Leitmotiv Fryslân: circulaire economie

Marijke Roskam krijgt als nieuwe “chef” van de provinciale Partij van de Arbeid 2 pagina’s in de krant @LC. Het mediaal masseren is gestart, de verkiezingen van maart 2019 zijn begonnen. Mooi zo. Verkiezingen betekent keuzes maken.

Tegenwoordig zijn iedere week wel opiniestukken van provinciale politici te vinden bij de Ingezonden Brieven en op de Opinie/Te Gast- pagina van de Leeuwarder Courant. Kennelijk vinden ze aan de Leeuwarder Tweebaksmarkt dat ze meer moeten zenden of te weinig worden gehoord.  Vorige week was het provinciaal PvdA- fractievoorzitter Remco van Maurik, die een democratische lente aankondigde. Niet het traditionele domein van die partij, maar je moet wat als je al een paar jaar in de touwen hangt en mediatijger Roskam in je nek hijgt. Het treft dat D66 provinciaal ook hijgend langs de zijlijn staat.

Sinterklaas is al geweest

Het zou goed zijn, betoogt Van Maurik dat de Staten in de komende maanden en voor de verkiezingen met instemming van alle partijen een hoofdlijnenakkoord bereiken over wat in de komende vier jaar door de nieuwe Gedeputeerde Staten uitgevoerd moet worden. Daarna volgt een verlanglijstje van de bekende partijpunten. Het moest nog Sinterklaas worden en keuzes maken kunnen politici niet. Angst voor de kiezer die jou toch niet mist.

Marijke Roskam doet hetzelfde. In de gezellige context van een ons-kent-ons-gesprek mag ze als beoogd “chef” (hoezo chef, kent u die benaming?) haar resultatenlijstje benoemen voor de komende jaren. Het Roskam-dictaat aan haar partijkader: Arbeid für Alle. Energietransitie. Veenweidegebied.

Keuzes maken

Volgens mij is er slechts één Leitmotiv denkbaar. Het centrale thema voor op z’n minst de komende acht jaar waar de rest van het provinciale beleid consequent aan getoetst moet worden. Wat de inzet is naar jezelf en naar anderen. Leitmotiv, het wederkerende karakteristieke motief met symbolische betekenis. Het Leitmotiv voor Friesland / Fryslân en inzet van de verkiezingen: circulaire economie.

Durf te kiezen. Zet consequent in op voortdurende verduurzaming op ieder aspect van leven, wonen en werken, van mens en milieu. Niet dogmatisch, niet opgelegd, nee, open, actief, onderzoekend, zelfbewust, gewogen, inhoudelijk getoetst, intrinsiek gemotiveerd. Stappen zetten waar we kunnen, concreet maken. Met dat Leitmotiv kun je elkaar bevragen: hoe doen we het, wat vind jij, doe je mee, kun jij me helpen, wat kunnen we voor elkaar betekenen?1

Ambitieus? Zeker. Het voordeel is dat niemand het zaligmakende antwoord heeft, circulaire economie is nieuw en allesomvattend. Samen krijgt diepgaand en kwetsbaar betekenis, wij, jij en ik. Zonder ambitie naar een circulaire economie is elke andere ambitie vergeeld voor de verf is opgedroogd.

(1964, Bob Dylan) The times, they are a changing

#

 

Douwstra’s droom maakt dialoog en erkenning waterbelang noodzakelijk

In de @LC van afgelopen weekend een monoloog van wethouder EZ en Verkeer Friso Douwstra. Zijn het flarden infra- dromen of de aanzet tot collegebeleid in de komende paar jaar? Dromen zijn bedrog schreef Borsato al en voor een infrastructurele visie is dialoog noodzaak. Net als water.  

Een non-stop spoorlijn tussen Leeuwarden en Amsterdam, een aquaduct onder ‘t Van Harinxmakanaal, de verkeersader van De Hemrik doortrekken naar de Wâldwei. … zomerse dromen van een politicus, al weerspiegelen z’n hardop uitgesproken droomflarden de uitgangspunten van het huidige collegeprogramma.

