duidelijk geadviseerd, overleg geweest inzake detailhandel ontwikkeling met andere gemeenten en wat zijn de uitkomsten? Hoe graag faciliteert de gemeenteraad veel meer extra autoverkeer met alle overlast voor de omgeving? Hoe graag wil je meewerken om een deel van de binnenstad die je met z’n allen zo bejubelt, gestaag af te breken met behulp van belastinggeld? Hoeveel zijn alle andere bouwmarkten, meubel, woninginrichtingszaken en wijkwinkels je waard? Wie zet onder al die overbodige vierkante retail, bioscoop en megahorecameters met gevoel en urgentie voor deze tijd van klimaatdenken, duurzame ontwikkeling en gezond financieel beleid zijn of haar handtekening? Het argument dat de tijd voor Cambuur dringt is ongezond. Het stuurt op angst in plaats van rationele overwegingen voor een duurzame stad.

De wens voor een nieuw Cambuurstadion mag niet als argument gebruikt worden om het WTC- gebied in de voorgenomen richting te ontwikkelen. Deze ontwikkeling is financieel en maatschappelijk kostbaar: miljoenen van de stad gaan straks ten koste van onze (binnen)stad, van onze leefomgeving en een meer duurzame toekomst. Met de kennis van nu en de snel toenemende relevantie van duurzamer denken, moet het plan ten aanzien van de vele meters extra commerciële ruimte serieus worden heroverwogen. Want wat goed is voor de portemonnee van vastgoed- en projectontwikkelaars, is niet automatisch goed voor Leeuwarden.

Het bestaansrecht van Leeuwarder broedplaatsen

De nalatenschap van Culturele Hoofdstad 2018 bestaat in Leeuwarden niet uit een veelvoud aan succesvolle creatieve broedplaatsen. Daarvoor kijken creatieven kunstenaars te weinig naar hun bestaansrecht. Leunen op de overheid is niet creatief.

Om de paar weken popt er een bijdrage op over het belang van creatieve broedplaatsen. Wethouder der Broedplaatsen Hilde Tjeerdema broedde pal voor Kerst iets uit over #broedplaatsen en Pieter de Groot meent daarop in de LC dat de gemeente te traag is met beleid, te karig is met slechts het aanstellen van een paar “aanjagers” en dat “de kunstenaars” meer is beloofd in de voorbije jaren. Wat er dan beloofd is, weet ik niet, maar het heeft iets met faciliteren van doen. Dat leest altijd heel actief en je kunt er alle kanten mee op. Maar dat was in elk geval nog voor Culturele Hoofdstad, voor dit college aantrad en ruim voor het financieel besef en de pijn van het ontwrichte sociale domein was doorgedrongen.

Wentelen in luxe

Culturele Hoofdstad – een overheidsinitiatief- was een enorme culturele en economische katalysator, ook in het aantrekken van creatieven. Dat jaar is nu voorbij, en dus moeten we niet achterom maar vooruit kijken. Een deel van die aangespoelde creatieven is naar een andere in hun ogen kansrijke plek vertrokken, anderen hangen nog aan het overheidsinfuus en weer anderen lijken zich nog even te wentelen in de luxe die ze door en tijdens LF2018 ten deel is gevallen.

Dat broedplaatsen eerder een goede relatie met gratis geld hadden van overheidszijde, kan als iets van toen en van voorbij worden beschouwd. Het is niet goed, want gratis geld prikkelt niet, stimuleert slechts berusting in tijdelijk comfort en wordt na verloop van tijd een slechte gewoonte. Ik geloof er niet in: als we overheidsgeld inzetten moet het naar mijn opvatting een verifieerbaar maatschappelijk doel dienen en moet het in in elk geval deels terugkeren in de overheidskas om ook anderen in staat te stellen de aanzet te maken dat hogere doel te bereiken. Inderdaad, dat vereist voor de ontvanger behalve een droom of overtuiging ook realisme en ondernemerszin. Laat je die voorwaarden weg, dan gebeurt meestal wat we juist niet willen: ‘we’ constateren dat het geld kost dat we niet kunnen of langer willen verantwoorden en snijden de subsidie bij de wortels af.

