Ontwikkeling WTC: belastinggeld financiert leegstand

Het WTC- gebied en het nieuwe Cambuurstadion staan in de schijnwerpers. De gemeenteraad is aan zet: hoe kijkt zij aan tegen de majeure uitbreiding van winkel- en horecaoppervlakte die zo behendig is vervlochten met de bouw van het stadion? Het toverwoord “Cambuur” lijkt een kritische weging van de planontwikkeling in de weg te staan. Toch betalen wij er de rekening voor.

De planologische ontwikkeling van het WTC- gebied is gevoed door de wens van een nieuw Cambuurstadion en komt voor decennia vast te staan. Die wens staat een nuchtere weging tussen maatschappelijk en privaat belang in de weg. Het belang van een nieuw Cambuurstadion is iets heel anders dan gebiedsontwikkeling vol detailhandel, leisure en megahoreca. De projectontwikkelaars voelen het wensdenken voor een nieuw voetbalstadion heel goed aan en weten dat de koppeling van stadion aan hun wensen de kans van slagen voor het geheel vele malen groter maakt. Het is aan de gemeenteraad scherp het onderscheid te blijven maken, want zij -en daarmee de stad- betaalt een deel van de (maatschappelijke) rekening. De noodzaak om duurzamer te denken vraagt om stevige reflectie op de plannen. Want met de kennis van nu, doe je morgen niet meer wat je gisteren misschien nog wel zou doen. ,,De bal ligt op de stip”, zei burgemeester Crone hoopvol in z’n nieuwjaarstoespraak. ,,We hebben een lange aanloop genomen, dus is het tijd de bal in te schieten.” De vraag is wel hoe verwoestend de bal is die de raad geacht wordt in te schieten.

Ik heb eerder mijn twijfels geuit over het nieuwe Cambuurstadion, maar de tijd maakt verzet zinloos. Het Cambuurhart van een deel van Leeuwarden en de intensiteit van de Leeuwarder politiek om dat geel- blauwe hart te behagen, is zo groot dat een goed gesprek over nut, noodzaak en wenselijkheid van een nieuw stadion op een andere locatie dan de huidige, verleden tijd is. Een nieuw voetbalstadion bouwen is echter iets anders dan met inzet van miljoenen belastinggeld de stad op te zadelen met duizenden meters overbodige winkel- en horecaruimte.

Bouwen voor de leegstand

We weten dat voor Fryslân een verdere daling van het inwoneraantal is voorzien, ook al groeit studentenstad Leeuwarden nog even. Het gemiddelde inkomensniveau ligt in heel Fryslân onder het landelijk gemiddelde en dat cijfer is met 12 tot 14 procentpunten het meest negatief in dit deel van de provincie, het gebied inclusief Leeuwarden; het in de afgelopen jaren al fors toegenomen winkelmeters veroorzaakt meer en meer leegstand en afstemming tussen gemeenten over de invulling van de “retail” in de provincie is noodzakelijk. (Uit: Koopstromenonderzoek provincie Fryslân 2017. ) Dat zijn interessante gegevens op het moment dat de lokale overheid Leeuwarden met beoogde geldelijke steun van provincie Fryslân investeert in de combinatie van voetbalstadion met detailhandel.

Gemeente faciliteert kannibalisme

Leeuwarden geldt als koopstad van Fryslân vanuit een traditionele detailhandelsvisie. In de toekomst van de retail gaat het echter over verdere afname van het totaal aantal vierkante meters, over meer diversiteit en verschuiving, meer beleving en mengvormen, over verdere schaalvergroting en vooral over de effecten van technologische ontwikkeling, online koopgedrag en gevolgen zoals toenemende 24- uurs distributie. In het Koopstromenonderzoek en in veel andere retailvisies, is een ding heel duidelijk: er zijn al jaren te veel meters winkeloppervlak en iedere uitbreiding gaat ten koste van het bestaande. Bij het WTC komt meer dan 20.000 vierkante meter extra winkelruimte. Dat gaat ten koste van winkelruimte elders in de (binnen)stad. Dat betekent dat de gemeente bouwen voor de leegstand faciliteert.

Voor de voorziene meters mega- horeca op het WTC geldt hetzelfde: de grenzen aan de groei zijn bereikt, dus wat wil je als gemeente mogelijk maken? LF2018 was een eenmalig groots feest in economisch en dus ook horeca- opzicht. Nieuwe, grote horecazaken aan de rand van de (binnen)stad, zullen echter kannibaliserend werken, omdat het aantal mensen dat er komt, nu niet bepaald toeneemt, eerder af. Faciliteert de gemeente dat omdat “we” een nieuw Cambuurstadion willen; wat heeft het een met het ander te maken? De projectontwikkelaars hebben het al vaker gezegd in dit dossier: het één kan niet zonder het ander en gaat het één niet door, komt er geen stadion van Cambuur. Dat is slechts hun wens, want maatschappelijk zijn die winkelmeters onwenselijk en is het heel ongezond te sturen op de angst dat “we” anders geen nieuw stadion “krijgen.” Dat mag jij dan als volksvertegenwoordiger uitleggen, lijken ze te willen zeggen.