Behendig morsen op het viltje

Spontane en natte dromen kent Douwstra niet als politicus en partijman. En hij is droog, zo droog als Sahara-zand. In z’n hele infra-monoloog komt de betekenis en het belang van water vrijwel niet voor. En dat voor een Fries in hart en nieren; ook hij lijkt vergeten dat water in brede betekenis de geschiedenis en ontwikkeling (van economie, landbouw, recreatie, veiligheid, leefbaarheid, cultuur) in de regio heeft bepaald en zal blijven bepalen. Behalve in z’n mijmering over “een deel van het Friesland Campina- verkeer dat wel over het kanaal zou kunnen gaan”, hoor ik Douwstra niet over water. Dat ene Friesland- Campina druppeltje morst hij trouwens wel heel toevallig op z’n eenzijdige vrijdagse verhaalviltje.

Water leeft

Hoe groot de kansen en impact van water zijn, lijkt niet bij hem door te dringen, is hem nog niet aangereikt, wordt bewust genegeerd om spagaten te voorkomen of omdat hij anderen niet voor de voeten wil lopen. Er speelt immers provinciaal een pittige discussie over de toekomst van onze te verbreden vaarwegen voor het beroepsverkeer. Is de uitkomst dat we straks een paar uitzonderlijke natuurgebieden verwoesten of liever niet; vestigen we een transport-hub op een locatie waar weg, spoor en water samenkomen en Friesland de soepele schakel wordt tussen Duitsland en Rotterdam; versterken we ook eindelijk de verbindingen van havenstad Harlingen naar elders; hechten we belang aan de gedane infra- investeringen voor de waterrecreatie in Friesland, aan doorgaande en veilige recreatieve verbindingen en hechten we vanuit veiligheid daadwerkelijk belang aan de scheiding van beroepsvaart en recreatievaart? Zomaar wat vragen vanaf het water, de complexe en verbindende component die Douwstra’s droom kan aanvullen en Friesland leefbaar houdt. U weet: zonder water geen leven.

Agendasetting en dialoog

Ook in de groter geworden gemeente Leeuwarden is een visie op water (nog los van thema’s als  waterbeheer en waterzuivering) relevant: hoe bereikbaar wil Leeuwarden zijn voor de beroepsvaart, wat zijn de consequenties van het voor de grotere containervaart geschikt maken van het Van Harinxmakanaal, welke rol speelt water- en watergebonden recreatie in onze gemeente en in de relatie tot Friesland, onderkennen we het majeure belang van water- en locatiegebonden bedrijven als Friesland Campina en Koninklijke Koopmans? En hoe geven we dat dan vorm en wanneer gaan we wat doen?

Douwstra is agendasetter pur sang en de krant stelt hem zonder kritische vragen in staat zijn boodschap te brengen aan het begin van dit ‘parlementaire jaar’. Het maakt ook kwetsbaar, want de opmerking dat de stad er fijn bij zou liggen voor auto’s, vraagt om reactie. Douwstra verzeilt kennelijk nooit in de dagelijkse congestie van blik en uitlaatgassen tussen Drachtsterweg en Centrale. Leuk al die torenhoge ambities van een politicus naar vooral de komende decennia. Fijner nog zou het zijn als de wethouder de concrete infrastructurele plannen van het college voor de komende paar jaar concreet op rij zet.

Bevlogenheid en leiderschap

Dialoog kan daarbij helpen. En als de LC kennelijk zonder herkenbaar beschreven aanleiding een wethouder de ruimte wil geven te dromen zonder journalistieke, kritische vragen, dan weet ik nog wel een paar andere mensen die hun goed begrepen (eigen)belangen willen ventileren. En dat kan weer ‘n prima bijdrage leveren aan de door dit college gewenste dialoog zoals zij zo beeldend en verwachtingsvol opschreef in haar programma ‘De Kracht van Samen’:

“We willen de dialoog met de samenleving versterken en staan open voor nieuwe vormen van samenwerking. Als we durven te vertrouwen op de kracht, bevlogenheid en het leiderschap van mensen zelf, komen we tot oplossingen die werken.”

Niek Donker, 4 september 2018

 

 

 

 

Commentaar bij het ontbijt: rebelse jongeren, beleidsstukken en gratis geld

Bij het hoofdredactionele commentaar deze zaterdag van @warm_san @LC over Ingehuurd Vermaak en leegstaande panden in de stad die zouden schreeuwen om creatieve invulling.

