Geluk is niet te koop

De politieke onderhandelaars op de Tweebaksmarkt hebben hun ei gelegd en ik heb het resultaat van hun wikken en wegen even laten bezinken en in de LC gelezen over de onderhandelingen. Oh oh, wat een geregisseerde openheid. Het gelul over geluk in het bestuursakkoord zat me behoorlijk dwars. Nu weet ik waarom.

Na de Provinciale Statenverkiezingen had ik een somber gevoel. De enorme opkomst van Forum voor Democratie verbaasde me niet, maar baarde des te meer zorgen. Mijn democratische verstand vertelde dat iedereen moet kunnen meeregeren, maar m’n hart verzette zich heftig. De gedachte dat mensen die een naar mijn idee fascistoïde partijleider achternalopen hier mede de dienst gaan uitmaken, maakte me niet gelukkiger.

Maar het partijkartel koos voor elkaar en daarmee sloeg de angst pas echt toe. Naar mijn overtuiging had er ondubbelzinnig gekozen moeten worden voor een zo duurzaam mogelijk beleid, omdat de urgentie van de klimaattransitie en alles wat daarmee samenhangt torenhoog is. (Zie mijn blog over het Leitmotiv voor Friesland.) Sander en Sietske hadden en hebben daar geen last van, maar zagen wel donkere wolken hangen. Mooi die macht, maar het moet leuk blijven. Hoe zorg je voor een goeie bliksemafleider die voor de bühne duidelijk maakt dat je de zorgen rond het klimaat begrijpt? Inderdaad, je laat de Partij van de sociaaldemocratische Armoede toe in je college en splitst hun de lastige portefeuille in de maag. Opgelost. Het partijkartel blij en Forum voor Democratie ook, want zij kunnen vier jaar lang schoppen en blèren dat het een aard heeft.

Na een paar maanden onderhandelen, lag er een geweldig resultaat onder de titel Geluk op 1 op tafel. Godallemachtig dacht ik. Ik weet dat uit onderzoek is gebleken (Fries Sociaal Planbureau) dat Friezen gelukkig zijn; maar om dat als doel van politieke ambitie te benoemen? We zijn armer dan elders in dit land, maken meer gebruik van sociale voorzieningen, hebben 13,4 procent laaggeletterden, maar ach….We voelen ons verbonden, we hebben onze mienskip, we zijn de fijnste woonprovincie van het land, dus wat geeft het allemaal? Waar streeft de provinciale politiek de komende vier jaar naar? Naar behoud van wat er is. Niets minder en vooral ook niet meer.

Het klimaat kan aan het gas, na ons de zondvloed. De boeren dorsen voort op de veenweide, de grond onder onze voeten verdort en verdroogd, we blijven produceren voor de hele wereld omdat de Rabobank geen ander verdienmodel kan verzinnen, we hebben lak aan het idee van lusten en lasten in energietransitie, tienduizenden laaggeletterden hebben nog steeds geen perspectief, de gemeenten laten we verzuipen in hun sociale domein…om over verbetering van de fysieke leefomgeving maar te zwijgen. Terwijl dat toch de inzet is van de nieuwe Omgevingswet, waarmee de provincie een prachtig instrument in handen heeft voor duurzame transities en herinrichting van ons Friese landschap.

Visie, regie en leiderschap om het majeure thema klimaat regionaal vorm en inhoud te geven, zitten op de achterbank van deze coalitie, wat zeg ik, ze liggen in de kofferbak. Nee, ons Geluk staat op 1, we trekken er volgens persberichten van het bestuursakkoord zelfs 180 miljoen extra voor uit zo lees ik:Friezen blijven de komende jaren de gelukkigste inwoners van Nederland. De nieuwe coalitie van CDA, PvdA, VVD en FNP heeft dat doel centraal gesteld in het vandaag gepresenteerde bestuursakkoord. De provincie zet er op in om de sterke sociale structuren, de sociale gelijkheid en de leefbaarheid verder te stimuleren, want die dragen bij aan de brede welvaart die Fryslân kenmerkt. Hierin willen de partijen 180 miljoen euro investeren, bovenop de reguliere begroting. Dat klinkt fijn zeg! De term ‘laaggeletterd’ komt nota bene wel voor in de inleiding van het akkoord, maar verder is er geen letter over te lezen. Wat stelt die sociale gelijkheid en brede welvaart dan voor? We laten al jaren op z’n minst tienduizenden mensen in Friesland in de steek en bieden ze geen enkel perspectief. Je weet dat het zo is (onderzoek Partoer 2016 in opdracht van provincie Fryslân), maar legt die kennis in de la. Ook dat is de mienskip van Sander, Sietske, Johannes, Douwe en Avine. Kom op joh, laaggeletterd zijn is toch niet zo erg? Als je maar gelukkig bent!