Raadsleden hebben verantwoordelijkheid

Duurzaamheid en circulaire economie zijn begrippen die je zelden leest in beleid over detailhandel of hoort in de retailbranche. In Leeuwarden gebruikt het college die woorden als het haar uitkomt, maar in planologie en retail- ontwikkeling zie ik het nog niet terug. Vreemd voor een stad die zegt zoveel duurzame ambities te hebben. Tegelijk ook niet vreemd, want detailhandel en retail in brede zin, zijn bij uitstek exponenten gebleken van economische groei: het dogma van kopen, kopen en nog meer, nog vaker, sneller en goedkoper kopen. Zoals ik vorige week schreef in mijn #container-blog: het kan, dus het moet.

Raadsleden zijn behalve mede- beleidsmakers ook consumenten en hebben dus een stevige verantwoordelijkheid. Wat maken zij mogelijk met die extra vierkante meters winkelruimte en horeca, of, wat verwoesten ze? Voor wie doen ze dat? Hoe sociaal- economisch duurzaam is dit voor de stad, haar inwoners, bestaande bedrijven, hun personeel en ons leefmilieu?

Duurzaam ontwikkelen

Er kunnen nog veel vragen worden gesteld bij de ontwikkeling van het WTC winkelgebied. Hoeveel ruimte en hoeveel belastinggeld wil de gemeenteraad van Leeuwarden bieden aan niet-duurzame en kannibaliserende winkel- en horecameters? Is er zoals in 2017 in het Koopstromenonderzoek van provincie Fryslân duidelijk geadviseerd, overleg geweest inzake detailhandel ontwikkeling met andere gemeenten en wat zijn de uitkomsten? Hoe graag faciliteert de gemeenteraad veel meer extra autoverkeer met alle overlast voor de omgeving? Hoe graag wil je meewerken om een deel van de binnenstad die je met z’n allen zo bejubelt, gestaag af te breken met behulp van belastinggeld? Hoeveel zijn alle andere bouwmarkten, meubel, woninginrichtingszaken en wijkwinkels je waard? Wie zet onder al die overbodige vierkante retail, bioscoop en megahorecameters met gevoel en urgentie voor deze tijd van klimaatdenken, duurzame ontwikkeling en gezond financieel beleid zijn of haar handtekening? Het argument dat de tijd voor Cambuur dringt is ongezond. Het stuurt op angst in plaats van rationele overwegingen voor een duurzame stad.

De wens voor een nieuw Cambuurstadion mag niet als argument gebruikt worden om het WTC- gebied in de voorgenomen richting te ontwikkelen. Deze ontwikkeling is financieel en maatschappelijk kostbaar: miljoenen van de stad gaan straks ten koste van onze (binnen)stad, van onze leefomgeving en een meer duurzame toekomst. Met de kennis van nu en de snel toenemende relevantie van duurzamer denken, moet het plan ten aanzien van de vele meters extra commerciële ruimte serieus worden heroverwogen. Want wat goed is voor de portemonnee van vastgoed- en projectontwikkelaars, is niet automatisch goed voor Leeuwarden.

Douwstra’s droom maakt dialoog en erkenning waterbelang noodzakelijk

In de @LC van afgelopen weekend een monoloog van wethouder EZ en Verkeer Friso Douwstra. Zijn het flarden infra- dromen of de aanzet tot collegebeleid in de komende paar jaar? Dromen zijn bedrog schreef Borsato al en voor een infrastructurele visie is dialoog noodzaak. Net als water.  

Een non-stop spoorlijn tussen Leeuwarden en Amsterdam, een aquaduct onder ‘t Van Harinxmakanaal, de verkeersader van De Hemrik doortrekken naar de Wâldwei. … zomerse dromen van een politicus, al weerspiegelen z’n hardop uitgesproken droomflarden de uitgangspunten van het huidige collegeprogramma.