Beste Sander Warmerdam,

Je hebt helemaal gelijk, want met ingehuurd vermaak hebben en krijgen wij geen nalatenschap van ons Culturele Jaar. Wel dankzij dit hele jaar heel veel ambassadeurs en dito media-aandacht. Ambassadeurs in al die mensen die zich om welke culturele of andere reden geroepen voelen onze stad te bezoeken en in grote getale aangenaam verrast worden door de charme en kleinschaligheid van onze monumentale binnenstad, de goeie sfeer en relatieve rust. We horen het hier in ons Parlement van Engeland vrijwel iedere dag van enthousiaste gasten.

Hoezo jongeren?

Er schijnt (zo lees ik de laatste weken in je krant) een enorme behoefte te zijn aan creatieve broedplaatsen, waar een ieder zich kan ontwikkelen tot, tot ja wat eigenlijk? Wat me opvalt aan die geluiden is dat er een directe koppeling gelegd wordt tussen het van overheidswege faciliteren (zoals het ter beschikking stellen van een door die overheid betaald gebouw) en creatief succes en fundament voor culturele nalatenschap. Misschien kun je die redenatie een keer toelichten.  Net als je eigen vraag beantwoorden waarom het in jouw ogen rebelse jongeren (moeten of zouden) zijn die de creatieve hemel van morgen aan ons mogen of zullen gaan openbaren. Creativiteit, laat staan het welslagen van creatieve processen, heeft net als rebellie in mijn ogen geen bal met leeftijd te maken.

Aan de bak!

Zeker, ik geloof in een faciliterende overheid! Dat is wat ze dit jaar ruimhartig doet en ik geloof dat dat ons allen veel brengt. Het is echter vooral ook aan ons allen om daar vervolgens echt wat mee te doen naar het verstevigen van het fundament van onze toekomst: wij creëren onze nalatenschap of we doen dat niet. Omdat we het hier nu al te druk vinden bijvoorbeeld of omdat we te zeer geloof hechten aan de rol van de overheid bij bijvoorbeeld culturele creativiteit.

We moeten aan de bak als we overmorgen willen bestaan. Niet vertrouwen op beleidsstukken schrijvende ambtenaren, want die hebben in deze stad al bewezen goed te zijn in zichzelf bezig houden en vervolgens de maatschappelijke zaak kapot te schrijven, of, zo je wilt, gewoon deuren te sluiten zonder eerst na te denken over de consequenties. Jouw redenatie neigt mij te veel richting beleid van bovenaf, terwijl het dit jaar toch vooral gaat over ‘mienskip’ en betrokkenheid? En nee, we moeten ook niet koersen op alleen maar festivals en Oeds Westerhof-cultuur-blockbusters, net als de festivals “ingehuurd” en in z’n woorden over nalatenschap te eenzijdig vertrouwend op mega-marketing budgetten.

Genieten van Ingehuurd Vermaak

Daarom moeten we het zelf doen, opstaan, met elkaar gaan praten en nadenken over hoe we vinden dat het verder kan en moet. Of je gaat ondertussen gewoon zelf je gang, omdat je geen zin hebt te wachten op trage processen. Maar niet voorwaardenscheppend vragen om subsidie of vragen dat het wel even wordt geregeld.  Het is te makkelijk en het leidt tor bitter weinig resultaat. De inhoudelijke zelfontbrander moet aan, met actie, diversiteit in denken en doen, met plannen en visies. Als je dat bedoelt, heb je een punt.

Tegen de tijd dat je dit leest, geniet ik weer en nog steeds met volle teugen van Ingehuurd Vermaak. Kom je morgen wel even kijken als we met en dankzij de inzet van in stand gehouden varend erfgoed de Reuzen groots uitzwaaien?

Hartelijke groet, Niek

 

 

 

Fletcher-files (5): sloop-verantwoording, traagheid en radiostilte. Wanneer begint het omgevingsoverleg?

Fletcher-files (5). Vertrouw op ons, lijkt de teneur van de slagers die hun eigen vlees keuren. Is daar reden toe? Het Fletcher- dossier in Leeuwarden: radiostilte en traagheid werken wantrouwen in de hand. Wanneer komt er een omgevingsoverleg?

Na het inspreken in de raadsvergadering vorige week, de nodige media- aandacht van Friesch  Dagblad, Leeuwarder Courant en Omroep LEO, veel bijval op straat en ons formele verzoek aan de gemeente om Fletcher te verzoeken te stoppen met sloopwerkzaamheden in de (rijks)monumenten Raadhuisplein 25 en 23, is het schriftelijke antwoord van de gemeente geland. Onze twijfels blijven, de containers rollen af en aan, het gesloopte materiaal komt met kuubs tegelijk uit de panden. Kan dit echt en wie is hier aan zet: de gemeente of de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed?