Onze inzet

Een gemeente mag en moet zelfs voor mij belastinggeld uitgeven om cultuur te stimuleren, want ik geloof in de toevoegende waarde daarvan voor mens en maatschappij. Het vergt van het bestuur vooral een heldere kijk, een visie op de rol van kunst en cultuur en van concrete kaders. Zo’n visie vergt echter veel meer dan een notitie over #broedplaatsen, zeker nu de Grote Impuls van 2018 ten einde is; het schijnt dat er een bestuurlijke club onder de noemer van Agenda 2028 aan het brainstormen is, maar die storm is nog niet uitgewoed, laat staan uitgebroed. Maar nu het over broedplaatsen gaat, kan ik me voorstellen dat de gemeente “faciliteren” eerst en vooral verheldert.

De andere kant: onze inzet. Ik geloof in individuele kracht, bijdrage en reflectie van kunstenaars, creatievelingen en cultuurmakers; als de overheid bijdraagt, mogen we van onszelf verwachten dat wij relevantie en bestaansrecht bewijzen. Als blijkt dat je alleen maar kunt bestaan als kunstenaar of creatief als je volledig gesubsidieerd je werk doet, als je jezelf niet eens wilt inschrijven als zelfstandige en daar naar handelt, dan vind ik dat je of moet stoppen of dat je anderszins inkomen genereert om in je eigen “kunstenaarschap” te voorzien.

Daadkrachtig bestuur

Gemeente: ga met de wereld om u heen in gesprek, kom met heldere kaders en voorwaarden voor de creatieve sector, geef een prikkelende stimulans, bied onder heldere voorwaarden tegemoetkoming in de kosten van onderdak gedurende omschreven perioden, omdat een zetje heel goed kan helpen. Maak een loket waar mensen kunnen aankloppen met cultureel initiatief en waar mensen ook concreet geholpen worden, investeer in ruimten en in initiatieven om kleinschalige maakindustrie, ambacht, vakmanschap en creatieven samen te brengen en breng bedrijven en vastgoedeigenaren samen met creatieven om te kijken wat je wel kunt betekenen. En ja, leg jezelf vooral op om binnen nu en een paar maanden alsnog met een visie te komen op kunst en cultuurbeleid. Dat mogen we toch wel verwachten van een daadkrachtig bestuur dat graag aan de slag is en op resultaat stuurt?

Werrukuh!

Kunstenaars, creatieven en cultuurmakers: we moeten het vooral ook zelf en altijd blijven doen. Of je doet het zelf omdat je daarin gelooft of je doet het (deels, soms en tijdelijk) samen met anderen. Maar onderneem, initieer, maak je werk zichtbaar, toon je kunsten, smeed dwarsverbanden, organiseer coalities, richt corporaties, winkels of samenwerkingen op. Prikkel jezelf, daag elkaar uit en verras jezelf, de wereld en de overheid om je heen met kunstuitingen, geschriften, beelden, muziek, geluid, manifestaties, tentoonstellingen, mini-festivals, video’s, blogs, games en kranten vol gedichten.

Het begint altijd bij jezelf, nooit bij een broedplaats om een broedplaats. Creativiteit komt voort uit jezelf , met tranen en een lach, met blijheid, intens geluk, woede, frustratie en alle andere emotie die er is; het komt er uit als jij het wilt. Op je zolderkamer, in een geleende fabriekshal, op je overloop, in een boot of in een weiland. Soms hier, soms daar. Het vergt van alles en nog wat, maar zo is het leven: het gaat niet vanzelf, je moet er wat voor doen. Het is net werrukkuh.

Ik wens u veel eieren om op te broeden. Met een nest vol, komt er altijd eentje uit. Op een creatief 2019!

Douwstra’s droom maakt dialoog en erkenning waterbelang noodzakelijk

In de @LC van afgelopen weekend een monoloog van wethouder EZ en Verkeer Friso Douwstra. Zijn het flarden infra- dromen of de aanzet tot collegebeleid in de komende paar jaar? Dromen zijn bedrog schreef Borsato al en voor een infrastructurele visie is dialoog noodzaak. Net als water.  