Behendig morsen op het viltje

Spontane en natte dromen kent Douwstra niet als politicus en partijman. En hij is droog, zo droog als Sahara-zand. In z’n hele infra-monoloog komt de betekenis en het belang van water vrijwel niet voor. En dat voor een Fries in hart en nieren; ook hij lijkt vergeten dat water in brede betekenis de geschiedenis en ontwikkeling (van economie, landbouw, recreatie, veiligheid, leefbaarheid, cultuur) in de regio heeft bepaald en zal blijven bepalen. Behalve in z’n mijmering over “een deel van het Friesland Campina- verkeer dat wel over het kanaal zou kunnen gaan”, hoor ik Douwstra niet over water. Dat ene Friesland- Campina druppeltje morst hij trouwens wel heel toevallig op z’n eenzijdige vrijdagse verhaalviltje.

Water leeft

Hoe groot de kansen en impact van water zijn, lijkt niet bij hem door te dringen, is hem nog niet aangereikt, wordt bewust genegeerd om spagaten te voorkomen of omdat hij anderen niet voor de voeten wil lopen. Er speelt immers provinciaal een pittige discussie over de toekomst van onze te verbreden vaarwegen voor het beroepsverkeer. Is de uitkomst dat we straks een paar uitzonderlijke natuurgebieden verwoesten of liever niet; vestigen we een transport-hub op een locatie waar weg, spoor en water samenkomen en Friesland de soepele schakel wordt tussen Duitsland en Rotterdam; versterken we ook eindelijk de verbindingen van havenstad Harlingen naar elders; hechten we belang aan de gedane infra- investeringen voor de waterrecreatie in Friesland, aan doorgaande en veilige recreatieve verbindingen en hechten we vanuit veiligheid daadwerkelijk belang aan de scheiding van beroepsvaart en recreatievaart? Zomaar wat vragen vanaf het water, de complexe en verbindende component die Douwstra’s droom kan aanvullen en Friesland leefbaar houdt. U weet: zonder water geen leven.

Agendasetting en dialoog

Ook in de groter geworden gemeente Leeuwarden is een visie op water (nog los van thema’s als  waterbeheer en waterzuivering) relevant: hoe bereikbaar wil Leeuwarden zijn voor de beroepsvaart, wat zijn de consequenties van het voor de grotere containervaart geschikt maken van het Van Harinxmakanaal, welke rol speelt water- en watergebonden recreatie in onze gemeente en in de relatie tot Friesland, onderkennen we het majeure belang van water- en locatiegebonden bedrijven als Friesland Campina en Koninklijke Koopmans? En hoe geven we dat dan vorm en wanneer gaan we wat doen?

Douwstra is agendasetter pur sang en de krant stelt hem zonder kritische vragen in staat zijn boodschap te brengen aan het begin van dit ‘parlementaire jaar’. Het maakt ook kwetsbaar, want de opmerking dat de stad er fijn bij zou liggen voor auto’s, vraagt om reactie. Douwstra verzeilt kennelijk nooit in de dagelijkse congestie van blik en uitlaatgassen tussen Drachtsterweg en Centrale. Leuk al die torenhoge ambities van een politicus naar vooral de komende decennia. Fijner nog zou het zijn als de wethouder de concrete infrastructurele plannen van het college voor de komende paar jaar concreet op rij zet.

Bevlogenheid en leiderschap

Dialoog kan daarbij helpen. En als de LC kennelijk zonder herkenbaar beschreven aanleiding een wethouder de ruimte wil geven te dromen zonder journalistieke, kritische vragen, dan weet ik nog wel een paar andere mensen die hun goed begrepen (eigen)belangen willen ventileren. En dat kan weer ‘n prima bijdrage leveren aan de door dit college gewenste dialoog zoals zij zo beeldend en verwachtingsvol opschreef in haar programma ‘De Kracht van Samen’:

“We willen de dialoog met de samenleving versterken en staan open voor nieuwe vormen van samenwerking. Als we durven te vertrouwen op de kracht, bevlogenheid en het leiderschap van mensen zelf, komen we tot oplossingen die werken.”

Niek Donker, 4 september 2018

 

 

 

 

Cambuur/WTC (1): Tegenspraak van het jaar

Ik lees gisteren @LC dat het college van Leeuwarden aan provincie Fryslân een royale bijdrage vraagt van € 4,7 miljoen om het plan van WTC/Cambuur rond te krijgen.

De meest bijzondere zin in het betreffende artikel onder de titel “Provincie moet gat Stadion-WTC dichten” van Willem Bosma is dat “…De provincie ruim bij kas zit….” Tja. Half mei dit jaar schrijft dezelfde krant over het terugschroeven van het aantal banen bij diezelfde provincie die zo “ruim” bij kas zit: er moet daar 400 miljoen bezuinigd worden dus schrapt deze regionale overheid 110 fte.

Is er sprake van kortstondig geheugenverlies bij de redactie van de krant, is er een onverhoopte en niet bekendgemaakte mega-meevaller bij de provincie, had Lutz Jacobi eerder gelijk met de stelling dat het geld daar tegen de plinten klotst of…

Beste Willem Bosma: naar mijn idee moet je als journalist altijd onderbouwen wat je schrijft. Het woord is aan jou, want ik snap er geen jota meer van.