Het woord is aan de juristen

In de LC van afgelopen vrijdag stond een kort gesprekje met Leeuwarder ambtelijk monumentenzorger Leo van der Laan over de vraag of het slopen door Fletcher in rijksmonument Raadhuisplein 25 en beschermd stadsgezicht Raadhuisplein 23 wel rechtmatig was. Aanleiding van het bericht waren onze bewoners- en eigenarenacties met alle media- aandacht van de dagen er voor en ons formele verzoek aan de gemeente. Leo van der Laan gaat met zijn woorden niet in op die rechtmatigheid, hij legt uit wat er gebeurt.

Op ons formele verzoek tot stillegging van de sloopactiviteiten, worden we vorige week woensdag al gebeld door een ambtenaar die vertelt dat er niets aan de hand is en alles overlegd is met Fletcher, aannemer en architect. Op ons antwoord dat een vergunning noodzakelijk lijkt, speelt hij de vermoorde onschuld door te zeggen dat dat hem niet bekend is, maar het met een jurist zal overleggen.

Radiostilte als slechtst denkbare strategie

Dit weekend arriveert het schriftelijke antwoord van de gemeente dat de basis vormt van wat Leo van der Laan in de LC liet optekenen: het ‘sloop’ werk mag gewoon doorgaan, want het is geen slopen, het is verwijderen. “Wat de gemeente betreft mag het werk gewoon doorgaan (…)” zo lezen we. “Er heeft voorafgaand overleg en afstemming plaatsgevonden tussen betrokken partijen om de historische bouwmassa in kaart te brengen, het voorlopige bouwplan tegen het licht te houden, het plan te vervolmaken en waar nodig aan te passen en tot slot een complete omgevingsvergunning wordt ingediend, waarin voor de nieuwe functie op een goede wijze rekening wordt gehouden met de monumentale waarden.”

Klinkt mooi, maar wij hebben en houden zorgen, want inmiddels worden zelfs vloeren en wanden gesloopt en dus is er aanleiding te kijken of er hiermee al dan niet aan de historische bouwvolumes en bouwoppervlakten getornd wordt, en, wie zeggenschap heeft over de toetsing daarvan. Is dat de gemeente of de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, de bewaker van monumentaal gedachtegoed en de Erfgoedwet?

Slagers keuren eigen vlees

Na telefonisch onderhoud met de Rijksdienst in Amersfoort, contact tussen diezelfde Rijksdienst en gemeente en daarna weer met ons, begint het ons duidelijk te worden: ja, het ‘slopen’ mag en ja, we (de Rijksdienst) waren en zijn op de hoogte, maar blijven graag de vinger aan de pols houden. Bij ons rest de gedachte dat de slagers van de overheid hun eigen vlees keuren, maar ja, wettelijk is het geregeld zoals het geregeld is. Het kost veel tijd, moeite en dito energie om inzage en inzicht te krijgen, het is duwen en trekken. Gemakshalve lijkt vergeten te worden dat wij geen leger specialisten hebben die het allemaal weten en aangezien ons vertrouwen al flinterdun is, geloven we niemand zomaar op z’n overheidswoord.

Wat ik me afvraag of de communicatie anders had gekund. Mijn antwoord is volmondig ja! Vrijwillig, sneller en vollediger informeren had ophef, tijd en irritatie gescheeld en mijn vertrouwen een positieve impuls gegeven. Bestuurders in kwestie mogen denken dat ze verstandig hebben gehandeld door de dingen te doen zoals ze altijd al hebben gedaan, de door hun verkozen radiostilte en ingewikkeld formele weg ondermijnt ons uiterst magere vertrouwen. Het draagt bij aan de al benoemde twijfel over de spagaat tussen de naar Fletcher meewerkende en voor ons oplettende overheid. Niet het ogenschijnlijke gelijk dient leidend te zijn, maar de manier waarop je met elkaar om wilt gaan. Radiostilte blijkt ook nu de slechtst denkbare communicatiestrategie.