Geluk op 1? Mijn geluk is van mij, daar kan de politiek niets aan veranderen, niets aan bijdragen. De ene helft van geluk is genetisch bepaald en aan de andere helft kunnen Sander en Sietske niets veranderen. Ga besturen, toon lef en leiderschap. Mijn geluk is niet te koop, noch te geef. Een ander kan jou je geluk niet aanreiken, kan het niet met een subsidietikkie voor je betalen. Je zult je geluk zelf moeten vinden en leren vasthouden en daar is ieder mens voor die ene helft zelf verantwoordelijk voor.

Een hek om Nederland, te beginnen bij Friesland

Ik lees in @LC dat het CDA vindt dat wolven hier niet thuishoren. Niet in Nederland, zeker niet in Friesland. Brussel moet de regels aanscherpen, zodat ‘we’ op kunnen treden tegen deze sluipmoordenaar.

Mijn gedachte gaat uit naar een hek om Nederland, te beginnen om Friesland. En mocht er toch een wolf door of onderdoor komen, zetten we hem of haar zonder pardon uit.

Leitmotiv Fryslân: circulaire economie

Marijke Roskam krijgt als nieuwe “chef” van de provinciale Partij van de Arbeid 2 pagina’s in de krant @LC. Het mediaal masseren is gestart, de verkiezingen van maart 2019 zijn begonnen. Mooi zo. Verkiezingen betekent keuzes maken.

Tegenwoordig zijn iedere week wel opiniestukken van provinciale politici te vinden bij de Ingezonden Brieven en op de Opinie/Te Gast- pagina van de Leeuwarder Courant. Kennelijk vinden ze aan de Leeuwarder Tweebaksmarkt dat ze meer moeten zenden of te weinig worden gehoord.  Vorige week was het provinciaal PvdA- fractievoorzitter Remco van Maurik, die een democratische lente aankondigde. Niet het traditionele domein van die partij, maar je moet wat als je al een paar jaar in de touwen hangt en mediatijger Roskam in je nek hijgt. Het treft dat D66 provinciaal ook hijgend langs de zijlijn staat.

Sinterklaas is al geweest

Het zou goed zijn, betoogt Van Maurik dat de Staten in de komende maanden en voor de verkiezingen met instemming van alle partijen een hoofdlijnenakkoord bereiken over wat in de komende vier jaar door de nieuwe Gedeputeerde Staten uitgevoerd moet worden. Daarna volgt een verlanglijstje van de bekende partijpunten. Het moest nog Sinterklaas worden en keuzes maken kunnen politici niet. Angst voor de kiezer die jou toch niet mist.

Marijke Roskam doet hetzelfde. In de gezellige context van een ons-kent-ons-gesprek mag ze als beoogd “chef” (hoezo chef, kent u die benaming?) haar resultatenlijstje benoemen voor de komende jaren. Het Roskam-dictaat aan haar partijkader: Arbeid für Alle. Energietransitie. Veenweidegebied.

Keuzes maken

Volgens mij is er slechts één Leitmotiv denkbaar. Het centrale thema voor op z’n minst de komende acht jaar waar de rest van het provinciale beleid consequent aan getoetst moet worden. Wat de inzet is naar jezelf en naar anderen. Leitmotiv, het wederkerende karakteristieke motief met symbolische betekenis. Het Leitmotiv voor Friesland / Fryslân en inzet van de verkiezingen: circulaire economie.

Durf te kiezen. Zet consequent in op voortdurende verduurzaming op ieder aspect van leven, wonen en werken, van mens en milieu. Niet dogmatisch, niet opgelegd, nee, open, actief, onderzoekend, zelfbewust, gewogen, inhoudelijk getoetst, intrinsiek gemotiveerd. Stappen zetten waar we kunnen, concreet maken. Met dat Leitmotiv kun je elkaar bevragen: hoe doen we het, wat vind jij, doe je mee, kun jij me helpen, wat kunnen we voor elkaar betekenen?1

Ambitieus? Zeker. Het voordeel is dat niemand het zaligmakende antwoord heeft, circulaire economie is nieuw en allesomvattend. Samen krijgt diepgaand en kwetsbaar betekenis, wij, jij en ik. Zonder ambitie naar een circulaire economie is elke andere ambitie vergeeld voor de verf is opgedroogd.

(1964, Bob Dylan) The times, they are a changing

#

 

Douwstra’s droom maakt dialoog en erkenning waterbelang noodzakelijk

In de @LC van afgelopen weekend een monoloog van wethouder EZ en Verkeer Friso Douwstra. Zijn het flarden infra- dromen of de aanzet tot collegebeleid in de komende paar jaar? Dromen zijn bedrog schreef Borsato al en voor een infrastructurele visie is dialoog noodzaak. Net als water.  

Een non-stop spoorlijn tussen Leeuwarden en Amsterdam, een aquaduct onder ‘t Van Harinxmakanaal, de verkeersader van De Hemrik doortrekken naar de Wâldwei. … zomerse dromen van een politicus, al weerspiegelen z’n hardop uitgesproken droomflarden de uitgangspunten van het huidige collegeprogramma.

