WTC (2): het kalf en de put

Als het kalf verdronken is, dempt men de put. Geen hogere wiskunde, wel schering en inslag. De Leeuwarder raad koerst af op een verdronken kalf. Laten we een diepe put graven.

Je voelde het aankomen met de bijna 10.000 extra detailhandelsmeters in het WTC- gebied. De liefde voor Cambuur is allesomvattend, dus nog meer risico’s voor leegstand in Leeuwarden worden gepermitteerd. D66 vindt na 1.000 keer getwitterd te hebben dat “Cambuur” absoluut moet doorgaan, nu plots dat de Aldi toch wel naar de Centrale moet mogen in het kader van eerlijk verdelen. En ja hoor, toen werd Gijs Gemeentebelangen Jacobse in Camminghaburen wakker. Zou dat plannetje van D66 niet leiden tot verdere winkelleegloop in zijn wijk? Hij vindt het nu tijd voor inspraak. Ik noem dat mosterd na de bekende maaltijd. Als het echt gaat om alleen verplaatsing, waarom dan naar deze locatie buiten woonwijken?

Onderbouwing

Het college van wijze mannen en een vrouw heeft alle documenten voor het WTC- instemmingsdebat van morgenavond toegevoegd aan de agenda. Zeker, er is leegstand; zeker, de provinciale bijdrage is nog ongewis; nee, er is kennelijk nog geen overleg geweest met andere gemeenten over nog meer detailhandel in Leeuwarden. En: ik heb ook nog enkel geen argument gelezen voor uitbreiding van het aantal meters detailhandel. Maar toch…laten we het afscheid van wethouder Deinum niet vervelen met negatief gedoe. In Heerenveen staan ze een overdreven grote Van der Valk voor op een slecht gekozen plek, alleen omdat ze vinden dat Heerenveen wel wat minder bescheiden mag doen, dan mogen wij in de hoofdstad toch meer winkelmeters toestaan tegen iedere logica in? Waar halen die supers hun kopers vandaan en hoe zit het straks met nieuwe wijkontwikkelingen? Op een laat moment (vanavond, dinsdag 22 januari) voegt het college het rapport “Ladder van duurzame verstedelijking” toe: belangrijkste conclusie op winkelgebied? De markt – vertelt de ladder- heeft een maximale behoefte van 700 vierkante meter, de toevoeging op het WTC- gebied voorziet in 3.852 meter. Dat is vast duurzaam.

Verkeerscongestie en lege etalages

Ik lees sombere brieven bij de raadsstukken over ‘t WTC, winkelcentrum Zaailand ziet haar einde zonder steun van de gemeente naderen (“…en Cambuur is toch ook een onderneming”?), Jumbo Van Loonstraat begrijpt het niet meer want er zijn al jaren te veel supermarkten, Wijkbelang Westeinde heeft zorgen over de toekomst van haar buurtsupers, Camminghaburen is mistroostig over de Centrale- plannen. In de raad praten ze gemakshalve niet over noodzakelijke winkels in de wijk dichtbij omdat dat menselijkerwijs duurzamer is, omdat het bijvoorbeeld ook onze vergrijzende bevolking (dat zijn wij….) ten goede komt. We hebben besloten dat Cambuur er moet komen en omdat er rapporten liggen die zeggen dat het goed is, is het goed. Maar kan ieder raadslid uitleggen waarom en voor wie het goed is en uitleggen waarom niet breder met andere gemeenten is overlegd en of dit duurzame stadsontwikkeling is?

Laat mensen nog vaker met de auto boodschappen doen in moderne supermarkten verderop, laat werklozen straks participerend vers-boodschappen voor bejaarden doen, doe er nog een Chinese Kruidvat bij voor extra containers rotzooi, laat meer verse waren onder vaak twijfelachtige omstandigheden met nog meer vervoersbeweging door de stad gaan. Voor de binnenstad maken we straks wel een plan en dan komt alles goed, de flow van 2018 hangt als een deken van goedgelovigheid in de raadszaal. We verzuipen straks in verkeerscongestie, verstikken in vervuiling en kijken aan tegen lege etalages. Geen probleem toch? Een kalf meer of minder, ach, een kniesoor… We graven een diepe put en wanneer en waarmee we die gaan dempen weet ik niet. ‘We’ houden toch van Cambuur? Dag Gijs, dag Julie, dag Henk!

Ontwikkeling WTC: belastinggeld financiert leegstand

Het WTC- gebied en het nieuwe Cambuurstadion staan in de schijnwerpers. De gemeenteraad is aan zet: hoe kijkt zij aan tegen de majeure uitbreiding van winkel- en horecaoppervlakte die zo behendig is vervlochten met de bouw van het stadion? Het toverwoord “Cambuur” lijkt een kritische weging van de planontwikkeling in de weg te staan. Toch betalen wij er de rekening voor.

De planologische ontwikkeling van het WTC- gebied is gevoed door de wens van een nieuw Cambuurstadion en komt voor decennia vast te staan. Die wens staat een nuchtere weging tussen maatschappelijk en privaat belang in de weg. Het belang van een nieuw Cambuurstadion is iets heel anders dan gebiedsontwikkeling vol detailhandel, leisure en megahoreca. De projectontwikkelaars voelen het wensdenken voor een nieuw voetbalstadion heel goed aan en weten dat de koppeling van stadion aan hun wensen de kans van slagen voor het geheel vele malen groter maakt. Het is aan de gemeenteraad scherp het onderscheid te blijven maken, want zij -en daarmee de stad- betaalt een deel van de (maatschappelijke) rekening. De noodzaak om duurzamer te denken vraagt om stevige reflectie op de plannen. Want met de kennis van nu, doe je morgen niet meer wat je gisteren misschien nog wel zou doen. ,,De bal ligt op de stip”, zei burgemeester Crone hoopvol in z’n nieuwjaarstoespraak. ,,We hebben een lange aanloop genomen, dus is het tijd de bal in te schieten.” De vraag is wel hoe verwoestend de bal is die de raad geacht wordt in te schieten.