 

 

Ambities en de kracht van samen #Leeuwarden: laaggeletterdheid @LF2018

Het nieuwe Leeuwarder Collegeprogramma oogt fraai, toch mis ik het benoemen van bestuurlijke wil en daadkracht, de stippen op de horizon. Vandaag: ambitie noodzaak in de strijd tegen Leeuwarder laaggeletterdheid. 

In het Collegeprogramma van het nieuwe bestuur van Leeuwarden, mis ik veel ambitie. Ja, ook op het sociaal maatschappelijke domein. Om het concreet te maken: waarom staat er niet in het programma dat het College de laaggeletterdheid in haar bestuursperiode met X-procent terug brengt, omdat ze het onacceptabel vindt dat zoveel mensen, ook jeugd die net van de lagere school komt, niet kan lezen en schrijven? Dat het een heel slecht teken is dat de leesvaardigheid van jongeren bedroevend is? Dat staat er niet, wat dan wel? ‘De bibliotheek speelt een belangrijke rol in het sociale domein, in wijken, dorpen en het onderwijs. Bijvoorbeeld met programma’s om laaggeletterdheid tegen te gaan.” Dat is de enige zin waar het woord laaggeletterd in staat. Dat is geen ambitie, dat is opschrijven wat we allang weten. Jazeker, ik vind dbieb in de Blokhuispoort geweldig geworden en ja, ik vind Lân fan Taal ‘n prachtig project en een heerlijke creatieve aanvulling in de stad.  Vermindert daardoor het aantal laaggeletterden?

Het kennelijke gebrek aan ambitie om laaggeletterdheid Leeuwarden uit te willen bannen, baart me zorgen: lezen en schrijven zijn naar mijn overtuiging de meest fundamentele vereisten om mee te kunnen komen, om perspectief te kunnen hebben. Niet (goed) kunnen lezen en schrijven, betekent per definitie dat je achterstand hebt en de afstand tussen jou en anderen die dat wel kunnen, alleen maar groter wordt. Punt uit. Met D66, PvdA en PAL Groen Links aan de bestuurstafel, had ik meer, veel meer ambitie verwacht om laaggeletterdheid terug te dringen. Waar is het Aanvalsplan Laaggeletterdheid van D66? Vinden de andere drie partijen dat soms overdreven aandacht? Waar is de betrokkenheid van Lutz? Waarom moet keer op keer de strijd tegen de hoge Friese laaggeletterdheid zo zwaar worden bevochten? Lees mee in Partoer’s onderzoek uit 2016 en zeg me dan dat het publicatie al veel beter is geworden…

Omdat laaggeletterdheid een wezenlijke bijdrage betekent voor kansen en sociaal-economische versterking, had er minstens moeten staan: “Dit College geeft met grootst mogelijk bestuurlijke en concrete daadkracht invulling en voorrang aan het zo effectief tegengaan van laaggeletterdheid en spant zich tot het uiterste in dat in onze gemeente iedereen in 2025 kan lezen en schrijven.” Wie tegen is, mag nu z’n vinger opsteken. De kracht van samen…?

Laaggeletterdheid heeft een zeer cynische bijkomstigheid: mensen die niet kunnen lezen, lezen het Collegeprogramma zeker niet.

Een bibliotheek kan niet zonder gemeentelijk bestuurlijke daadkracht om laaggeletterdheid echt tegen te gaan

Fletcher-files (5): sloop-verantwoording, traagheid en radiostilte. Wanneer begint het omgevingsoverleg?

Fletcher-files (5). Vertrouw op ons, lijkt de teneur van de slagers die hun eigen vlees keuren. Is daar reden toe? Het Fletcher- dossier in Leeuwarden: radiostilte en traagheid werken wantrouwen in de hand. Wanneer komt er een omgevingsoverleg?

Na het inspreken in de raadsvergadering vorige week, de nodige media- aandacht van Friesch  Dagblad, Leeuwarder Courant en Omroep LEO, veel bijval op straat en ons formele verzoek aan de gemeente om Fletcher te verzoeken te stoppen met sloopwerkzaamheden in de (rijks)monumenten Raadhuisplein 25 en 23, is het schriftelijke antwoord van de gemeente geland. Onze twijfels blijven, de containers rollen af en aan, het gesloopte materiaal komt met kuubs tegelijk uit de panden. Kan dit echt en wie is hier aan zet: de gemeente of de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed?