Behendig morsen op het viltje

Spontane en natte dromen kent Douwstra niet als politicus en partijman. En hij is droog, zo droog als Sahara-zand. In z’n hele infra-monoloog komt de betekenis en het belang van water vrijwel niet voor. En dat voor een Fries in hart en nieren; ook hij lijkt vergeten dat water in brede betekenis de geschiedenis en ontwikkeling (van economie, landbouw, recreatie, veiligheid, leefbaarheid, cultuur) in de regio heeft bepaald en zal blijven bepalen. Behalve in z’n mijmering over “een deel van het Friesland Campina- verkeer dat wel over het kanaal zou kunnen gaan”, hoor ik Douwstra niet over water. Dat ene Friesland- Campina druppeltje morst hij trouwens wel heel toevallig op z’n eenzijdige vrijdagse verhaalviltje.

Water leeft

Hoe groot de kansen en impact van water zijn, lijkt niet bij hem door te dringen, is hem nog niet aangereikt, wordt bewust genegeerd om spagaten te voorkomen of omdat hij anderen niet voor de voeten wil lopen. Er speelt immers provinciaal een pittige discussie over de toekomst van onze te verbreden vaarwegen voor het beroepsverkeer. Is de uitkomst dat we straks een paar uitzonderlijke natuurgebieden verwoesten of liever niet; vestigen we een transport-hub op een locatie waar weg, spoor en water samenkomen en Friesland de soepele schakel wordt tussen Duitsland en Rotterdam; versterken we ook eindelijk de verbindingen van havenstad Harlingen naar elders; hechten we belang aan de gedane infra- investeringen voor de waterrecreatie in Friesland, aan doorgaande en veilige recreatieve verbindingen en hechten we vanuit veiligheid daadwerkelijk belang aan de scheiding van beroepsvaart en recreatievaart? Zomaar wat vragen vanaf het water, de complexe en verbindende component die Douwstra’s droom kan aanvullen en Friesland leefbaar houdt. U weet: zonder water geen leven.

Agendasetting en dialoog

Ook in de groter geworden gemeente Leeuwarden is een visie op water (nog los van thema’s als  waterbeheer en waterzuivering) relevant: hoe bereikbaar wil Leeuwarden zijn voor de beroepsvaart, wat zijn de consequenties van het voor de grotere containervaart geschikt maken van het Van Harinxmakanaal, welke rol speelt water- en watergebonden recreatie in onze gemeente en in de relatie tot Friesland, onderkennen we het majeure belang van water- en locatiegebonden bedrijven als Friesland Campina en Koninklijke Koopmans? En hoe geven we dat dan vorm en wanneer gaan we wat doen?

Douwstra is agendasetter pur sang en de krant stelt hem zonder kritische vragen in staat zijn boodschap te brengen aan het begin van dit ‘parlementaire jaar’. Het maakt ook kwetsbaar, want de opmerking dat de stad er fijn bij zou liggen voor auto’s, vraagt om reactie. Douwstra verzeilt kennelijk nooit in de dagelijkse congestie van blik en uitlaatgassen tussen Drachtsterweg en Centrale. Leuk al die torenhoge ambities van een politicus naar vooral de komende decennia. Fijner nog zou het zijn als de wethouder de concrete infrastructurele plannen van het college voor de komende paar jaar concreet op rij zet.

Bevlogenheid en leiderschap

Dialoog kan daarbij helpen. En als de LC kennelijk zonder herkenbaar beschreven aanleiding een wethouder de ruimte wil geven te dromen zonder journalistieke, kritische vragen, dan weet ik nog wel een paar andere mensen die hun goed begrepen (eigen)belangen willen ventileren. En dat kan weer ‘n prima bijdrage leveren aan de door dit college gewenste dialoog zoals zij zo beeldend en verwachtingsvol opschreef in haar programma ‘De Kracht van Samen’:

“We willen de dialoog met de samenleving versterken en staan open voor nieuwe vormen van samenwerking. Als we durven te vertrouwen op de kracht, bevlogenheid en het leiderschap van mensen zelf, komen we tot oplossingen die werken.”

Niek Donker, 4 september 2018

 

 

 

 

Toerisme Friesland 4.0: Het Witte Botenplan

Van A naar B; met de Witte Boot van Abbegaasterketting naar Rottevalle

Het Friese fundament verdient een integrale investering in mienskip, innovatie, werkgelegenheid en duurzaamheid. Toerisme 4.0: investeer, innoveer en profiteer van het Friese water. 

Friesland heeft de mooiste, beste, meest uitgestrekte en meest fijnmazige regionale waterrijke cultuur en infrastructuur van Nederland, met navenante rijke historie van scheeps- en jachtbouw, ambachten, beurtvaart, handelsvaart, zeevaart en watersport. Van Rottevalle tot Lemmer, van Oostmahorn tot Harlingen, je kunt (bijna) overal komen, van overbekende en populaire locaties als het Sneekermeer tot aan minder bekende, maar prachtige cultuurhistorische charmeplekken als Allingawier. We hebben de afgelopen decennia weer honderden miljoenen provinciaal en gemeentelijk overheidsgeld geïnvesteerd in meer en betere waterverbindingen en verbetering van faciliteiten. De vraag is: wat doen we verder?