Ik heb eerder mijn twijfels geuit over het nieuwe Cambuurstadion, maar de tijd maakt verzet zinloos. Het Cambuurhart van een deel van Leeuwarden en de intensiteit van de Leeuwarder politiek om dat geel- blauwe hart te behagen, is zo groot dat een goed gesprek over nut, noodzaak en wenselijkheid van een nieuw stadion op een andere locatie dan de huidige, verleden tijd is. Een nieuw voetbalstadion bouwen is echter iets anders dan met inzet van miljoenen belastinggeld de stad op te zadelen met duizenden meters overbodige winkel- en horecaruimte.

Bouwen voor de leegstand

We weten dat voor Fryslân een verdere daling van het inwoneraantal is voorzien, ook al groeit studentenstad Leeuwarden nog even. Het gemiddelde inkomensniveau ligt in heel Fryslân onder het landelijk gemiddelde en dat cijfer is met 12 tot 14 procentpunten het meest negatief in dit deel van de provincie, het gebied inclusief Leeuwarden; het in de afgelopen jaren al fors toegenomen winkelmeters veroorzaakt meer en meer leegstand en afstemming tussen gemeenten over de invulling van de “retail” in de provincie is noodzakelijk. (Uit: Koopstromenonderzoek provincie Fryslân 2017. ) Dat zijn interessante gegevens op het moment dat de lokale overheid Leeuwarden met beoogde geldelijke steun van provincie Fryslân investeert in de combinatie van voetbalstadion met detailhandel.

Gemeente faciliteert kannibalisme

Leeuwarden geldt als koopstad van Fryslân vanuit een traditionele detailhandelsvisie. In de toekomst van de retail gaat het echter over verdere afname van het totaal aantal vierkante meters, over meer diversiteit en verschuiving, meer beleving en mengvormen, over verdere schaalvergroting en vooral over de effecten van technologische ontwikkeling, online koopgedrag en gevolgen zoals toenemende 24- uurs distributie. In het Koopstromenonderzoek en in veel andere retailvisies, is een ding heel duidelijk: er zijn al jaren te veel meters winkeloppervlak en iedere uitbreiding gaat ten koste van het bestaande. Bij het WTC komt meer dan 20.000 vierkante meter extra winkelruimte. Dat gaat ten koste van winkelruimte elders in de (binnen)stad. Dat betekent dat de gemeente bouwen voor de leegstand faciliteert.

Voor de voorziene meters mega- horeca op het WTC geldt hetzelfde: de grenzen aan de groei zijn bereikt, dus wat wil je als gemeente mogelijk maken? LF2018 was een eenmalig groots feest in economisch en dus ook horeca- opzicht. Nieuwe, grote horecazaken aan de rand van de (binnen)stad, zullen echter kannibaliserend werken, omdat het aantal mensen dat er komt, nu niet bepaald toeneemt, eerder af. Faciliteert de gemeente dat omdat “we” een nieuw Cambuurstadion willen; wat heeft het een met het ander te maken? De projectontwikkelaars hebben het al vaker gezegd in dit dossier: het één kan niet zonder het ander en gaat het één niet door, komt er geen stadion van Cambuur. Dat is slechts hun wens, want maatschappelijk zijn die winkelmeters onwenselijk en is het heel ongezond te sturen op de angst dat “we” anders geen nieuw stadion “krijgen.” Dat mag jij dan als volksvertegenwoordiger uitleggen, lijken ze te willen zeggen.

Raadsleden hebben verantwoordelijkheid

Duurzaamheid en circulaire economie zijn begrippen die je zelden leest in beleid over detailhandel of hoort in de retailbranche. In Leeuwarden gebruikt het college die woorden als het haar uitkomt, maar in planologie en retail- ontwikkeling zie ik het nog niet terug. Vreemd voor een stad die zegt zoveel duurzame ambities te hebben. Tegelijk ook niet vreemd, want detailhandel en retail in brede zin, zijn bij uitstek exponenten gebleken van economische groei: het dogma van kopen, kopen en nog meer, nog vaker, sneller en goedkoper kopen. Zoals ik vorige week schreef in mijn #container-blog: het kan, dus het moet.

Raadsleden zijn behalve mede- beleidsmakers ook consumenten en hebben dus een stevige verantwoordelijkheid. Wat maken zij mogelijk met die extra vierkante meters winkelruimte en horeca, of, wat verwoesten ze? Voor wie doen ze dat? Hoe sociaal- economisch duurzaam is dit voor de stad, haar inwoners, bestaande bedrijven, hun personeel en ons leefmilieu?

Duurzaam ontwikkelen

Er kunnen nog veel vragen worden gesteld bij de ontwikkeling van het WTC winkelgebied. Hoeveel ruimte en hoeveel belastinggeld wil de gemeenteraad van Leeuwarden bieden aan niet-duurzame en kannibaliserende winkel- en horecameters? Is er zoals in 2017 in het Koopstromenonderzoek van provincie Fryslân duidelijk geadviseerd, overleg geweest inzake detailhandel ontwikkeling met andere gemeenten en wat zijn de uitkomsten? Hoe graag faciliteert de gemeenteraad veel meer extra autoverkeer met alle overlast voor de omgeving? Hoe graag wil je meewerken om een deel van de binnenstad die je met z’n allen zo bejubelt, gestaag af te breken met behulp van belastinggeld? Hoeveel zijn alle andere bouwmarkten, meubel, woninginrichtingszaken en wijkwinkels je waard? Wie zet onder al die overbodige vierkante retail, bioscoop en megahorecameters met gevoel en urgentie voor deze tijd van klimaatdenken, duurzame ontwikkeling en gezond financieel beleid zijn of haar handtekening? Het argument dat de tijd voor Cambuur dringt is ongezond. Het stuurt op angst in plaats van rationele overwegingen voor een duurzame stad.