Een non-stop spoorlijn tussen Leeuwarden en Amsterdam, een aquaduct onder ‘t Van Harinxmakanaal, de verkeersader van De Hemrik doortrekken naar de Wâldwei. … zomerse dromen van een politicus, al weerspiegelen z’n hardop uitgesproken droomflarden de uitgangspunten van het huidige collegeprogramma.

Behendig morsen op het viltje

Spontane en natte dromen kent Douwstra niet als politicus en partijman. En hij is droog, zo droog als Sahara-zand. In z’n hele infra-monoloog komt de betekenis en het belang van water vrijwel niet voor. En dat voor een Fries in hart en nieren; ook hij lijkt vergeten dat water in brede betekenis de geschiedenis en ontwikkeling (van economie, landbouw, recreatie, veiligheid, leefbaarheid, cultuur) in de regio heeft bepaald en zal blijven bepalen. Behalve in z’n mijmering over “een deel van het Friesland Campina- verkeer dat wel over het kanaal zou kunnen gaan”, hoor ik Douwstra niet over water. Dat ene Friesland- Campina druppeltje morst hij trouwens wel heel toevallig op z’n eenzijdige vrijdagse verhaalviltje.

Water leeft

Hoe groot de kansen en impact van water zijn, lijkt niet bij hem door te dringen, is hem nog niet aangereikt, wordt bewust genegeerd om spagaten te voorkomen of omdat hij anderen niet voor de voeten wil lopen. Er speelt immers provinciaal een pittige discussie over de toekomst van onze te verbreden vaarwegen voor het beroepsverkeer. Is de uitkomst dat we straks een paar uitzonderlijke natuurgebieden verwoesten of liever niet; vestigen we een transport-hub op een locatie waar weg, spoor en water samenkomen en Friesland de soepele schakel wordt tussen Duitsland en Rotterdam; versterken we ook eindelijk de verbindingen van havenstad Harlingen naar elders; hechten we belang aan de gedane infra- investeringen voor de waterrecreatie in Friesland, aan doorgaande en veilige recreatieve verbindingen en hechten we vanuit veiligheid daadwerkelijk belang aan de scheiding van beroepsvaart en recreatievaart? Zomaar wat vragen vanaf het water, de complexe en verbindende component die Douwstra’s droom kan aanvullen en Friesland leefbaar houdt. U weet: zonder water geen leven.

Agendasetting en dialoog

Ook in de groter geworden gemeente Leeuwarden is een visie op water (nog los van thema’s als  waterbeheer en waterzuivering) relevant: hoe bereikbaar wil Leeuwarden zijn voor de beroepsvaart, wat zijn de consequenties van het voor de grotere containervaart geschikt maken van het Van Harinxmakanaal, welke rol speelt water- en watergebonden recreatie in onze gemeente en in de relatie tot Friesland, onderkennen we het majeure belang van water- en locatiegebonden bedrijven als Friesland Campina en Koninklijke Koopmans? En hoe geven we dat dan vorm en wanneer gaan we wat doen?

Douwstra is agendasetter pur sang en de krant stelt hem zonder kritische vragen in staat zijn boodschap te brengen aan het begin van dit ‘parlementaire jaar’. Het maakt ook kwetsbaar, want de opmerking dat de stad er fijn bij zou liggen voor auto’s, vraagt om reactie. Douwstra verzeilt kennelijk nooit in de dagelijkse congestie van blik en uitlaatgassen tussen Drachtsterweg en Centrale. Leuk al die torenhoge ambities van een politicus naar vooral de komende decennia. Fijner nog zou het zijn als de wethouder de concrete infrastructurele plannen van het college voor de komende paar jaar concreet op rij zet.