Hier ligt de Zee, daar is het water

Ondertussen verandert het aantal traditionele watersporters, is er een omslag van eigendom naar gedeeld bezit, worstelen we met de vraag hoe we ons werkende ecosysteem inclusiever kunnen vormgeven en bezinnen we ons op de vraag hoe de mienskip te verstevigen en krimp om te zetten in kansen. En we geven miljoenen uit aan de grootste reclamecampagne sinds tijden, Culturele Hoofdstad LF2018 waarbij we hopen dat de nalatenschap ons veel meer gaat opleveren dan het moois en goeds van dit jaar. Investeren in de toekomst van waterrijk Friesland loont in veel opzichten.

Tresoar’s Bert Looper pleit in Hier ligt de Zee voor meer cultuurhistorisch toerisme in Fryslân en ik kan me daar heel veel bij voorstellen. Fryslân is veelomvattend verrassend, het biedt ons al jaren rust, inspiratie en plezier, het is optimaal genieten zonder veel tijd onderweg te zijn en het brengt ons varend, fietsend en wandelend dichter bij de schoonheid en rijkdom van m’n eigen omgeving.

Innoveer watertoerisme

Het is altijd zaak te blijven vernieuwen. Tijd dus voor het Friese Witte Botenplan (inderdaad, met sympathie voor de Amsterdamse bedenkers gejat). Dit is ook een plan dat veel verder gaat dan z’n fietsen-oorsprong. Met overheden, onderwijs en ondernemers is het Friese Witte Botenplan te verheffen naar een inclusief en duurzaam plan om een vloot innovatieve, duurzame, recreatieve huursloepen en -jachten te bouwen, te onderhouden en te verhuren op allerlei locaties in Friesland met een netwerk van halers en brengers om de Witte Boot overal in Friesland te kunnen benutten en dus niet alleen op louter commercieel interessante plekken, zoals nu het geval is. Met de netwerken van fiets- en wandelpaden in de provincie, kunnen we direct mooie koppelingen maken, het organisatorische deel er van is verankerd bij het Recreatieschap Marrekrite. We hebben het allemaal: laten we het versterken.

We hebben de waterrijke infrastructuur, de kennis, het vakmanschap, de productielocaties; we hebben mensen genoeg en zien onszelf graag als innovatief, duurzaam en eigenzinnig. Water zit net als transport in de genen, we hebben naast klassieke vereisten als ontwerpkennis, constructie, botenbouw, logistiek en planning ook slimme technologen, een fijnmazig waterrijk en cultuurhistorisch boeiend netwerk van vaarwegen, waterwerken, buurtschappen, dorpen en steden om van volop te genieten; alle voorwaarden zijn er, dus we kunnen aan de slag. Friesland dat het verhaal en de betekenis van het water vertelt en openbaart, iedere dag, ieder moment van het jaar. Een heerlijke historie met een grote culturele diversiteit.

Huidige verhuur vloot ’n beetje treurig

Nee, niet piepen dat iets niet kan of mag, nee, gewoon over je eigen bestaande muurtje stappen om samen iets unieks en groots te doen dat volledig ten goede komt aan onszelf in alle uithoeken van deze machtig mooie provincie. Bijkomend voordeel is dat huurvloot anders bekeken en gewaardeerd gaat worden en er meer vernieuwd kan worden, want in vorm, uitvoering en duurzaamheid bezien is het voor het overgrote deel treurig gesteld met de huurjachten op het Friese water.

Het idee is iets te bieden dat er nog niet is en waarmee we meer mensen op een moderne manier in Friesland kunnen laten vertoeven. Een manier om niet alleen “toeristen” iets unieks te bieden dat er nog niet is: wie nu een boot huurt moet altijd vanuit een handige locatie een rondje bedenken om weer op de huurplek uit te komen. Maar behalve “toeristen” kunnen we juist ook meer Friezen kennis te laten maken met alles dat aan ons water gelegen is. Ja, het is ook een kans om mensen die nooit op vakantie kunnen gaan, iets te bieden uit een gemeenschappelijke pot naar rato van inkomen. Ik weet uit jaren zeilschool-ervaring waarbij wij de kans hadden via een aanpalende stichting mensen financieel bij te staan en vakantie voor kinderen mogelijk te maken, hoe ongelooflijk veel zoiets in een mensenleven kan betekenen. Vakantie doet iedereen goed, maar doe het dan vooral lekker in je eigen omgeving.

Draag bij aan het eigen fundament

We leggen met het Friese Witte Botenplan onszelf de eis op dat we alles van het hele plan zelf doen en het onszelf en onze omgeving gunnen. Versteviging van het Friese fundament begint bij onszelf en geld lokaal en regionaal uitgeven. Vraag je niet af wat het plan kan tegenhouden, maar bedenk hoe je deze heerlijke Friese droom omzet in realisatie.

In het licht van deze tijd: u mag met het plan aan de slag. Doe het en doe het goed: van en voor Friesland. Wij & het water.