De wens voor een nieuw Cambuurstadion mag niet als argument gebruikt worden om het WTC- gebied in de voorgenomen richting te ontwikkelen. Deze ontwikkeling is financieel en maatschappelijk kostbaar: miljoenen van de stad gaan straks ten koste van onze (binnen)stad, van onze leefomgeving en een meer duurzame toekomst. Met de kennis van nu en de snel toenemende relevantie van duurzamer denken, moet het plan ten aanzien van de vele meters extra commerciële ruimte serieus worden heroverwogen. Want wat goed is voor de portemonnee van vastgoed- en projectontwikkelaars, is niet automatisch goed voor Leeuwarden.

Die container zijn we zelf

Losgeslagen, ronddrijvende, zinkende en aanspoelende containers vol fossiele bende op het strand, boze burgemeesters versus het belang van fossielvuilspuitende containerschepen. 270 overboord geslagen stalen dozen vol spulletjes spiegelen wat we doen en niet wensen te laten. Maar ik ben toch niet gek? Wad jij?!

De nog ingehouden boosheid van Bert Wassink, burgervader van Skylge over containerschip MSC Zoe. “(…) …geregistreerd in Panama, een hoofdkantoor in Zwitserland.” Je voelt z’n onmacht over een wereldwijd containerspel dat onder en vooral ook torenhoog bovendeks gespeeld wordt, windkracht negen of niet. Gezekerd of niet, we weten het niet, want zelfs de berichten daarover zijn twijfelachtig: het zou simpelweg te lang duren om alle containers te zekeren, langer dan een dergelijk schip in de haven ligt. Negentienduizend containers per scheepslading, nu raakten er 270 overboord. Percentagewijs bijna niets, maar het is hommeles op de Waddeneilanden. De verzekeraar mag dan daags na de ramp al op Skylge staan, maar als ik Aponte was, CEO van containervervoerder MSC, had ik zelf ook iemand gestuurd. Even aftikken via de verzekeraar is te makkelijk en toont geen verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij de omgeving waar je onherstelbare schade aanricht; de tijden zijn veranderd. Je hoort het aan Skylge’s Bert Wassink en Ineke van Gent van Schier. De risico’s voor schepen in de Duitse Bocht zijn bekend, al jaren. Nu wordt het Wad een dingetje. En terecht: het is al jaren werelderfgoed.

Nutteloze relikwieën

Negentienduizend containers per MSC Zoe x zoveel keren per jaar spiegelen wat we doen. Dat is er één, één van de vele containerschepen die langs de Wadden scheert. Containers vol nog grotere en uiteraard veel betere televisieschermen en andere hebbedingespulletjes op weg van de fabrikant in China naar de Mediamarkt of andere schreeuwende aanbieders van de nieuwste technologie die wij niet willen missen. Kostbare en tegelijk veelal nutteloze relikwieën van een weinig duurzaam leven: iedere nieuwe ‘hype’ prikkelt ons consumerende brein. Kunnen kopen betekent willen hebben. Niet de vraag of het nuttig is of noodzakelijk, nee: het kan, dus het moet, vrij naar Descartes.

Los van de hoeveelheid fossiele stoffen om alleen al die elektronica en plastic spulletjes van te maken, van al bijna uitgeputte grondstoffen, van eindeloze hoeveelheden fossiel verpakkingsmateriaal voor het in de winkel ligt en bij u thuis staat, de MSC Zoe kan de vaart er in houden ten koste van een ontstellende megalomane milieuvervuiling. De 20 grootste schepen ter wereld, waarvan de MCS Zoe en z’n zusterschepen de lijst aanvoeren, stoten meer uit dan honderden miljoenen auto’s. Ik begrijp die ingehouden woede en onmacht van Bert Wassink wel. Alle hulp en begrip van iedereen om je heen als het mis gaat, maar je vreest de volgende ramp voor je klaar bent met deze. En na het ruimen, resteert het onzichtbare, de missende containers en hun inhoud, de ernstig vervuilde zeebodem, het verrotte zeeleven aan de stranden, de miljoenen kunststofkorreltjes die hun weg of plekje in de natuur al weer hebben gevonden, de plastic korreltjes etende vissen, de stalen containers onder water in de netten van de plastic vissende vissers…

Ik zie Lutz Jacobi hollend vanaf de Friese zeedijk bij Moddergat het wadwaterendslik in baggeren met de broekspijpen opgestroopt omdat ze de rubberen kaplaarzen in haar onmacht bij de auto vergat, de handen ten hemel heffend bij het aanschouwen van rondvliegend polystyreen, de linkervuist als altijd strijdbaar gebald. Nog geen jaar in dienst als directeur van de Waddenvereniging, nu dit. Dus wat, Waddenkoningin, wad nu? Is Lutz al naar Rottum en Rottumerplaat gespoed om daar de schade op te nemen, bij gebrek aan een burgemeester op die geweldig belangrijke natuur-zandplaten?

Confronterend

De indringende beelden gemaakt door de boven het schip hangende Kustwacht van de 395 meter lange MSC Zoe die op het Journaal worden getoond, brengen de omvang en onmacht van al die gestapelde containers, haarscherp in de huiskamer. Dat vind ik het mooie aan nu, je bent er bij, je wordt deel van het geheel, het is confronterend. Dit zijn jouw en mijn containers, daar gaan onze spulletjes!!