Ik neem je mee, omdat ik het wil

Kan het anders dan? Jazeker. Zaterdag was het Leeuwarder Monumentendag met het hoogst actuele thema Nieuw Gebruik- Oud Gebouw. De dag bracht veel belangstellenden in de stad op de been en in de Beurs, de voormalige bieb, konden bezoekers ook nog eens kennis nemen van de plannen van de nieuwe eigenaar Rijksuniversiteit Groningen / Campus Fryslân. Architect Kees de Haan van J.O.N.G. uit Lemmer, nam de gelegenheid z’n bezoekers in verschillende sessies te informeren. In een kwartier verhaalde hij van geschiedenis en functie naar (on)zichtbaarheid en schoonheid van een prachtig monument, toonde hij foto’s uit het verleden en voorlopige artist impressions van waar het in grote lijnen naar toe zal gaan en gaf de belangstellende zaal de gelegenheid met informatie en vragen te komen. Waardering en enthousiasme vielen hem ten deel. Motto: neem mensen mee in verandering. Begrip en waardering begint bij anderen meenemen in jouw overweging. Of je het met elkaar eens bent, is vers twee.

Komt er nu een omgevingsoverleg of niet?

Is het nu klaar met de Fletcher-files? Nee, het is net begonnen. Er is groot gebrek aan informatie &  inzicht en er zijn veel twijfels in het Fletcher-dossier: past wat nu plaatsvindt en aanvullend is bedacht binnen het huidige bestemmingsplan en dit horeca- consolidatiegebied? En: het omgevingsoverleg is nog niet geboren -laat staan geformaliseerd- ook al staat er voor morgen een gesprek met ‘Fletcher’ in onze agenda. Het is een noodzakelijk begin en we zijn benieuwd wie we daar aantreffen, wat we te horen krijgen en in welke mate we worden meegenomen door hoofdrolspelers Fletcher en gemeente Leeuwarden. Wordt Vervolgd!

 Muziek bij dit blog: Gers Pardoel: Ik neem je mee

Eerder in deze serie: Fletcher-files 1Fletcher-files 2Fletcher-files 3Fletcher-files 4

#Leeuwarden; #Raadhuisplein; #monument; @RaadLeeuwarden

@festivalsider @LF2018: slappe hap!

@LF2018 krijgt een nieuwe baas. Lieven Bertels vertrekt om z’n volgende carrièrestap te maken. Ik ben verbijsterd door de lauwe reacties, niet door z’n vertrek. Blog uit het hart.

@festivalsider Lieven Bertels, artistiek en zakelijk directeur van Culturele Hoofdstad @LF2018 stapt op, omdat hij een andere en uiteraard veel betere baan met veel meer prestige kan krijgen. Hij gaat weg voor het project waarvoor hij speciaal is ingehuurd, ook maar begint. Juist de gezamenlijke beleving van dat bijzondere project van een heel jaar lang, die culturele en economische apotheose waar jaren voor is gewerkt, dat is toch wat je wilt, waar je met alle trots in je donder juist bij wilt zijn? Nee, weggaan is ingecalculeerd lees ik, want z’n contract loopt kennelijk tot 31 augustus 2017. Als dat inderdaad zo is, vind ik het ‘bijzonder’ dat je als Raad van Toezicht accepteert dat zo’n man in die positie dat contract heeft mogen tekenen.

De reacties in de @LC van gisteren zijn vooral positief. Ach, vervelend, maar ja, het werd toch tijd voor een zakelijker iemand. Ach, het hoort er bij, een culturele hoofdstad verslijt nu eenmaal een paar directeuren. Ach, het artistieke programma is toch al klaar. Eerlijk is eerlijk, die Bertels krijgt er toch een geweldige baan voor terug joh, hij mag een fonds leiden waar miljarden in zitten!

Wat een politiek gelul, excusez- moi.! Hoe zit het met het beroemde, al dan niet zelf verklaarde Friese dna van loyaliteit, van aanpakken, je werk doen en het afmaken, ook al is er tegenwind, storm en regen? Gedeputeerde @sietskepoepjes vind het wel best zo, en dat Tjeerd van Bekkum nu de zaak gaat leiden, schijnt belangrijker dan het vertrek van Bertels.