 

@LF2018: van Leeuwarder pleinen naar Allingawier

Allingawier: de verfrissing van het weidse Friesland, charme van Friese dorpen aan het water, varend erfgoed naast ‘t bruggetje. Van opening op de Leeuwarder pleinen tot het Friese Museumdorp Allingawier: mijn cultuur @LF2018. 

Het landschap is het landschap waar ik ooit verliefd op werd, zeilend en bomend tussen rietkragen van dorp naar dorp. God verdween volgens Geert Mak ondertussen uit Jorwerd en waterkantse rietkragen ondergingen in dezelfde tijd hun lot, weggedrukt door toenemende recreatie en pragmatische beslissers die dol bleken op het stapelen van basaltblokken. Gelukkig keert het riet steeds weer vaker terug tussen de blokken. Het tempert de harde kanten van het gestapelde, het verfraait m’n blik op de wereld, het wuift me toe, buigt het hoofd in harde wind en blijkt iedere keer weer ongeknakt overeind te kunnen komen. Veerkracht.

Dit weekend opent LF2018, Culturele Hoofdstad. Al dagen wordt er om me heen gebouwd, gerepeteerd, belicht en het openingsweekend is gesprek van de dag. Gisteravond genoot ik van het luisteren naar verhalen op tal van plekken in de stad die mijn stad is. De stilte om te luisteren ervaar ik niet iedere dag, zo middenin mijn stad. Onderweg van hartje Leeuwarden naar een keukentafelgesprek over windmolens passeer ik Allingawier en besluit er daarom op de terugweg te stoppen om te genieten in het Museumdorp dat het verhaal van Friese voorvaderen verteld als onderdeel van de Aldfears Route. Een kwartiertje luisteren naar de stilte van dit moment in de stegen, te staren op het bruggetje en de Friese weidsheid te ervaren met het varende erfgoed aan de wallekant met even verderop rietkragen die niet gehinderd door basaltblokken tot wasdom zijn gekomen.  Aan het nieuwe restaurant wordt de laatste hand gelegd, historie blijkt een springlevende idylle. Ook Allingawier is klaar voor 2018.

Terug in de schoot van de hoofdstad laveer ik tussen kabels en het podium voor de Harmonie, het skutsje ligt verlicht te wachten op haar hoog bezoek voor vanavond. Zouden al die geëerde gasten wel eens van Allingawier gehoord hebben?

 

 

 

 

Bestuurlijk lef @provfryslan gevraagd

Gistermiddag besloot Gedeputeerde Staten @provfryslan zoals verwacht dat Reduzum definitief geen nieuwe windmolen mag bouwen. Angst voor precedentwerking? De mienskip van ‘t dorp en het succes van kleinschaligheid lijken ter ziele.  

Reduzum wil de twintig jaar oude windmolen vervangen door een nieuwe. Logisch verhaal om rendement te behouden voor alle inwoners, verenigingen, het dorp en de directe omgeving. Nee, mag niet, zegt GS wederom, het zou een precedent scheppen. Draagvlak? Niets mee te maken. Dorp dat zichzelf bedruipt? Jammer, u accepteert het maar. Ook de gemeente #Leeuwarden steunt Reduzum, maar ook dat mag niet baten. Snapt u het?

Maximaal draagvlak in het dorp dat middels een stichting eigenaar is van de molen en goed z’n huishoudboekje verzorgt; gezamenlijkheid en financiële zelfstandigheid ten top. Niets mee te maken. Wij, wijze mannen en vrouwen van Gedeputeerde Staten, wij weten wat goed is voor u, inwoners van Reduzum en alle andere dorpen, wijken en steden van Friesland: en dat zijn grootschalige parken in het IJsselmeer, aan de kust van waterrecreatieprovincie Fryslân, geëxploiteerd in een commerciële onderneming waar wij als overheid mede in investeren en – als het goed is- rendement uit halen. Dus mag u niet voort gaan op de meest logische kleinschalige weg die past bij uw dorp.

Beste bestuurders, voor u is mega machtig, voor veel mensen biedt juist kleinschaligheid comfort in hun leefomgeving. Is er iemand die begrijpt waarom Reduzum z’n nieuwe molen niet mag bouwen?

Samen zijn we Friesland

Angst voor precedentwerking is begrijpelijk en vraagt vooral om bestuurlijk lef en inzicht. Een instelling van ‘ik weet nog niet hoe we er samen uit kunnen komen, maar ik wil met u zoeken naar een oplossing’.  Bestuurders kunnen ook kijken of dit nu juist niet het ideale moment is om een doorbraak te forceren, door te kijken naar nieuwe ontwikkelingen in de windmolenindustrie die beter inpasbaar zijn in dorp en stad en tegemoet komen aan de plaatselijke behoefte. Geen deuren dichtslaan om draagvlak te vermorzelen, maar juist de tijdsgeest begrijpen en meebewegen. Niet een incidentele ontheffing verzinnen, maar een duurzame oplossing bereiken: er zijn meer ‘Reduzums’.