Werelderfgoed Waddenzee, ik benijd je niet. Je moet opboksen tegen de voortdenderende economische, maar aardbol en klimaat vervuilende groei en bestuurlijke onmacht van landen en werelddelen. De ingehouden woede en duurzaam gebalde vuistjes van Bert en Ineke ten spijt; ook Albert de Hoop, voorheen burgervader van Ameland, kaartte het probleem al meer dan 10 jaar geleden nationaal en internationaal aan en zag initiatieven stranden.

Spagaat

Diep van binnen, echt diep van binnen, hoop ik dat jullie vuistjes snel indringende mokerslagen worden, dat social media straks uitpuilen van de opgekropte consumentenemoties tegen zoveel zinloze vervuiling, onnodige verspilling, fossiele vuilspuiterij en dat MSC en concurrent Maersk (je moet wel eerlijk blijven toch?) zich beraden op hun posities die verankerd liggen in volumes en voortdurende kostenbesparingen, omdat zo het systeem nu eenmaal werkt en wij verslaafd zijn aan ‘scherpe’ prijzen. ….Die spagaat tussen bedrijfs- en handelsbelangen en emoties om bestaansrecht, koopgedrag en veranderingsbereidheid, echt, het gaat er van komen. Wanneer laat iedere consument zijn adagium “ik kan er niets aan doen” eindelijk los en gaan we nadenken over fundamenteel veranderen?

Beste Bert en Ineke, ik hoop dat we iets, heel ietsje, leren van dit containerdrama boven jullie Wad waar wij met z’n allen zo graag vertoeven. Dat we iets minder gaan consumeren of op z’n minst anders gaan denken, dat we nadenken over nut en noodzaak voor we on- en offline kopen. Want om het met de Mediamarkt te zeggen: Ik ben toch niet gek? Nou dan! Het Wad is ook jouw en mijn Wad en die container, eerlijk is eerlijk, die container dat zijn we zelf.

Noblesse oblige.

“Grut tinke en lyts dwaan”

In de LC vanochtend een stukje over de eerste toespraak van burgemeester @Jannewietske de Vries.

Mooie gedachten sprak ze uit hoor, inspirerend. We hebben oplossingen zei ze. Met de woorden “Grut tinke en lyts dwaan” haalde ze tal van voorbeelden aan in haar gemeente, die mee kunnen helpen de “ellende in de wereld” te verslaan.

Wat de burgemeester niet zei en de LC helaas niet meldt, is dat die inspirerend mooie woorden wel heel erg actueel geworden zijn door Herman Tjeenk Willink, die kort gelden een hoopvolle oproep publiceerde onder de titel “Groter denken, Kleiner doen” om mee te doen in het redden van de democratische rechtstaat.

En het oud Raad van State-lid was ook weer niet de eerste, want onder de titel Groot denken, klein doen, publiceerde Jaqueline Fackeldey al in maart 2012 een boek over het serieus nemen van de klant…

Ere wie ere toekomst. Het is moeilijk origineel te zijn en hoeft ook niet altijd, want je mag gebruikmaken van elkaars creativiteit. Maar niet benoemen waar iets vandaan komt, is best lullig in deze transparante wereld.

Het bestaansrecht van Leeuwarder broedplaatsen

De nalatenschap van Culturele Hoofdstad 2018 bestaat in Leeuwarden niet uit een veelvoud aan succesvolle creatieve broedplaatsen. Daarvoor kijken creatieven kunstenaars te weinig naar hun bestaansrecht. Leunen op de overheid is niet creatief.

Om de paar weken popt er een bijdrage op over het belang van creatieve broedplaatsen. Wethouder der Broedplaatsen Hilde Tjeerdema broedde pal voor Kerst iets uit over #broedplaatsen en Pieter de Groot meent daarop in de LC dat de gemeente te traag is met beleid, te karig is met slechts het aanstellen van een paar “aanjagers” en dat “de kunstenaars” meer is beloofd in de voorbije jaren. Wat er dan beloofd is, weet ik niet, maar het heeft iets met faciliteren van doen. Dat leest altijd heel actief en je kunt er alle kanten mee op. Maar dat was in elk geval nog voor Culturele Hoofdstad, voor dit college aantrad en ruim voor het financieel besef en de pijn van het ontwrichte sociale domein was doorgedrongen.

Wentelen in luxe

Culturele Hoofdstad – een overheidsinitiatief- was een enorme culturele en economische katalysator, ook in het aantrekken van creatieven. Dat jaar is nu voorbij, en dus moeten we niet achterom maar vooruit kijken. Een deel van die aangespoelde creatieven is naar een andere in hun ogen kansrijke plek vertrokken, anderen hangen nog aan het overheidsinfuus en weer anderen lijken zich nog even te wentelen in de luxe die ze door en tijdens LF2018 ten deel is gevallen.

Dat broedplaatsen eerder een goede relatie met gratis geld hadden van overheidszijde, kan als iets van toen en van voorbij worden beschouwd. Het is niet goed, want gratis geld prikkelt niet, stimuleert slechts berusting in tijdelijk comfort en wordt na verloop van tijd een slechte gewoonte. Ik geloof er niet in: als we overheidsgeld inzetten moet het naar mijn opvatting een verifieerbaar maatschappelijk doel dienen en moet het in in elk geval deels terugkeren in de overheidskas om ook anderen in staat te stellen de aanzet te maken dat hogere doel te bereiken. Inderdaad, dat vereist voor de ontvanger behalve een droom of overtuiging ook realisme en ondernemerszin. Laat je die voorwaarden weg, dan gebeurt meestal wat we juist niet willen: ‘we’ constateren dat het geld kost dat we niet kunnen of langer willen verantwoorden en snijden de subsidie bij de wortels af.