Het woord is aan de juristen

In de LC van afgelopen vrijdag stond een kort gesprekje met Leeuwarder ambtelijk monumentenzorger Leo van der Laan over de vraag of het slopen door Fletcher in rijksmonument Raadhuisplein 25 en beschermd stadsgezicht Raadhuisplein 23 wel rechtmatig was. Aanleiding van het bericht waren onze bewoners- en eigenarenacties met alle media- aandacht van de dagen er voor en ons formele verzoek aan de gemeente. Leo van der Laan gaat met zijn woorden niet in op die rechtmatigheid, hij legt uit wat er gebeurt.

Op ons formele verzoek tot stillegging van de sloopactiviteiten, worden we vorige week woensdag al gebeld door een ambtenaar die vertelt dat er niets aan de hand is en alles overlegd is met Fletcher, aannemer en architect. Op ons antwoord dat een vergunning noodzakelijk lijkt, speelt hij de vermoorde onschuld door te zeggen dat dat hem niet bekend is, maar het met een jurist zal overleggen.

Radiostilte als slechtst denkbare strategie

Dit weekend arriveert het schriftelijke antwoord van de gemeente dat de basis vormt van wat Leo van der Laan in de LC liet optekenen: het ‘sloop’ werk mag gewoon doorgaan, want het is geen slopen, het is verwijderen. “Wat de gemeente betreft mag het werk gewoon doorgaan (…)” zo lezen we. “Er heeft voorafgaand overleg en afstemming plaatsgevonden tussen betrokken partijen om de historische bouwmassa in kaart te brengen, het voorlopige bouwplan tegen het licht te houden, het plan te vervolmaken en waar nodig aan te passen en tot slot een complete omgevingsvergunning wordt ingediend, waarin voor de nieuwe functie op een goede wijze rekening wordt gehouden met de monumentale waarden.”

Klinkt mooi, maar wij hebben en houden zorgen, want inmiddels worden zelfs vloeren en wanden gesloopt en dus is er aanleiding te kijken of er hiermee al dan niet aan de historische bouwvolumes en bouwoppervlakten getornd wordt, en, wie zeggenschap heeft over de toetsing daarvan. Is dat de gemeente of de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, de bewaker van monumentaal gedachtegoed en de Erfgoedwet?

Slagers keuren eigen vlees

Na telefonisch onderhoud met de Rijksdienst in Amersfoort, contact tussen diezelfde Rijksdienst en gemeente en daarna weer met ons, begint het ons duidelijk te worden: ja, het ‘slopen’ mag en ja, we (de Rijksdienst) waren en zijn op de hoogte, maar blijven graag de vinger aan de pols houden. Bij ons rest de gedachte dat de slagers van de overheid hun eigen vlees keuren, maar ja, wettelijk is het geregeld zoals het geregeld is. Het kost veel tijd, moeite en dito energie om inzage en inzicht te krijgen, het is duwen en trekken. Gemakshalve lijkt vergeten te worden dat wij geen leger specialisten hebben die het allemaal weten en aangezien ons vertrouwen al flinterdun is, geloven we niemand zomaar op z’n overheidswoord.

Wat ik me afvraag of de communicatie anders had gekund. Mijn antwoord is volmondig ja! Vrijwillig, sneller en vollediger informeren had ophef, tijd en irritatie gescheeld en mijn vertrouwen een positieve impuls gegeven. Bestuurders in kwestie mogen denken dat ze verstandig hebben gehandeld door de dingen te doen zoals ze altijd al hebben gedaan, de door hun verkozen radiostilte en ingewikkeld formele weg ondermijnt ons uiterst magere vertrouwen. Het draagt bij aan de al benoemde twijfel over de spagaat tussen de naar Fletcher meewerkende en voor ons oplettende overheid. Niet het ogenschijnlijke gelijk dient leidend te zijn, maar de manier waarop je met elkaar om wilt gaan. Radiostilte blijkt ook nu de slechtst denkbare communicatiestrategie.

Ik neem je mee, omdat ik het wil

Kan het anders dan? Jazeker. Zaterdag was het Leeuwarder Monumentendag met het hoogst actuele thema Nieuw Gebruik- Oud Gebouw. De dag bracht veel belangstellenden in de stad op de been en in de Beurs, de voormalige bieb, konden bezoekers ook nog eens kennis nemen van de plannen van de nieuwe eigenaar Rijksuniversiteit Groningen / Campus Fryslân. Architect Kees de Haan van J.O.N.G. uit Lemmer, nam de gelegenheid z’n bezoekers in verschillende sessies te informeren. In een kwartier verhaalde hij van geschiedenis en functie naar (on)zichtbaarheid en schoonheid van een prachtig monument, toonde hij foto’s uit het verleden en voorlopige artist impressions van waar het in grote lijnen naar toe zal gaan en gaf de belangstellende zaal de gelegenheid met informatie en vragen te komen. Waardering en enthousiasme vielen hem ten deel. Motto: neem mensen mee in verandering. Begrip en waardering begint bij anderen meenemen in jouw overweging. Of je het met elkaar eens bent, is vers twee.