Bevlogenheid en leiderschap

Dialoog kan daarbij helpen. En als de LC kennelijk zonder herkenbaar beschreven aanleiding een wethouder de ruimte wil geven te dromen zonder journalistieke, kritische vragen, dan weet ik nog wel een paar andere mensen die hun goed begrepen (eigen)belangen willen ventileren. En dat kan weer ‘n prima bijdrage leveren aan de door dit college gewenste dialoog zoals zij zo beeldend en verwachtingsvol opschreef in haar programma ‘De Kracht van Samen’:

“We willen de dialoog met de samenleving versterken en staan open voor nieuwe vormen van samenwerking. Als we durven te vertrouwen op de kracht, bevlogenheid en het leiderschap van mensen zelf, komen we tot oplossingen die werken.”

Niek Donker, 4 september 2018

 

 

 

 

Commentaar bij het ontbijt: rebelse jongeren, beleidsstukken en gratis geld

Bij het hoofdredactionele commentaar deze zaterdag van @warm_san @LC over Ingehuurd Vermaak en leegstaande panden in de stad die zouden schreeuwen om creatieve invulling.

Beste Sander Warmerdam,

Je hebt helemaal gelijk, want met ingehuurd vermaak hebben en krijgen wij geen nalatenschap van ons Culturele Jaar. Wel dankzij dit hele jaar heel veel ambassadeurs en dito media-aandacht. Ambassadeurs in al die mensen die zich om welke culturele of andere reden geroepen voelen onze stad te bezoeken en in grote getale aangenaam verrast worden door de charme en kleinschaligheid van onze monumentale binnenstad, de goeie sfeer en relatieve rust. We horen het hier in ons Parlement van Engeland vrijwel iedere dag van enthousiaste gasten.

Hoezo jongeren?

Er schijnt (zo lees ik de laatste weken in je krant) een enorme behoefte te zijn aan creatieve broedplaatsen, waar een ieder zich kan ontwikkelen tot, tot ja wat eigenlijk? Wat me opvalt aan die geluiden is dat er een directe koppeling gelegd wordt tussen het van overheidswege faciliteren (zoals het ter beschikking stellen van een door die overheid betaald gebouw) en creatief succes en fundament voor culturele nalatenschap. Misschien kun je die redenatie een keer toelichten.  Net als je eigen vraag beantwoorden waarom het in jouw ogen rebelse jongeren (moeten of zouden) zijn die de creatieve hemel van morgen aan ons mogen of zullen gaan openbaren. Creativiteit, laat staan het welslagen van creatieve processen, heeft net als rebellie in mijn ogen geen bal met leeftijd te maken.

Aan de bak!

Zeker, ik geloof in een faciliterende overheid! Dat is wat ze dit jaar ruimhartig doet en ik geloof dat dat ons allen veel brengt. Het is echter vooral ook aan ons allen om daar vervolgens echt wat mee te doen naar het verstevigen van het fundament van onze toekomst: wij creëren onze nalatenschap of we doen dat niet. Omdat we het hier nu al te druk vinden bijvoorbeeld of omdat we te zeer geloof hechten aan de rol van de overheid bij bijvoorbeeld culturele creativiteit.

We moeten aan de bak als we overmorgen willen bestaan. Niet vertrouwen op beleidsstukken schrijvende ambtenaren, want die hebben in deze stad al bewezen goed te zijn in zichzelf bezig houden en vervolgens de maatschappelijke zaak kapot te schrijven, of, zo je wilt, gewoon deuren te sluiten zonder eerst na te denken over de consequenties. Jouw redenatie neigt mij te veel richting beleid van bovenaf, terwijl het dit jaar toch vooral gaat over ‘mienskip’ en betrokkenheid? En nee, we moeten ook niet koersen op alleen maar festivals en Oeds Westerhof-cultuur-blockbusters, net als de festivals “ingehuurd” en in z’n woorden over nalatenschap te eenzijdig vertrouwend op mega-marketing budgetten.

Genieten van Ingehuurd Vermaak

Daarom moeten we het zelf doen, opstaan, met elkaar gaan praten en nadenken over hoe we vinden dat het verder kan en moet. Of je gaat ondertussen gewoon zelf je gang, omdat je geen zin hebt te wachten op trage processen. Maar niet voorwaardenscheppend vragen om subsidie of vragen dat het wel even wordt geregeld.  Het is te makkelijk en het leidt tor bitter weinig resultaat. De inhoudelijke zelfontbrander moet aan, met actie, diversiteit in denken en doen, met plannen en visies. Als je dat bedoelt, heb je een punt.