Als ergens energietransitie twintig jaar geleden al is ingezet, dan is het in dorpen als Dearsum en Reduzum. Doorzetten dus! Het is van de zotte dat een paar mensen star blijven volhouden in het nemen van besluiten die zo tegen de geest van deze tijd in gaan. Steun Reduzum en ieder ander dorp dat vecht voor z’n mensen, z’n voortbestaan en zelfstandigheid. Het gaat niet om Reduzum, het gaat om ons. Samen zijn we Friesland.

Bauke en Jacob van It Moaiste fan Fryslân missen de boot

Architecten Bauke Tuinstra en Jacob Borren van It Moaiste fan Fryslân verdienen een pluim omdat ze ons aan het denken hebben gezet over Friesland en toch missen zij de boot. Een goed initiatief verdient een puike aanvulling. Dus beste Bauke en Jacob, beste juryleden Jannewietske, Claudy, Cilly, Jan en Sandra,

We leven, wonen, werken in de mooiste en meest waterrijke provincie van ons land. We dromen water, we hebben water omarmd en opnieuw uitgevonden. Steden, dorpen en gemeenschappen zijn ontstaan aan en dankzij water omdat het de verbinding vormde voor mens, dier en goederen. Er is vrijwel geen spoortje provincie waar het water niet haar sporen heeft nagelaten, landschappen heeft gevormd en ons, bewoners heeft beïnvloed.

Watertechnologie en Woudagemaal

Van het voormalige zilte nat van de aloude Middelsee tot meanderende sloten en wateren die we in de loop der eeuwen hebben rechtgetrokken omdat dat we meenden dat het de vooruitgang was, dat water heeft u benoemd en in uw selectie gewaardeerd en da’s mooi om te zien. We zijn de provincie met ‘s lands meeste gemalen, duizend in getal en we hebben water tot technologie en economische pijler gevormd en met het Leeuwarder Centre of Expertise Water Technology met onder andere Wetsus en Wateralliantie water tot thema van nieuwe internationaal te vermarkten kennis gemaakt.

Iconisch verheft zich onderwijl het Woudagemaal aan de oevers van het IJsselmeer bij Lemmer. Aangedreven door oude vertrouwde technologie van machtig stoom ons reddend als het water ons, onze voeten en onze landbouw te dol wordt en geflankeerd door een architectonisch fraai vormgegeven bezoekerscentrum waarmee dit Unesco Werelderfgoed en het verhaal van onze Friese watergeschiedenis prachtig tot z’n recht komt en dus had minstens dit gemaal ook in uw selectie moeten staan.

Bevroren water en beurtvaart

U en wij bewieroken de Elf Steden, die slechts de befaamde elf zijn als het verbindende water bevriest en schaatsende bikkels in alle vroegte starten om ons en de rest van Nederland haar mooiste schaatsevenement te schenken. En als het water dan weer ontdooid en het seizoen daar is, gaan we varen, zeilen, suppen, roeien, kanoën, met bootjes op vakantie en genieten we (sloep)varend van steeds meer en mooiere routes langs de fraaiste, oudste en natuurlijke landschappen en monumentale en hypermoderne gebouwen aan ‘t water. Die rijke watersporttraditie van pleziervaart raakt natuurlijk direct die andere exponent van beeldbepalend voor waterrijk Friesland en Friese historie en cultuur, de oude beurtvaart, de visserij en ander noest en zwaar leven en werk op en over water en dan mag ik in deze adem gerust ook het skûtsjesilen noemen.

Of het professioneel is en was of voor het plezier, alles dat het begrip boot is, bracht in de voorbije eeuwen een rijke cultuur van ontwerpen, bouwen en varen in Friesland dat zich zo mooi manifesteert aan het water. Niet voor niets is ook nog eens juist hier het fenomeen zeilschool tot ongekende hoogten gestegen, waardoor wij generaties Nederlanders leerden zeilen, die daarmee ambassadeurs van onze provincie werden. Alles bij elkaar vormt alles dat vaart een zeer diverse, omvangrijke pijler onder onze Friese historie, onze cultuur en onze economie met veel lokale kennis en werkgelegenheid en internationale uitstraling en vermaardheid.

De boot missen, is ‘m ontkennen

Dus waarom, beste bedenkers en juryleden, mist uitgerekend u de boot? Waarom heeft u niet voorgesteld dat het Moaiste fan Fryslân op z’n minst vertegenwoordigd had moeten zijn in een (type) schip, een jacht, een boot, als metafoor voor alles dat zij vertegenwoordigt? Of dat ‘n skûtsje moet zijn, een Lemster aak, Zestienkwadraat, tjotter of het Statenjacht, ik had met waardering uw keuzes kunnen billijken, wetende dat kiezen wreed kan voelen.

Bied de ruimte om het object ‘boot’ toe te voegen aan uw lijst, want zelfs als toevoeging of suggestie naar ons heb ik het niet kunnen ontwaren. Laat LF2018 naast alles ook een watercultureel jaar zijn waarin schepen, boten en jachten, hun betekenis, herkomst en toekomst voor Friesland als vanzelfsprekend niet ontbreken!