@festivalsider Lieven Bertels is niet meer of minder dan een behendige passieloze carrièremaker, een calculerend ingestelde jobhopper die naar z’n eigen hartje en bankrekening luistert, bereidt is de hele boel bij elkaar te lullen om een goede positie te krijgen, en ja, als dan de volgende baan zich aandient en je kunt er contractueel juridisch onderuit, dan kun je probleemloos weg…Dit is natuurlijk de droombaan die maar eens in je leven voorbijkomt, die laat je niet schieten, dat begrijpt iedereen toch? Zo’n man van culturele statuur gun je toch z’n droom?

Ik niet. Ik vind Lieven Bertels een slapjanus, een vent zonder ruggengraat. Wat dat betreft is het beter dat hij vertrekt. Persoonlijk had ik hem liever met pek en veren door de poorten van de Blokhuispoort de gracht in gejast, maar dat zal contractueel niet mogen en is bovendien milieuvervuilend. Dag Lieven, succes hoor jongen!

Ik hoef hier niets te zeggen over Bertels’ natte fondsendroom, want @Jantienlc blijkt een prima fileermes thuis te hebben, las ik glimlachend bij de zaterdagse koffie in Sneon & Snein @LC.

 

Sam Westra weg door digitale aanbesteding: het leven is keuzes maken

Sam Westra, vijftien jaar schaapsherder in Leeuwarden. Het houdt op voor hem na digitale aanbesteding. “We moeten ons aan de regels houden”. zegt de wethouder. Klopt, maar het kan anders. Zeker als we willen dat het in Leeuwarden over mensen gaat. 

Gelukkig lezen we in de LC vanochtend het waarom van de aanbesteding die schaapsherder Sam Westra en een deel van z’n schapen nekt. Digitale aanbesteding en invulling begrijp ik uit de woorden van Westra, zijn niet z’n ding. Ik heb dat ook wel eens, de onwrikbare digitale wil die me dan wordt opgelegd, spoort niet altijd met mijn vrije wil en kan me tot wanhoop drijven.

De wethouder heeft een typisch bestuurdersantwoord: “We hebben de ingediende plannen geanonimiseerd en intern beoordeeld. En mijnheer Westra was niet de eerste. Dat betreur ik ook, natuurlijk is het leuk als iemand uit de eigen gemeente het werk doet. Maar we zijn gebonden aan regels.”

Welke regels?

Geachte mijnheer kersverse wethouder Douwstra: U kunt met de regels in de hand, kiezen voor de invulling die u wenst. Volgens uw eigen inkoopvoorwaarden moet u een integere, betrouwbare, zakelijke en professionele inkoper zijn, aansluiten op het algemene beleid van onder andere de Duurzame Stad, wilt u liefst 100 procent duurzaam inkopen waarbij sociale en milieuaspecten in het proces gewogen worden, kunt u (hoeft niet) er voor kiezen om digitaal in te kopen, vindt inkoop maatschappelijk verantwoord plaats en heeft u oog voor de lokale economie. (Natuurlijk, dit is een greep, maar het schetst uw mogelijkheden).

Geshredderd en ongenuanceerd

Want Sam Westra woont hier (de nieuwe schaapherder niet) en dat lijkt mij best duurzaam, het is weinig maatschappelijk als Sam straks werkloos is en een deel van z’n schapen geshredderd, en, u heeft toch een goede relatie? U had kunnen kiezen voor een goed gesprek met Sam uw buurman, omdat zo’n gesprek soms beter is dan digitaal informeren. Uw uitspraak dat “het leuk is dat iemand uit de eigen gemeente het werk doet” mijnheer Douwstra, beste Friso, is in dit verband niet zo genuanceerd gekozen. Met die term duiden we heel andere zaken, als in, het is leuk vanavond een biertje te drinken. Nee, het is echt “niet leuk” dat je elkaar als buren op zo’n wezenlijk moment digitaal informeert als het ook makkelijk anders kan. En natuurlijk betreurt u het, die uitspraak hoort er professioneel bij sinds cursus nummer zoveel.

In Leeuwarden gaat het over mensen

Met “maar we zijn gebonden aan regels” impliceert u dat het niet anders kon en ontkracht wat u daarvoor zegt. Nee, beste weethouder! Het leven is iedere dag keuzes maken, u (en vooral uiteraard uw voorgangster Koster, maar ja, u bent nu verantwoordelijk) en uw ambtenaren kunnen vandaag de keuze maken het anders te doen, bijvoorbeeld omdat het in Leeuwarden in de eerste plaats over mensen gaat. Willen is kunnen, bij leiderschap hoort dat je je troepen aanstuurt en menselijke waarden zijn het CDA volgens mij niet vreemd. Tijd voor ommekeer: ik hoop dat u, uw ambtenaren en de gemeenteraad dit bestuurlijk, ambtelijk en vooral menselijk falen gebruiken voor een stevig gesprek. Tijd voor inkeer: teken de petitie. 