Tegen de tijd dat je dit leest, geniet ik weer en nog steeds met volle teugen van Ingehuurd Vermaak. Kom je morgen wel even kijken als we met en dankzij de inzet van in stand gehouden varend erfgoed de Reuzen groots uitzwaaien?

Hartelijke groet, Niek

 

 

 

Jokkebrokkerij van de dag: VVV 2 dicht door gebrek klanten

@LC vanochtend vertelt in een klein bericht over de tweede vestiging van de @vvvleeuwarden aan het Oldehoofsterkerkhof.

Deze tweede vestiging pal aan het plein om de hoek van de Kleine Kerkstraat en dus vol in de loop van toeristen, sluit haar deuren. De reden: er zijn te weinig toeristen!

Beste mevrouw directeur Rinske van der Meulen: u zwetst. Het barst er van de klanten, van de toeristen @LF2018 en wie verder iets wil weten. Al die mensen treffen echter een gesloten deur, want u heeft verzuimd open te zijn als de klant er is. U moet zich schamen voor zoveel jokkebrokkerij.

Cambuur/WTC (1): Tegenspraak van het jaar

Ik lees gisteren @LC dat het college van Leeuwarden aan provincie Fryslân een royale bijdrage vraagt van € 4,7 miljoen om het plan van WTC/Cambuur rond te krijgen.

De meest bijzondere zin in het betreffende artikel onder de titel “Provincie moet gat Stadion-WTC dichten” van Willem Bosma is dat “…De provincie ruim bij kas zit….” Tja. Half mei dit jaar schrijft dezelfde krant over het terugschroeven van het aantal banen bij diezelfde provincie die zo “ruim” bij kas zit: er moet daar 400 miljoen bezuinigd worden dus schrapt deze regionale overheid 110 fte.

Is er sprake van kortstondig geheugenverlies bij de redactie van de krant, is er een onverhoopte en niet bekendgemaakte mega-meevaller bij de provincie, had Lutz Jacobi eerder gelijk met de stelling dat het geld daar tegen de plinten klotst of…

Beste Willem Bosma: naar mijn idee moet je als journalist altijd onderbouwen wat je schrijft. Het woord is aan jou, want ik snap er geen jota meer van.

 

 

Nieuws van de dag: zit de haan straks ook in de bijstand?

10 mei 2018: de zon schijnt lekker. Gelukkig. Ik lees berichten in @LC die niet zonnig zijn: treurigheid overheerst bij mens en dier.

Op #Schiermonnikoog ligt de Kallemooi-traditie onder vuur. De organisatoren wijzen fijntjes op al het andere dat je dan ook moet verbieden als hun haan niet meer op paal mag. Haantjesgedrag? Oordeel zelf: Aangifte dierenmishandeling tegen Kallemooi. In de rubriek Te Gast vraagt iemand zich af of het alleen laten van je kat overdag straks ook al strafbaar wordt?

In #Leeuwarden stijgt tegen de trend in het aantal bijstandsgerechtigden. Ik heb de vraag al vaker gesteld: kan iemand me vertellen waarom dat zo is? Als we dat weten, is er kans dat we er aan kunnen werken…

Dit was het nieuws.

 

 

2018: Gemeente Leeuwarden zet kunstenaars op straat

Leeuwarden beëindigt per eind april een succesvol kleinschalig cultureel mienskipsinitiatief. Kunstenaars moeten uit het Brugwachtershuisje op de Beursbrug. Culturele Hoofdstad is dood, leve de cultuur. Een bittere toost op nalatenschap.