Laat weten welke boot u mist:

Tjotter van Holtrop van der Zee, Joure

De tjotter Albert en Nelly, in 1891 gebouwd door Eeltje Holtrop van der Zee in Joure.

 

 

Arno Brok: maizena in ‘t Fries of…het snobisme van de krant

2017: Friesland krijgt een nieuwe chef, Arno Brok. Van harte en welkom. De LC- verslaggever gaat er vanuit dat de nieuwe commissaris vooral Friestalig z’n ding doet. Aanleiding voor dit blog is een Fries- Nederlandstalig interview met de man die straks de Friezen vertegenwoordigt.

Arno Brok, bejubeld bij benoeming. Arno Brok, commissaris van de Koning (CvdK): voorzitter van de Staten; voorzitter en lid van GS; houdt toezicht op openbare orde en veiligheid, is coördinator bij rampen; waakt over bestuurlijke integriteit en bevordert samenwerking in de provincie; adviseert de regering over het beleid ten aanzien van een provincie en geniet daarnaast een ceremoniële rol. Ik zeg, hij is het gezicht van de provincie.

In artikelen in de Leeuwarder Courant pal voor kerst over de aanstaande commissaris van de Koning vallen me een paar zaken op. Op de LC- voorpagina na bekendmaking, staat een ‘analyse’ met daar in provinciale politici die heel hard piketpaaltjes slaan. Welkom voor Brok, maar vooral “Denk-niet-dat-u-ook-maar-iets-te-zeggen-heeft-, wij-hebben-de-macht’ teksten, alsof Arno Brok de tekst van de volledig in de twee Rijkstalen opgestelde vacature nog niet helemaal gelezen of begrepen heeft. ‘t Friesch Dagblad doet wat pluriformiteit vermag en signaleert grappig genoeg een positieve, verwelkomende toon in diezelfde Staten. Wie oh wie is er waarom in alle staten?

Maizena tijdens antwoorden uit Dordt

Opvallender vond ik het interview met Arno Brok in dezelfde Leeuwarder Courant (al sinds 1752 verschijnend onder die mooie Nederlandsche naam) onder de kop Ik wol de maizena wêze“. Ik ben in verwarring: inleiding en vragen in het Nederlands, antwoorden van Brok in het Fries. Waarom deze dubbele weergave en waarom Brok in het Fries? Ik mail met z’n woordvoerster in Dordt en ga ondertussen aan de slag met maizena, waar Brok zo van is, want hij wil de maizena van Friesland zijn.

Schrijvers van foodblogs vallen met de deur in m’n digitale huis dat ‘iedereen wel zo’n pakje heeft staan’. Het door Amerikanen verzonnen, uit mais verkregen bindmiddel en door Unilever ingelijfde product schijnt nog steeds populair. Niet voor mij, ik heb er nooit wat mee gehad. Het nadeel, zo verneem ik van menig kok en foodblogschrijver, is dat maizena niet het ideale bindmiddel blijkt; het bindt bijvoorbeeld zure gerechten noch koude sauzen en is minder geschikt voor stoofschotels, want het mag niet langdurig aan de kook geraken.

Na een week wachten op Dordtse antwoorden (het is druk met oud en nieuw) en een duidend telefoongesprek nadien met een woordvoerster die m’n vragen eerst niet relevant acht, is er tenminste duidelijkheid. Het hele gesprek met Brok is in ‘t Fries gegaan, waarbij Brok de taal heeft gevolgd van de vragensteller. Om woordvoerster te citeren: “Als de vragen daadwerkelijk in het Nederlands zouden zijn gesteld, had de heer Brok ook in het Nederlands geantwoord. U kunt er dus vanuit gaan dat de vragen in het Fries gesteld zijn. Dat de Leeuwarder Courant de vragen in het Nederlands afdrukt, is een keuze van de krant.”

Mengeling van redactiestatuut en praktijk

Ik vraag ‘t de krant: waarom die tweespalt in de weergave en – als Brok antwoordt in de taal die de vragensteller hanteert – waarom doet u dat, wetende dat Brok chef is voor alle Friezen en zelf geen geboren Fries? Ik leg het voor aan de verslaggever in kwestie, Willem Bosma, die per mail adequaat met het volgende antwoord komt.

(Bosma:)-1. De weergave van het vraaggesprek is conform het taalbeleid van de redactie. De voertaal van de redactie is in het algemene gedeelte van de LC Nederlands, met dien verstande dat mensen die Fries of een Fries streekdialect spreken worden geciteerd in die taal. De grondslag voor die keuze ligt besloten in de redactionele uitgangspunten van de LC, waarvan de bevordering van de ontplooiing van het Fries expliciet onderdeel is.

Vanzelfsprekend heb ik het gesprek met Brok in het Fries gevoerd, maar dit geldt evenzeer voor contacten met heel veel andere mensen in de provincie – die wel in het Fries worden geciteerd, terwijl de context in het Nederlands wordt afgedrukt.