 

Arno Brok: maizena in ‘t Fries of…het snobisme van de krant

2017: Friesland krijgt een nieuwe chef, Arno Brok. Van harte en welkom. De LC- verslaggever gaat er vanuit dat de nieuwe commissaris vooral Friestalig z’n ding doet. Aanleiding voor dit blog is een Fries- Nederlandstalig interview met de man die straks de Friezen vertegenwoordigt.

Arno Brok, bejubeld bij benoeming. Arno Brok, commissaris van de Koning (CvdK): voorzitter van de Staten; voorzitter en lid van GS; houdt toezicht op openbare orde en veiligheid, is coördinator bij rampen; waakt over bestuurlijke integriteit en bevordert samenwerking in de provincie; adviseert de regering over het beleid ten aanzien van een provincie en geniet daarnaast een ceremoniële rol. Ik zeg, hij is het gezicht van de provincie.

In artikelen in de Leeuwarder Courant pal voor kerst over de aanstaande commissaris van de Koning vallen me een paar zaken op. Op de LC- voorpagina na bekendmaking, staat een ‘analyse’ met daar in provinciale politici die heel hard piketpaaltjes slaan. Welkom voor Brok, maar vooral “Denk-niet-dat-u-ook-maar-iets-te-zeggen-heeft-, wij-hebben-de-macht’ teksten, alsof Arno Brok de tekst van de volledig in de twee Rijkstalen opgestelde vacature nog niet helemaal gelezen of begrepen heeft. ‘t Friesch Dagblad doet wat pluriformiteit vermag en signaleert grappig genoeg een positieve, verwelkomende toon in diezelfde Staten. Wie oh wie is er waarom in alle staten?

Maizena tijdens antwoorden uit Dordt

Opvallender vond ik het interview met Arno Brok in dezelfde Leeuwarder Courant (al sinds 1752 verschijnend onder die mooie Nederlandsche naam) onder de kop Ik wol de maizena wêze“. Ik ben in verwarring: inleiding en vragen in het Nederlands, antwoorden van Brok in het Fries. Waarom deze dubbele weergave en waarom Brok in het Fries? Ik mail met z’n woordvoerster in Dordt en ga ondertussen aan de slag met maizena, waar Brok zo van is, want hij wil de maizena van Friesland zijn.

Schrijvers van foodblogs vallen met de deur in m’n digitale huis dat ‘iedereen wel zo’n pakje heeft staan’. Het door Amerikanen verzonnen, uit mais verkregen bindmiddel en door Unilever ingelijfde product schijnt nog steeds populair. Niet voor mij, ik heb er nooit wat mee gehad. Het nadeel, zo verneem ik van menig kok en foodblogschrijver, is dat maizena niet het ideale bindmiddel blijkt; het bindt bijvoorbeeld zure gerechten noch koude sauzen en is minder geschikt voor stoofschotels, want het mag niet langdurig aan de kook geraken.

Na een week wachten op Dordtse antwoorden (het is druk met oud en nieuw) en een duidend telefoongesprek nadien met een woordvoerster die m’n vragen eerst niet relevant acht, is er tenminste duidelijkheid. Het hele gesprek met Brok is in ‘t Fries gegaan, waarbij Brok de taal heeft gevolgd van de vragensteller. Om woordvoerster te citeren: “Als de vragen daadwerkelijk in het Nederlands zouden zijn gesteld, had de heer Brok ook in het Nederlands geantwoord. U kunt er dus vanuit gaan dat de vragen in het Fries gesteld zijn. Dat de Leeuwarder Courant de vragen in het Nederlands afdrukt, is een keuze van de krant.”

Mengeling van redactiestatuut en praktijk

Ik vraag ‘t de krant: waarom die tweespalt in de weergave en – als Brok antwoordt in de taal die de vragensteller hanteert – waarom doet u dat, wetende dat Brok chef is voor alle Friezen en zelf geen geboren Fries? Ik leg het voor aan de verslaggever in kwestie, Willem Bosma, die per mail adequaat met het volgende antwoord komt.