De verbinding tussen ambtenaren en burgers is bedroevend en in tegenspraak met de College- programmatekst “De Kracht van Samen”  met als ondertitel Bouwen aan een sociaal, vernieuwend en duurzaam Leeuwarden. Vier jaar geleden bleef na krachtig protest het Brugwachtershuisje op de Beurs-of Wirdumerpoortsbrug als Kunsthuisje voor kunst en cultuur behouden. Er kwam overleg met de afdeling Vastgoed, er werden afspraken gemaakt, onder andere over het niet-commerciële karakter en de blijvende brugwachtersfunctie. Het Brugwachtershuisje werd een charmante exporuimte voor een toenemend aantal kunstenaars, die ieder een maand lang mogen exposeren, vrijwillig gecoordineerd door Leeuwarder kunstenares en docente Marien Buijs. En zeker voor het hele jaar 2018, het Culturele Jaar van Leeuwarden, staan kunstenaars popelend in de rij. Een mooi mienskipsinitiatief zonder kosten en veel aandacht en waardering.

Kunst tijdens @LF2018 ingeruild voor kapsalon

Nou, die kunstenaars kunnen mooi thuisblijven! Voortvarend hebben ambtenaren de stekker uit het succesvolle initiatief getrokken, de kunstenaars staan zonder pardon op straat. Waarom? Omdat er een heel leuk maar al jaren oud commercieel initiatief is: een kapsalon onder de titel “Kleinste Kapsalon van Nederland’. Zie de Leeuwarder Courant uit december 2015. Verdringing van de kunst door een reeds bestaande kapsalon die met een oud idee graag voor weinig op een A-locatie wil zitten. “Dat kan allemaal zo zijn, maar nu is iemand anders aan de beurt..” zo luidde het antwoord van de ‘Projectleider Binnenstedelijke Projecten’ op vragen van onze kant waarom toch deze ongekunstelde huisuitzetting. Argumenteren is ook een vak.

Armoe troef

De armlastigheid van het Leeuwarder College is zo nijpend, dat een paar euro’s belangrijker zijn dan kunst; helemaal wrang omdat de uitbaters van het Kunsthuisje destijds echt moesten beloven dat van geldelijke vergoedingen geen sprake kon zijn…. Kortzichtigheid en armoe troef dus en als dat de visie weerspiegelt van onze wethouders kunnen we elke vorm van nalatenschap van Culturele Hoofdstad, zo u wilt legacy, op onze blote buik schrijven. Volgens mij barst het van de kappers en kapperszaken in Leeuwarden, maar nee “zo zien wij het niet, want hiermee levert het ook een netwerkfunctie en een poortwachtersfunctie naar bezoekers van Culturele Hoofdstad”. Tja. Zou dat misschien de invulling van sociaal zijn?

Omdat ik nauwelijks kan geloven dat er achter deze ambtelijke treurigheid en desinteresse de rechte rug van een visionair wethouder staat, heb ik het standpunt van het College opgevraagd. Dat antwoordt bij monde van haar Persvoorlichting als volgt: ‘Wij denken dat het nieuwe initiatief  meer dynamiek in de omgeving kan geven terwijl het huidige gebruik meer statisch is. Deze nieuwe invulling is tijdelijk voor de duur van 1 jaar.’ Dynamiek schijnt het nieuwe toverwoord, de kapper zit straks swingend en zwetend op ‘n hometrainer haar clientèle te knippen.

Groots en meeslepend

Soms bekruipt me het gevoel dat het zeker in dit Culturele Jaar vooral groots en meeslepend moet zijn. Dat je geweldig bent als je in The New York Times wordt genoemd of dankzij goede marketing in Duitse bladen verschijnt. Dat bestuurders en politici handenwrijvend hun Twitterkanaal volblazen als hun stad weer eens een zorgvuldig geregisseerde publieksverkiezing op internet prijs wint. Dat als je plots verschijnt op lijstjes en de gezamenlijke marketingorganisatie zich dan op de borst trommelt omdat ze ‘het’ daarvoor doen. Nee, het Kunsthuisje op de Beursbrug vindt u daar niet in terug, niet alle cultuur en kunst is overgoten met gesubsidieerde recordbedragen. Geef mij een miljoen en ik maak het Kunsthuisje op de brug ook groots en meeslepend….Of doe ik dan de kunstenaars en vooral onszelf te kort en rek ik het dan op tot iets dat niet zo is? Inderdaad, ook kunst en cultuur bestaan bij de gratie van diversiteit.