Onze inzet

Een gemeente mag en moet zelfs voor mij belastinggeld uitgeven om cultuur te stimuleren, want ik geloof in de toevoegende waarde daarvan voor mens en maatschappij. Het vergt van het bestuur vooral een heldere kijk, een visie op de rol van kunst en cultuur en van concrete kaders. Zo’n visie vergt echter veel meer dan een notitie over #broedplaatsen, zeker nu de Grote Impuls van 2018 ten einde is; het schijnt dat er een bestuurlijke club onder de noemer van Agenda 2028 aan het brainstormen is, maar die storm is nog niet uitgewoed, laat staan uitgebroed. Maar nu het over broedplaatsen gaat, kan ik me voorstellen dat de gemeente “faciliteren” eerst en vooral verheldert.

De andere kant: onze inzet. Ik geloof in individuele kracht, bijdrage en reflectie van kunstenaars, creatievelingen en cultuurmakers; als de overheid bijdraagt, mogen we van onszelf verwachten dat wij relevantie en bestaansrecht bewijzen. Als blijkt dat je alleen maar kunt bestaan als kunstenaar of creatief als je volledig gesubsidieerd je werk doet, als je jezelf niet eens wilt inschrijven als zelfstandige en daar naar handelt, dan vind ik dat je of moet stoppen of dat je anderszins inkomen genereert om in je eigen “kunstenaarschap” te voorzien.

Daadkrachtig bestuur

Gemeente: ga met de wereld om u heen in gesprek, kom met heldere kaders en voorwaarden voor de creatieve sector, geef een prikkelende stimulans, bied onder heldere voorwaarden tegemoetkoming in de kosten van onderdak gedurende omschreven perioden, omdat een zetje heel goed kan helpen. Maak een loket waar mensen kunnen aankloppen met cultureel initiatief en waar mensen ook concreet geholpen worden, investeer in ruimten en in initiatieven om kleinschalige maakindustrie, ambacht, vakmanschap en creatieven samen te brengen en breng bedrijven en vastgoedeigenaren samen met creatieven om te kijken wat je wel kunt betekenen. En ja, leg jezelf vooral op om binnen nu en een paar maanden alsnog met een visie te komen op kunst en cultuurbeleid. Dat mogen we toch wel verwachten van een daadkrachtig bestuur dat graag aan de slag is en op resultaat stuurt?

Werrukuh!

Kunstenaars, creatieven en cultuurmakers: we moeten het vooral ook zelf en altijd blijven doen. Of je doet het zelf omdat je daarin gelooft of je doet het (deels, soms en tijdelijk) samen met anderen. Maar onderneem, initieer, maak je werk zichtbaar, toon je kunsten, smeed dwarsverbanden, organiseer coalities, richt corporaties, winkels of samenwerkingen op. Prikkel jezelf, daag elkaar uit en verras jezelf, de wereld en de overheid om je heen met kunstuitingen, geschriften, beelden, muziek, geluid, manifestaties, tentoonstellingen, mini-festivals, video’s, blogs, games en kranten vol gedichten.

Het begint altijd bij jezelf, nooit bij een broedplaats om een broedplaats. Creativiteit komt voort uit jezelf , met tranen en een lach, met blijheid, intens geluk, woede, frustratie en alle andere emotie die er is; het komt er uit als jij het wilt. Op je zolderkamer, in een geleende fabriekshal, op je overloop, in een boot of in een weiland. Soms hier, soms daar. Het vergt van alles en nog wat, maar zo is het leven: het gaat niet vanzelf, je moet er wat voor doen. Het is net werrukkuh.

Ik wens u veel eieren om op te broeden. Met een nest vol, komt er altijd eentje uit. Op een creatief 2019!

Leitmotiv Fryslân: circulaire economie

Marijke Roskam krijgt als nieuwe “chef” van de provinciale Partij van de Arbeid 2 pagina’s in de krant @LC. Het mediaal masseren is gestart, de verkiezingen van maart 2019 zijn begonnen. Mooi zo. Verkiezingen betekent keuzes maken.

Tegenwoordig zijn iedere week wel opiniestukken van provinciale politici te vinden bij de Ingezonden Brieven en op de Opinie/Te Gast- pagina van de Leeuwarder Courant. Kennelijk vinden ze aan de Leeuwarder Tweebaksmarkt dat ze meer moeten zenden of te weinig worden gehoord.  Vorige week was het provinciaal PvdA- fractievoorzitter Remco van Maurik, die een democratische lente aankondigde. Niet het traditionele domein van die partij, maar je moet wat als je al een paar jaar in de touwen hangt en mediatijger Roskam in je nek hijgt. Het treft dat D66 provinciaal ook hijgend langs de zijlijn staat.

Sinterklaas is al geweest

Het zou goed zijn, betoogt Van Maurik dat de Staten in de komende maanden en voor de verkiezingen met instemming van alle partijen een hoofdlijnenakkoord bereiken over wat in de komende vier jaar door de nieuwe Gedeputeerde Staten uitgevoerd moet worden. Daarna volgt een verlanglijstje van de bekende partijpunten. Het moest nog Sinterklaas worden en keuzes maken kunnen politici niet. Angst voor de kiezer die jou toch niet mist.

Marijke Roskam doet hetzelfde. In de gezellige context van een ons-kent-ons-gesprek mag ze als beoogd “chef” (hoezo chef, kent u die benaming?) haar resultatenlijstje benoemen voor de komende jaren. Het Roskam-dictaat aan haar partijkader: Arbeid für Alle. Energietransitie. Veenweidegebied.