Komt er nu een omgevingsoverleg of niet?

Is het nu klaar met de Fletcher-files? Nee, het is net begonnen. Er is groot gebrek aan informatie &  inzicht en er zijn veel twijfels in het Fletcher-dossier: past wat nu plaatsvindt en aanvullend is bedacht binnen het huidige bestemmingsplan en dit horeca- consolidatiegebied? En: het omgevingsoverleg is nog niet geboren -laat staan geformaliseerd- ook al staat er voor morgen een gesprek met ‘Fletcher’ in onze agenda. Het is een noodzakelijk begin en we zijn benieuwd wie we daar aantreffen, wat we te horen krijgen en in welke mate we worden meegenomen door hoofdrolspelers Fletcher en gemeente Leeuwarden. Wordt Vervolgd!

 Muziek bij dit blog: Gers Pardoel: Ik neem je mee

Eerder in deze serie: Fletcher-files 1Fletcher-files 2Fletcher-files 3Fletcher-files 4

#Leeuwarden; #Raadhuisplein; #monument; @RaadLeeuwarden

Fletcher-files (4) Gemeenteraad, trap op de rem. Red het Raadhuisplein!

Het beoogde Fletcher- restaurant op Raadhuisplein 23 met links het fraaie Quartier d’Hiver.

Natuurlijk moet de binnenstad niet op slot! Rumoer op het Raadhuisplein gaat over ongebreidelde overkill aan horeca en eenzijdige invulling van de binnenstad. Genoeg is genoeg, de gemeenteraad kan nu nog op de rem trappen: de vergunningen aan Fletcher zijn nog in voorbereiding. Red het Raadhuisplein! 

De stad van vroeger was een stad waar gewoond, gewerkt en geleefd werd. De stad groeide na WO- II en we gingen grootschalig wonen in nieuwe, moderne wijken en het werken verhuisde omdat de  vervuilende productie en mechanisatie niet meer kon en mocht in binnensteden. Dat gaf een sterk toenemende aandacht binnen de stadsgracht voor en met detailhandel: binnensteden werden in hoofdzaak winkelgebied. In deze volgende tijd van technologisering, neemt de overmatige groei van het aantal winkels in de binnensteden weer af en verhuizen grote merken naar de randen zoals de Centrale. Wonen in de binnenstad wordt bevorderd en het aantal horecazaken en terrassen groeit sterk, met daarbij horende massieve verkeersstromen. De balans raakt verstoord en ook Leeuwarden blijkt geen visie te hebben op stadsontwikkeling. Een ontwikkeling die veel sterker gericht zou moeten zijn op versterking van het sociaal- economisch fundament en duurzame leefbaarheid. Geef ruimte aan de binnenstad die zoveel ruimte en kansen kan bieden aan andere, nieuwe, kleinschalige werk- en mengfuncties met ambacht, vakwerk, kunst, cultuur en praktisch onderwijs. Herstel de balans van de binnenstad, koester de Leeuwarder vorm en schaal.

Toegevoegde waarde voor allen of gewin van de enkeling

Horeca is niet het zaligmakende allesomvattende antwoord voor een leefbare, levendige en duurzame binnenstad. Ik heb er op niets tegen, maar iedere eenzijdige invulling leidt op termijn tot armoede. Een blik op de functies van de stad van weleer en de tijd die we ooit namen om tot goede en mooie gebouwen te komen in combinatie met het huidige inzicht in gebruik en hergebruik van materialen en aandacht voor lokale kansen, levert interessante opties. Het is tijd geworden na te denken over de toegevoegde waarde van een anders, meer duurzamer ingerichte omgeving in plaats ongebreidelde ruimte aan financieel gewin voor krachtige enkelingen.

De plannen van Fletcher, mede mogelijk gemaakt door onze gemeente als we de akte van levering lezen, voorzien niet alléén in uitbreiding van het hotel van 28 naar 70 kamers. Behalve de haast die Fletcher heeft om op het laatste moment voor LF2018 nog alles vergunningstechnisch te regelen, omvat het wensenlijstje een megaterras op het Raadhuisplein plus een nieuw restaurant, terwijl het bestaande Us Heit overeind blijft. In de verkoop van de oude Parnaspanden is door Fletcher bovendien een eerste recht van koop bedongen voor zowel de huidige hotelpanden Raadhuisplein 27 en Hofplein 29 als voor de daarachter liggende voormalige Gemeenteschool voor jongens aan de Sint Anthonystraat.