Proces had zorgvuldiger gekund…

Welkom in LF2018, Culturele Hoofdstad van Nederland. Kappers gaan in ons Culturele Hoofdstadjaar voor de kunst, ook al is op elke straathoek winkelruimte te huur en struikel je over de kappersgereedschappen. Teleurstellend en mismoedigmakend is het onbehouwen onfatsoen in dit ‘proces’. Ambtenaren die de stekker uit een goedlopend project trekken, zonder vooraf een gesprek aan te gaan. Pas na zwaar protest, staan ze een onderhoud toe en gaan ze als het heftig wordt ‘intern nadenken’ en doe je wat de gesprekspartners al tijdens het eerste gesprek weten: het besluit zet je gewoon door, zelfs de Afdeling Cultuur aan het Oldehoofsterkerkhof heeft beteuterd het nakijken. Het woord dynamiek zoals door het College omschreven, hebben we in dat gesprek niet gehoord.

Was het Kunsthuisje maar een kudde grote grazers

De ambtelijke dooddoener uit het gesprek wil ik u niet onthouden “…ik ben het met u eens, het proces had zorgvuldiger gekund.” Met ogen open onzinnigheid en ongeïnteresseerdheid rechtlullen blijkt een competentie van aanstormende ambtenaren die geen inhoudelijke antwoorden hebben en dan maar dit versleten cursus-excuus-zinnetje oplepelen. Bah. Een jaren vijftig-houding van ‘wij weten wat goed is voor de stad’. Was het Kunsthuisje maar een kudde uitgemergelde grote grazers in de Oostvaardersplassen, dan zouden zeker meer mensen op de emotionele barricade staan, denk ik terwijl ik dit schrijf.

Dromen van de Kracht van Samen

Menigeen die met enthousiasme en op vrijwillige basis initiatieven in de stad ontplooit, gooit als het zo doorgaat het bijltje er bij neer. We krijgen de nalatenschap die we onszelf wensen, want tegen visieloosheid en onfatsoen is geen kruit gewassen. Ik hoop dat ambtenaren van de gemeente zelf ook een keer De Kracht van Samen gaan lezen en zich afvragen in welke mate zij wel kunnen bijdragen. Tegelijk besef ik dat het hun politieke bazen op het pluche zijn, die dergelijke oprispingen rechtvaardigen. Of worden ze deze keer tegengehouden door de gemeenteraad? Dat brengt dan nog enige dynamiek in de zaak…

Dromen mag toch? Zonder dromen geen kunst, geen cultuur, geen verbinding, geen nalatenschap en geen betrokken bewoners in de stad meer. Maar wat zei Marco Borsato ook al weer over dromen?

 

 

 

 

Leve de bureaucratie van @PostNL: de brievenbus van Tichelwurk & verzopen post

Stroomgebied Dokkumer Ee- Tichelwurk. De poststroom wordt minder, de baas van de brievenbus grijpt in. Da’s pech, brievenbus weg. @PostNL houdt vast aan z’n eigen gelijk. Leve de bureaucratie.

De krant berichtte en ik nam contact op met PostNL over deze bureaucratische efficiency. We versturen minder brievenpost, dus saneert PostNL het aantal brievenbussen. In Leeuwarden, in Den Haag, Schin op Geul, Enschede en in Tichelwurk, de aan de Dokkumer Ee gelegen idylle.

Minder post, heel weinig mensen, geen drukte, dus einde brievenbus. De Postwet zegt daarover: bij woonkernen met minder dan 5000 mensen moet de dichtstbijzijnde brievenbus hemelsbreed op maximaal 2,5 kilometer staan. De bus van Tichelwurk vervalt, er blijft er een in Wyns. Nu ligt Wyns helaas aan de overkant van de Dokkumer Ee, maar dat maakt @PostNL geen snars uit. Het is HEMELSBREED minder dan 2,5 kilometer. In mijn mail aan PostNL doe ik de suggestie dat de brievenbrenger ook gerust de brieven retour kan nemen als brievenhaler?