Keuzes maken

Volgens mij is er slechts één Leitmotiv denkbaar. Het centrale thema voor op z’n minst de komende acht jaar waar de rest van het provinciale beleid consequent aan getoetst moet worden. Wat de inzet is naar jezelf en naar anderen. Leitmotiv, het wederkerende karakteristieke motief met symbolische betekenis. Het Leitmotiv voor Friesland / Fryslân en inzet van de verkiezingen: circulaire economie.

Durf te kiezen. Zet consequent in op voortdurende verduurzaming op ieder aspect van leven, wonen en werken, van mens en milieu. Niet dogmatisch, niet opgelegd, nee, open, actief, onderzoekend, zelfbewust, gewogen, inhoudelijk getoetst, intrinsiek gemotiveerd. Stappen zetten waar we kunnen, concreet maken. Met dat Leitmotiv kun je elkaar bevragen: hoe doen we het, wat vind jij, doe je mee, kun jij me helpen, wat kunnen we voor elkaar betekenen?1

Ambitieus? Zeker. Het voordeel is dat niemand het zaligmakende antwoord heeft, circulaire economie is nieuw en allesomvattend. Samen krijgt diepgaand en kwetsbaar betekenis, wij, jij en ik. Zonder ambitie naar een circulaire economie is elke andere ambitie vergeeld voor de verf is opgedroogd.

(1964, Bob Dylan) The times, they are a changing

#

 

Wie is de zwarte piet?

Microbioloog, schrijfster en columniste Rosanne Y. Hertzberger meent dat Jerry Afriyie, voorman van de tegenstanders van Zwarte Piet, gefeliciteerd kan worden: “Als de voorstanders van Zwarte Piet alleen nog maar uit neonazi’s en stinkhoer-roepende voetbalhooligans bestaan, heb je gewonnen.”

Beste mevrouw Hertzberger: ik laat me met deze tweet van u niet weg zetten als neonazi of voetbalhooligan. U heeft met uw stelling heel erg ongelijk, want er zijn mensen die achter hun keuze voor Sinterklaas en Zwarte Piet staan en zich volstrekt niet herkennen in populair rechts, nationalistisch geschreeuw, extreemrechts, geweld van bierblikjes, stenen en eieren, noch aanhanger zijn van Blokkeerfriezen.

Mijn Sinterklaasfeest maakt vanaf de zeventiger jaren in de vorige eeuw deel uit van mijn leven. Een jaarlijks terugkerende belevenis met gedichten, de lol van het maken en het geven van surprises, om-de-hoek-van-de-kamerdeur-door-buurman-of-goede-vriend-gestrooide pepernoten, warme chocomelk en door ouders behendig gespeelde gezinspret die je lang kunt volhouden zelfs als de kinderjaren al lang voorbij zijn.

Pal achter Zwarte Piet

Ik deel nog steeds in het plezier van dit mooie feest en de afgelopen Sinterklaasintocht in Leeuwarden bewees het draagvlak in de stad: duizenden opgetogen mensen, ouders, kinderen en grootouders zingend, swingend en vrolijk zwaaiend naar Sinterklaas en Zwarte Piet vergezeld door tientallen andere kleurrijk uitgedoste zwarte, correcter gezegd, donkerbruin geschminkte Pieten. Voor al die mensen is het feest dat met die intocht begint de normaalste zaak van de wereld. Met een praktische kant: als kind herken je jouw buurjongen of meisje niet in die vrolijke Zwarte Piet en dat is ook net de bedoeling.

Hertzberger of hooligan mogen zeggen wat ze willen, want dat heet vrijheid van meningsuiting. Dat bij vrijheid verantwoordelijkheid hoort, vergeten ze: vrijheden moet je namelijk iedere dag blijven koesteren. Wie de discussie bewust plat slaat met volstrekt ongenuanceerde standpunten, verlaagt zich tot bedenkelijk niveau en vergroot polarisatie en onrust.  Als je mij wegzet als neonazi of hooligan, louter en alleen omdat ik plezier beleef aan het voor mij doodnormale Sinterklaas-inclusief- Zwarte-Pieten-feest en nog steeds pal achter Zwarte Piet sta, is voor mij de maat vol en wordt wat mij betreft vrijheid van meningsuiting beschaamd en misbruikt.

Friesland is van iedereen

Politici en gewenst politiek correcten helpen elkaar een handje om ons over de streep te krijgen die zij voor zichzelf hebben getrokken. “We” moeten het debat maar met elkaar aangaan klinkt het standpunt- ontwijkend uit Den Haag en tegelijk roept Seegers van de ChristenUnie vanaf z’n politieke kansel dat het maar goed is dat de roetveegpiet gemeengoed wordt. Pardon? Spreek voor jezelf en dring mij niet je mening op als ‘we er maar over moeten gaan praten’.

Ik zie Oeds ‘Culturele Hoofdstad LF2018’ Westerhof tweetend instemmen met Hertzberger. Pardon? Er was toch iets met mienskip dit jaar, met samen, luisteren en diversiteit? Westerhof vertegenwoordigt nog steeds een onafhankelijke culturele organisatie en de vraag dringt zich op of het wenselijk is dat een ‘voorman’ op social media een groot deel van de Friese mienskip lijkt weg te zetten als sympathisant van neonazi’s of scheldende en smijtende hooligans. En waren het niet juist Westerhof cs. die met de F)rede van Fryslân een tijdje terug in de Prinsentuin iedereen opriepen tot dialoog? Een dialoog dan zeker met door hen gewenste uitkomst.