Koester kleinschaligheid, kies voor kwaliteit

Wat een aantal omwonenden verontrust, is de gedachte aan het honderd meter lange megaterras voor alle Fletcherpanden langs en het nieuwe Fletcher- restaurant op Raadhuisplein 23, pal naast het zo zorgvuldig gerestaureerde Quartier d’Hiver uit 1722. De overvloed van horeca, de toename van meer bezorgend vrachtverkeer en nog meer afvalcontainers en vuilniswagens op het plein, staan haaks op particuliere belangen en van bewoners in deze monumentale omgeving. Waar is de aandacht van de gemeente en de reflectie op de schoonheid, kwetsbaarheid en waarde van de eigen omgeving? Wat voegen een nieuw restaurant en honderd meter terras op deze locatie toe, behalve dan financieel voor een paar mannen in Nieuwegein?

Beste gemeenteraad, nu u nog zit waar u zit, kunt u het College vertellen dat u deze Fletcheriaanse plannen te veel van het goede vindt. De vergunningen zwerven nog in voorbereiding op een paar ambtelijke bureau’s en zijn nog niet vergeven. Het is aan u, trek aan de bel! Koester de kleinschaligheid van uw binnenstad en kies voor kwaliteit.

Lees ook: Fletcher-files 1, Fletcher-files 2 en Fletcher- files 3.

De hoop is vervlogen, schaapsherder Sam Westra weg

Sam Westra verdwijnt als schaapsherder in Leeuwarden, zijn ingediende bezwaar is niet gehonoreerd. Hoe ‘t hem en zijn kudde verder vergaat, is nog niet duidelijk. Om na alle commotie de zienswijze van het College duidelijk te maken, publiceer ik de vragen van de PvdA- fractie en de antwoorden van ‘t College, die sinds woensdag openbaar zijn. Er volgt nog debat, maar wanneer?  

1- Kan het College een feitenrelaas geven van de keuze voor een aanbesteding, de communicatie met de huidige pachter en welke voorwaarden het college heeft gesteld aan de nieuwe herder?

In 2013 is, na een aanbesteding, de begrazing in Leeuwarden gegund voor een maximale periode van 4 jaar (uiterlijk tot 31 december 2016). Er is een overeenkomst aangegaan van één jaar die driemaal is verlengd met één jaar. Op de momenten van verlenging is de finale einddatum van het raamcontract steeds gecommuniceerd met de herder. Op grond van het gemeentelijk inkoopbeleid is de recente aanbesteding vorm gegeven, waarbij de ervaring met de eerdere aanbesteding is betrokken. De huidige herder is uitgenodigd deel te nemen aan de aanbesteding. In een begeleidend schrijven “Natuurlijke begrazing door schapen in de gemeente Leeuwarden” heeft de gemeente aangegeven aan welke voorwaarden de herder diende te voldoen en hoe de beoordeling van de inschrijving zou plaatsvinden aan de hand van waarderingscijfers.

2- Welke keuzevrijheid heeft het college bij aanbesteding of voortzetting van een lopend contract?

Verlenging is slechts mogelijk als een lopend contract daartoe de mogelijkheid biedt. Het raamcontract uit 2013 kende geen verlengingsmogelijkheid meer. Het inkoopbeleid van Leeuwarden schrijft in dit geval een meervoudige aanbesteding voor.

3- Welk juridisch kader, welk afwegingskader en welke richtlijnen zijn er voor de aanbesteding van de begrazing?

Er geldt een Aanbestedingsbesluit (AMvB). Op basis van dit aanbestedingsbesluit is een Gids Proportionaliteit opgesteld. Het gemeentelijke inkoopbeleid (datum inwerkingtreding 17 april 2014) is hierop gebaseerd. De aanbesteding begrazing is binnen deze kaders opgesteld.

4- Op welke manier hebben financiële argumenten de doorslag gegeven voor de aanbesteding en de keuze voor de nieuwe herder?

Het inkoopbeleid bevordert eerlijke mededinging. Ondernemers moeten een eerlijke kans krijgen om een opdracht gegund te krijgen. Door objectief, transparant en non-discriminerend te handelen, bevordert de gemeente een eerlijke mededinging. Om tot  de keuze voor een nieuwe herder te komen zijn de inschrijvers ten opzichte van elkaar relatief beoordeeld aan de hand van waarderingscijfers. De prijs is hierin voor 60% gewogen en het plan van aanpak (de kwaliteit) voor 40%. De inschrijvingen zijn anoniem beoordeeld door een beoordelingscommissie.

5- De huidige stadsherder heeft 15 jaar de begrazing verzorgd. Is overwogen om te kiezen voor voortzetting van het lopende pachtcontract? Zo nee , waarom niet?