We begrijpen dat het vervelend kan zijn ..”

Ze moeten er nog even over nadenken zeggen ze als antwoord op mijn gemailde reminder. …Nadenken? Die sticker dat de brievenbus uit Tichelwurk wordt verwijderd, zit er al een week op. Dan volgt het antwoord: “Afgelopen dagen hebben wij goed gekeken naar wat eventueel de mogelijkheden waren voor het behouden van de brievenbus in Tichelwurk. Hier is het uitgekomen dat er is besloten om de brievenbus in Tichelwurk te verwijderen.(…) We merken dat in Nederland steeds minder post wordt verstuurd, mede daarom passen wij geleidelijk ons brievenbussennetwerk aan. Bij het bepalen van de brievenbuslocaties houden wij met verschillende dingen rekening. We kijken naar de afstandseis voor brievenbussen zoals wij die voorgeschreven krijgen vanuit de Postwet gecombineerd met het gebruik van de brievenbus.(….) De brievenbus in Tichelwurk staat op de planning om verwijderd te worden. Het is gebleken dat het geen druk bezochte brievenbus is. Ondanks dat we begrijpen dat deze verandering vervelend kan zijn voor de bewoners van Tichelwurk, kiezen we er in dat geval voor om brievenbussen te behouden op centrale en druk bezochte locaties. Zoals het geval is in Stiens.”

Over die laatste topografische verrassing schrijf ik terug dat ik de uitleg begrijp, maar Stiens op 5 kilometer van Tichelwurk ligt. Hoe zit dat? Het korte antwoord uit Den Haagt: “Binnen een straal van 2,5 km vanuit Tichelwurk staat een publieke brievenbus en daarmee wordt voldaan aan de wettelijke regels in het Postbesluit (…).” Een afgemeten bericht, zijn de Haagse bureaucraten geïrriteerd?

Meten met de passer

In de mail staat (weer) niet dat die afstand HEMELSBREED is en dat de Dokkumer Ee de scheiding vormt. PostNL bestaat bij de gratie van mensen die graag iets versturen, van Valentijnsdag tot een brief met de postzegel van het pronkstuk van Nederland. Maar buiten de stad kun je beter je eigen brieven gaan bezorgen. En in Tichelwurk stap je maar in je boot naar de brievenbus in Wyns, pak je je surfplank of in als het weer winter wordt, stap je op de schaats. Een brief posten betekent doorzetten en je best gaan doen. Mijn suggestie dat de postbrenger de bus ook kan legen, ligt onbeantwoord in de la van corporate communicatie @PostNL.

Ik lees net in de @LC dat de Autoriteit Consument en Markt het met @PostNL eens is. Ze meten met een passer zeggen ze zelf en of dat redelijk is daar gaat de ACM niet over. Tja, waar wil je aan vasthouden?

Rottende post in winterse natheid: eerst het formuliertje

@PostNL is een bedrijf van bureaucraten, zo blijkt ook uit de volgende anekdote. ‘n Goede vriendin uit de binnenstad van Leeuwarden doet de post van haar werk sinds kort in de nieuwe brievenbus naast de rechtbank aan het Wilhelminaplein. Twee week geleden bleek dat de postophaler de postzak vol post onder de bus had laten hangen in de druilerige regen. De zak met gepost maar niet verwerkte post droop van het water. Terug op kantoor belt ze met PostNL en als ze denkt het de man aan de lijn duidelijk gemaakt te hebben, blijkt hij nog niet klaar. Nee, mevrouw, wie bent u, ik wil graag uw gegevens noteren? Ja mevrouw, dat hoort zo en ik wil dus eerst even met u een formuliertje invullen voor we verder gaan….Een formuliertje terwijl op hetzelfde moment en op HEMELSBREED 100 meter afstand de post van half zakelijk Leeuwarden ligt te rotten in winterse natheid. Met de groeten van het hoofdkantoor van PostNL.