Angst en onmacht

Maarten van Rossum constateerde een week geleden in @Pauwnl dat een meerderheid van Nederland Zwarte Piet nog steeds omarmt, memoreerde dat de veelbesproken figuur geen koloniaal verleden heeft, maar dat we onder druk van tijd en veranderend inzicht in de richting gaan van een roetveegpiet: ook tradities zijn aan verandering onderhevig. Ik deel z’n opinie, hoe verwerpelijk ik het ook vind een land en haar inwoners zo genadeloos het eigen nieuwe gelijk op te willen leggen. Het lijkt voor mij op wraak in de polder. Dat geen politicus daar het gesprek over aangaat, is veelzeggend.

Angst en onmacht regeren. De angst om te benoemen dat je als politicus het gevoel van veel Nederlanders herkent, zonder voor extreem of nationalistisch aangezien te worden. De onmacht genuanceerd uiting te geven aan je twijfels in de wetenschap dat Wilders en Baudet als bokken op de politieke haverkist zitten om er politiek gewin uit slepen. De liberaal (?) Klaas Dijkhof illustreert zijn onmacht door de verworvenheid van het recht op demonstratie als hem het uitkomt, nota bene te willen verbieden. Een onderbouwde en genuanceerd uitgesproken mening van overheid of politiek missen we tot op de dag van vandaag. Hubert Smeets duidt dat heel treffend in zijn column in NRC.

De politiek heeft gelijk: wij moeten het maar met elkaar uitmaken. Politici hebben geen maatschappelijke ballen, louter te veel suggestieve tekst als het hen uitkomt, bijvoorbeeld omdat er verkiezingen naderen. Ik heb mijn keuze al gemaakt en vier Sint & Pietenfeest net zolang en precies zoals ik dat graag wil. Iedereen mag dat van mij blijven doen zonder het risico stenen of ongenuanceerde teksten naar z’n hoofd geslingerd te krijgen of als neonazi benoemd te worden. Het  Sinterklaasfeest gaat voor mij over samen gezellig genieten.

 Wie kent hem niet?

 

 

Douwstra’s droom maakt dialoog en erkenning waterbelang noodzakelijk

In de @LC van afgelopen weekend een monoloog van wethouder EZ en Verkeer Friso Douwstra. Zijn het flarden infra- dromen of de aanzet tot collegebeleid in de komende paar jaar? Dromen zijn bedrog schreef Borsato al en voor een infrastructurele visie is dialoog noodzaak. Net als water.  

Een non-stop spoorlijn tussen Leeuwarden en Amsterdam, een aquaduct onder ‘t Van Harinxmakanaal, de verkeersader van De Hemrik doortrekken naar de Wâldwei. … zomerse dromen van een politicus, al weerspiegelen z’n hardop uitgesproken droomflarden de uitgangspunten van het huidige collegeprogramma.

Behendig morsen op het viltje

Spontane en natte dromen kent Douwstra niet als politicus en partijman. En hij is droog, zo droog als Sahara-zand. In z’n hele infra-monoloog komt de betekenis en het belang van water vrijwel niet voor. En dat voor een Fries in hart en nieren; ook hij lijkt vergeten dat water in brede betekenis de geschiedenis en ontwikkeling (van economie, landbouw, recreatie, veiligheid, leefbaarheid, cultuur) in de regio heeft bepaald en zal blijven bepalen. Behalve in z’n mijmering over “een deel van het Friesland Campina- verkeer dat wel over het kanaal zou kunnen gaan”, hoor ik Douwstra niet over water. Dat ene Friesland- Campina druppeltje morst hij trouwens wel heel toevallig op z’n eenzijdige vrijdagse verhaalviltje.

Water leeft

Hoe groot de kansen en impact van water zijn, lijkt niet bij hem door te dringen, is hem nog niet aangereikt, wordt bewust genegeerd om spagaten te voorkomen of omdat hij anderen niet voor de voeten wil lopen. Er speelt immers provinciaal een pittige discussie over de toekomst van onze te verbreden vaarwegen voor het beroepsverkeer. Is de uitkomst dat we straks een paar uitzonderlijke natuurgebieden verwoesten of liever niet; vestigen we een transport-hub op een locatie waar weg, spoor en water samenkomen en Friesland de soepele schakel wordt tussen Duitsland en Rotterdam; versterken we ook eindelijk de verbindingen van havenstad Harlingen naar elders; hechten we belang aan de gedane infra- investeringen voor de waterrecreatie in Friesland, aan doorgaande en veilige recreatieve verbindingen en hechten we vanuit veiligheid daadwerkelijk belang aan de scheiding van beroepsvaart en recreatievaart? Zomaar wat vragen vanaf het water, de complexe en verbindende component die Douwstra’s droom kan aanvullen en Friesland leefbaar houdt. U weet: zonder water geen leven.

Agendasetting en dialoog

Ook in de groter geworden gemeente Leeuwarden is een visie op water (nog los van thema’s als  waterbeheer en waterzuivering) relevant: hoe bereikbaar wil Leeuwarden zijn voor de beroepsvaart, wat zijn de consequenties van het voor de grotere containervaart geschikt maken van het Van Harinxmakanaal, welke rol speelt water- en watergebonden recreatie in onze gemeente en in de relatie tot Friesland, onderkennen we het majeure belang van water- en locatiegebonden bedrijven als Friesland Campina en Koninklijke Koopmans? En hoe geven we dat dan vorm en wanneer gaan we wat doen?

Douwstra is agendasetter pur sang en de krant stelt hem zonder kritische vragen in staat zijn boodschap te brengen aan het begin van dit ‘parlementaire jaar’. Het maakt ook kwetsbaar, want de opmerking dat de stad er fijn bij zou liggen voor auto’s, vraagt om reactie. Douwstra verzeilt kennelijk nooit in de dagelijkse congestie van blik en uitlaatgassen tussen Drachtsterweg en Centrale. Leuk al die torenhoge ambities van een politicus naar vooral de komende decennia. Fijner nog zou het zijn als de wethouder de concrete infrastructurele plannen van het college voor de komende paar jaar concreet op rij zet.