Zie beantwoording vraag 2. Van pacht was geen sprake; met de herder is 7 jaar samengewerkt op basis van een opdracht tot dienstverlening.

6- Op welke criteria heeft het College gekozen voor de desbetreffende nieuwe pachter? Op welke manier heeft het college daarbij rekening gehouden met het feit dat dit ook gaat om levende have, in dit geval schapen die een nieuw onderdak moeten hebben?

De gunningsbeslissing (zie ook beantwoording vraag 4) en de wijze waarop inschrijvers ten opzichte van elkaar relatief werden beoordeeld, is vooraf aan de inschrijving vastgelegd en met de inschrijvers gecommuniceerd. In de aanbestedingsprocedure heeft het aspect van de ‘levende have’ geen rol gespeeld. De huidige herder is direct na de voorlopige gunning hulp aangeboden bij het vinden van een plek voor stalling van schapen, waarvoor de herder (nog) geen nieuwe plek heeft gevonden.

7- Heeft het college de consequentie van de mogelijke slacht van een substantieel deel van de huidige kudde door de aanbestedingsprocedure voorzien ? Ziet het college mogelijkheden om dit te voorkomen?

Dit is niet voorzien als een gevolg van de aanbestedingsprocedure, dan wel de in 2013 vastgestelde uiterste datum waarop de begrazingsovereenkomst eindigde. Daar waar mogelijk denkt het college mee om een passende oplossing voor de schapen te vinden (zie beantwoording vraag 6).

8- Is het gezien het structurele karakter van de begrazing als beheermaatregel wel logisch om steeds opnieuw aan te besteden?

Veel maatregelen op het gebied van beheer en onderhoud hebben een vergelijkbaar structureel karakter. Het inkoopbeleid bepaalt voor maatregelen die niet in eigen beheer worden uitgevoerd, of deze periodiek dienen te worden aanbesteed. Er zijn diverse aanbieders/leveranciers die deze vorm van beheer met schapen verzorgen. De begrazing met schapen is geen kerntaak die de gemeente Leeuwarden zelf, in eigen beheer, moet uitvoeren.

 9- Is het gegeven het karakter van het beheer met levende have en het feit dat begrazing een structurele beheersmaatregel is wel voor de hand liggend om deze vorm van beheer periodiek aan te besteden.

Zie antwoord vraag 8.

10- Er is een petitie gestart om de huidige kudde en de stadsherder te behouden. Op welke manier kan het College nog rekening houden met het verzoek van de ondertekenaars?

Op basis van een zorgvuldige procedure is aan een andere partij voorlopig gegund en bekend gemaakt. Het is vaste rechtspraak dat een aanbestedende dienst inschrijvingen moet beoordelen zoals deze zijn ingediend. Aanvulling of verbetering van een inschrijving kan niet meer als de voorlopige gunningsbeslissing bekend is gemaakt. Wij kunnen de voorlopige gunningsbeslissing niet intrekken ten gevolge van deze petitie. Wel bespreken wij met de huidige herder welke ondersteuning de gemeente kan bieden bij het vinden van een passende oplossing voor zijn schapen. (tot zover de PvdA- vragen en College- antwoorden).

Vervelend nieuws zelf bekendmaken

Tja, ik ben benieuwd wat een debat (nog) oplevert en waarom de keuzes zijn gemaakt. Wordt vervolgd: was die commotie nodig geweest, had de communicatie naar Sam Westra niet makkelijk anders gekund, kan en wil de raad besluiten anders om te gaan met een dergelijk proces? En natuurlijk de vraag, wat gebeurt er met Sam Westra? Vragen te over na de trieste gang van zaken.

Waarom trouwens maakt de gemeente de uiteindelijke beslissing niet zelf wereldkundig? Ik vraag het na en het antwoord luidt:  “We hebben op vragen van media uitleg gegeven over het inkoopbeleid van de gemeente Leeuwarden. Ook tijdens de ontvangt van de petitie is een toelichting gegeven. De stukken, in dit geval de beantwoording van schriftelijke vragen, zijn openbaar en online beschikbaar, net zoals andere collegebesluiten.” Klopt helemaal volgens het bekende boekje, maar het is geen antwoord op m’n waarom- vraag. Weer onbevredigend.

Hoe klein ook, ieder succes willen gemeente en politiek heel graag claimen, maar dit besluit houden ze zo klein (sorry, formeel) mogelijk. ‘n Dossier vol gemiste kansen, dus mogelijkheden voor verbetering. Zoals ik een eerder blog uit de Sam- serie naar wethouder @frisodouwstra en alle andere betrokkenen @Gemeente_LWD  twitterde: Als je het anders wilt, moet je het anders doen.