2. Ervan uitgaande dat je tweede vraag betrekking heeft op mijn keuze in het Fries met Brok te converseren: in lijn met de redactionele praktijk is bij dit besluit inzicht in de taalkeuze van de geïnterviewde leidend geweest. Brok spreekt Fries met mensen die van huis uit Friestalig zijn – met mij doet hij dat al zo’n twintig jaar. De redactie treedt niet in zijn keuze.(einde quote Willem Bosma).

Terwijl ik het toch van woordvoerster in Dordt net andersom begreep; had Bosma het gesprek in het Nederlands aangevangen, zou Brok in het Nederlands hebben geantwoord. Verslaggever Bosma in Leeuwarden maakt zijn antwoord boeiend voor mij als hij het volgende aan z’n mail toevoegt:
“Stukje opinie van mij: a. Het lijkt mij niet relevant wat Broks moedertaal is. Als commissaris zal hij zich maar weinig van het Nederlands bedienen, is mijn prognose. b. Of hij daarmee miskent CvdK van alle Friezen te zijn, lijkt me discutabel. Het ambt is per slot van rekening geen commerciële functie, waarin je jasje moet wapperen naar de wind.” Was getekend, Willem Bosma.

Krampachtig

Het lijkt mij relevant wie je wilt bereiken.; de waarde van de boodschap van de nieuwe CvdK zou voor mij groter zijn dan het bereiken van de Friestaligen (waarmee ik niet in het minst wil suggereren dat zij die zich niet van het Fries bedienen, deze taal niet machtig zijn).

Dat je als verslaggever aanneemt dat de CvdK zich voornamelijk van het Fries zal bedienen, vind ik nogal wat…en, ik heb toch niet gesuggereerd dat Brok miskent van alle Friezen te zijn als hij slechts Fries zou spreken? Wellicht is je de zinsnede in de profielschets ontgaan dat de CvdK boven de partijen dient te staan. Waar ik aan toevoeg dat je dat ‘t best bereikt als je in staat bent, je respectvol te verstaan met een ieder…en constateer dat het krampachtig vasthouden aan ‘zoveel mogelijk Fries in de grootste krant van dit stukje land, eerder belerend dan constructief overkomt. Ik verwijs naar uw krant van zaterdag jl. waarin Pieter Bergstra betoogt dat ‘t huidige Fries meer een dialect is dan een taal.

Snobisme en revolutionaire tijden

Tot slot. Het ambt is zeker geen commerciële functie, hoewel een commissaris (en zeker van deze Koning en regering) gerust een gezond ondernemend hart en instinct mag hebben, want onze markteconomie is tot wij haar inruilen voor iets anders of beters, de pijler van onze welvaart. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in de uitgebreide profielschets voor de komende CvdK het woord ‘economie’ frequent de revue passeert, niet in het minst daar waar van de CvdK verwacht wordt dat hij zich inspant voor versterking er van.

De suggestie dat je in een commerciële functie je jasje altijd naar de wind laat wapperen, is snobistisch en aanmatigend, zeker naar hen met zo’n jasje, bevestigt onbegrip en schetst het nu hulpeloze beeld van  ‘n verslaggever van onze Courant die meent de waarheid in pacht te kunnen hebben.
Het wordt tijd om het vaker over de werkelijke uitdagingen voor Friesland en het noorden te hebben: hoe behouden (of verbeteren) we welzijn en welvaart voor een ieder in deze zeer sterk veranderende en deels zelfs revolutionaire tijden. Dat vereist fundamenteel gesprek met aansluitende maatschappelijke, politieke keuzes en dus ook substantiële relevante media- aandacht.

 

 

Dutch Industry #leeuwarden: @Friesland steunt #WaterCampus

Het boek Dutch Industry siert de leestafels van Nederlandse ambassades wereldwijd. De Leeuwarder WaterCampus heeft in de nieuwe editie een plek gekregen en provincie Fryslân heeft net weer besloten tot steun.

Een paar blogs geleden maakte ik me zorgen over het wel of niet blijvend steunen van WaterCampus Leeuwarden. “Laat Wetsus niet verzuipen schreef ik.” Gisteren maakte Gedeputeerde Staten bekend WaterCampus Leeuwarden (Wetsus, Wateralliantie en Centre of Expertise Watertechnology) weer voor vier jaar (2017-2020) te ondersteunen. Het gezamenlijk indienen van een goed WaterCampus- plan waarin uitgangspunten en potentie helder zijn gemaakt, heeft z’n weerslag.

@WaterAllianceNL – directeur @60Heinstein Molenkamp schrijft in het boek “Dutch Industry, inspirational business stories from the Netherlands”: ‘If oil has dominated the global political agenda for most of the last 50 years, then the next half-century is likely to belong to water. The world’s most demanding questions concern the quality and availability of fresh water. (…)’ Daarom is het zo mooi dat Leeuwarden #friesland die European Water technologyhub herbergt waarin publieke en private partijen samenwerken. Da’s een #watermatch. Meer weten? Lees:

watercampus-strategie-actieplan-2017-2020