Bevlogenheid en leiderschap

Dialoog kan daarbij helpen. En als de LC kennelijk zonder herkenbaar beschreven aanleiding een wethouder de ruimte wil geven te dromen zonder journalistieke, kritische vragen, dan weet ik nog wel een paar andere mensen die hun goed begrepen (eigen)belangen willen ventileren. En dat kan weer ‘n prima bijdrage leveren aan de door dit college gewenste dialoog zoals zij zo beeldend en verwachtingsvol opschreef in haar programma ‘De Kracht van Samen’:

“We willen de dialoog met de samenleving versterken en staan open voor nieuwe vormen van samenwerking. Als we durven te vertrouwen op de kracht, bevlogenheid en het leiderschap van mensen zelf, komen we tot oplossingen die werken.”

Niek Donker, 4 september 2018

 

 

 

 

Commentaar bij het ontbijt: rebelse jongeren, beleidsstukken en gratis geld

Bij het hoofdredactionele commentaar deze zaterdag van @warm_san @LC over Ingehuurd Vermaak en leegstaande panden in de stad die zouden schreeuwen om creatieve invulling.

Beste Sander Warmerdam,

Je hebt helemaal gelijk, want met ingehuurd vermaak hebben en krijgen wij geen nalatenschap van ons Culturele Jaar. Wel dankzij dit hele jaar heel veel ambassadeurs en dito media-aandacht. Ambassadeurs in al die mensen die zich om welke culturele of andere reden geroepen voelen onze stad te bezoeken en in grote getale aangenaam verrast worden door de charme en kleinschaligheid van onze monumentale binnenstad, de goeie sfeer en relatieve rust. We horen het hier in ons Parlement van Engeland vrijwel iedere dag van enthousiaste gasten.

Hoezo jongeren?

Er schijnt (zo lees ik de laatste weken in je krant) een enorme behoefte te zijn aan creatieve broedplaatsen, waar een ieder zich kan ontwikkelen tot, tot ja wat eigenlijk? Wat me opvalt aan die geluiden is dat er een directe koppeling gelegd wordt tussen het van overheidswege faciliteren (zoals het ter beschikking stellen van een door die overheid betaald gebouw) en creatief succes en fundament voor culturele nalatenschap. Misschien kun je die redenatie een keer toelichten.  Net als je eigen vraag beantwoorden waarom het in jouw ogen rebelse jongeren (moeten of zouden) zijn die de creatieve hemel van morgen aan ons mogen of zullen gaan openbaren. Creativiteit, laat staan het welslagen van creatieve processen, heeft net als rebellie in mijn ogen geen bal met leeftijd te maken.

Aan de bak!

Zeker, ik geloof in een faciliterende overheid! Dat is wat ze dit jaar ruimhartig doet en ik geloof dat dat ons allen veel brengt. Het is echter vooral ook aan ons allen om daar vervolgens echt wat mee te doen naar het verstevigen van het fundament van onze toekomst: wij creëren onze nalatenschap of we doen dat niet. Omdat we het hier nu al te druk vinden bijvoorbeeld of omdat we te zeer geloof hechten aan de rol van de overheid bij bijvoorbeeld culturele creativiteit.

We moeten aan de bak als we overmorgen willen bestaan. Niet vertrouwen op beleidsstukken schrijvende ambtenaren, want die hebben in deze stad al bewezen goed te zijn in zichzelf bezig houden en vervolgens de maatschappelijke zaak kapot te schrijven, of, zo je wilt, gewoon deuren te sluiten zonder eerst na te denken over de consequenties. Jouw redenatie neigt mij te veel richting beleid van bovenaf, terwijl het dit jaar toch vooral gaat over ‘mienskip’ en betrokkenheid? En nee, we moeten ook niet koersen op alleen maar festivals en Oeds Westerhof-cultuur-blockbusters, net als de festivals “ingehuurd” en in z’n woorden over nalatenschap te eenzijdig vertrouwend op mega-marketing budgetten.

Genieten van Ingehuurd Vermaak

Daarom moeten we het zelf doen, opstaan, met elkaar gaan praten en nadenken over hoe we vinden dat het verder kan en moet. Of je gaat ondertussen gewoon zelf je gang, omdat je geen zin hebt te wachten op trage processen. Maar niet voorwaardenscheppend vragen om subsidie of vragen dat het wel even wordt geregeld.  Het is te makkelijk en het leidt tor bitter weinig resultaat. De inhoudelijke zelfontbrander moet aan, met actie, diversiteit in denken en doen, met plannen en visies. Als je dat bedoelt, heb je een punt.

Tegen de tijd dat je dit leest, geniet ik weer en nog steeds met volle teugen van Ingehuurd Vermaak. Kom je morgen wel even kijken als we met en dankzij de inzet van in stand gehouden varend erfgoed de Reuzen groots uitzwaaien?

Hartelijke groet, Niek

 

 

 

Jokkebrokkerij van de dag: VVV 2 dicht door gebrek klanten

@LC vanochtend vertelt in een klein bericht over de tweede vestiging van de @vvvleeuwarden aan het Oldehoofsterkerkhof.

Deze tweede vestiging pal aan het plein om de hoek van de Kleine Kerkstraat en dus vol in de loop van toeristen, sluit haar deuren. De reden: er zijn te weinig toeristen!

Beste mevrouw directeur Rinske van der Meulen: u zwetst. Het barst er van de klanten, van de toeristen @LF2018 en wie verder iets wil weten. Al die mensen treffen echter een gesloten deur, want u heeft verzuimd open te zijn als de klant er is. U moet zich schamen voor zoveel jokkebrokkerij.