(Bosma:)-1. De weergave van het vraaggesprek is conform het taalbeleid van de redactie. De voertaal van de redactie is in het algemene gedeelte van de LC Nederlands, met dien verstande dat mensen die Fries of een Fries streekdialect spreken worden geciteerd in die taal. De grondslag voor die keuze ligt besloten in de redactionele uitgangspunten van de LC, waarvan de bevordering van de ontplooiing van het Fries expliciet onderdeel is.

Vanzelfsprekend heb ik het gesprek met Brok in het Fries gevoerd, maar dit geldt evenzeer voor contacten met heel veel andere mensen in de provincie – die wel in het Fries worden geciteerd, terwijl de context in het Nederlands wordt afgedrukt.

2. Ervan uitgaande dat je tweede vraag betrekking heeft op mijn keuze in het Fries met Brok te converseren: in lijn met de redactionele praktijk is bij dit besluit inzicht in de taalkeuze van de geïnterviewde leidend geweest. Brok spreekt Fries met mensen die van huis uit Friestalig zijn – met mij doet hij dat al zo’n twintig jaar. De redactie treedt niet in zijn keuze.(einde quote Willem Bosma).

Terwijl ik het toch van woordvoerster in Dordt net andersom begreep; had Bosma het gesprek in het Nederlands aangevangen, zou Brok in het Nederlands hebben geantwoord. Verslaggever Bosma in Leeuwarden maakt zijn antwoord boeiend voor mij als hij het volgende aan z’n mail toevoegt:
“Stukje opinie van mij: a. Het lijkt mij niet relevant wat Broks moedertaal is. Als commissaris zal hij zich maar weinig van het Nederlands bedienen, is mijn prognose. b. Of hij daarmee miskent CvdK van alle Friezen te zijn, lijkt me discutabel. Het ambt is per slot van rekening geen commerciële functie, waarin je jasje moet wapperen naar de wind.” Was getekend, Willem Bosma.

Krampachtig

Het lijkt mij relevant wie je wilt bereiken.; de waarde van de boodschap van de nieuwe CvdK zou voor mij groter zijn dan het bereiken van de Friestaligen (waarmee ik niet in het minst wil suggereren dat zij die zich niet van het Fries bedienen, deze taal niet machtig zijn).

Dat je als verslaggever aanneemt dat de CvdK zich voornamelijk van het Fries zal bedienen, vind ik nogal wat…en, ik heb toch niet gesuggereerd dat Brok miskent van alle Friezen te zijn als hij slechts Fries zou spreken? Wellicht is je de zinsnede in de profielschets ontgaan dat de CvdK boven de partijen dient te staan. Waar ik aan toevoeg dat je dat ‘t best bereikt als je in staat bent, je respectvol te verstaan met een ieder…en constateer dat het krampachtig vasthouden aan ‘zoveel mogelijk Fries in de grootste krant van dit stukje land, eerder belerend dan constructief overkomt. Ik verwijs naar uw krant van zaterdag jl. waarin Pieter Bergstra betoogt dat ‘t huidige Fries meer een dialect is dan een taal.

Snobisme en revolutionaire tijden

Tot slot. Het ambt is zeker geen commerciële functie, hoewel een commissaris (en zeker van deze Koning en regering) gerust een gezond ondernemend hart en instinct mag hebben, want onze markteconomie is tot wij haar inruilen voor iets anders of beters, de pijler van onze welvaart. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in de uitgebreide profielschets voor de komende CvdK het woord ‘economie’ frequent de revue passeert, niet in het minst daar waar van de CvdK verwacht wordt dat hij zich inspant voor versterking er van.

De suggestie dat je in een commerciële functie je jasje altijd naar de wind laat wapperen, is snobistisch en aanmatigend, zeker naar hen met zo’n jasje, bevestigt onbegrip en schetst het nu hulpeloze beeld van  ‘n verslaggever van onze Courant die meent de waarheid in pacht te kunnen hebben.
Het wordt tijd om het vaker over de werkelijke uitdagingen voor Friesland en het noorden te hebben: hoe behouden (of verbeteren) we welzijn en welvaart voor een ieder in deze zeer sterk veranderende en deels zelfs revolutionaire tijden. Dat vereist fundamenteel gesprek met aansluitende maatschappelijke, politieke keuzes en dus ook substantiële relevante media- aandacht.