Ik ben gekozen, dus ik ga

Zo sta je weer trots op het provinciale bordes, zo ga je welbewust weg en straal je straks op de trappen van de gemeente Noordoost. Oh oh Johannes Kramer.

Het wordt steeds normaler. Zo gewoontjes zelfs dat de krant het niet benoemd, laat staan er afkeurend over schrijft. De moraal verschuift. Voor mij blijft het onverteerbaar: politici die zich na veel enthousiasme in een campagne laten verkiezen, hun verkiezing van de daken schreeuwen en binnen een half jaar weer vertrekken.

Ik vind het democratisch nog gênanter, om als lijsttrekker de verkiezingen in te gaan, vervolgens bestuurder te worden en dan snel te vertrekken, omdat jij deze ene kans natuurlijk niet voorbij kunt laten gaan.

Nog erger wordt het als je dat als partij ook nog viert, zoals in geval FNP en Kramer. “We hebben nu een burgemeester en ook nog een gedeputeerde.”

“Ik heb het onderschat”

Vandaag wordt hij, de nieuwe burgemeester, uitgebreid geportretteerd in #LC. Hij heeft humor, lees ik. Hij kent de mienskip lees ik. Gistermiddag in het Politiek Café op #Radio1 zei hij over z’n boerenbuiging een week eerder: ,,Ik heb onderschat hoe het onder de boeren leefde.” Johannes kent de mienskip, lachen. Johannes was op dat moment gewoon een politiek opportunist.

Kramertje Kramertje, wat doe je nou? Ik had al zo’n flauw vermoeden dat je niet bepaald een rechte rug had. Vorige week heb je dat weer bewezen. Je hebt een buigzame rug van stro. En ach, je wist dat de kans op dat burgemeesterschap heel groot zou zijn, dus wat dondert het. Alsof we in deze tijd van transitiedenken, niet juist bestuurders van formaat en klasse nodig hebben. Bestuurders met visie, met lef en daadkracht.

Kiezersbedrog

Wat dat betreft Johannes Kramer, is het inderdaad beter dat je gaat. Was het beter geweest van deze termijn als gedeputeerde af te zien om je te richten op iets anders, zoals een burgemeesterschap. Je kiest voor jezelf, begrijpelijk. Democratisch gesproken, is en blijft het kiezersbedrog. Punt uit.

(De kop boven dit blog is inderdaad afgeleid van ‘Cogito ergo sum’ oftewel ‘ik denk, dus ik ben’ van René Descartes, Frans filosoof, 1596-1650)

Kramertje Kramertje refereert aan het commentaar van Frank Snoeks in 1998 bij de gouden 1500 meter race van Marianne Timmer in Nagano.

Kappen, verwachten, lachen

Burgemeester Buma nodigt de gemeenteraad uit voor een gesprek over verwachtingspatronen en toont gebrek aan empathie. Tegelijk heeft het College een nieuwe redenatie over bomenkap die de beweegbare Prins Hendrikbrug mogelijk maakt. Het wordt nog lachen dit jaar. ‘n Terugblik op week 38.

Het gedoe rond de aanwijzing van een gedeelte van het Vliet als overlastzone, leidt tot veel vragen van de gemeenteraad. Chef veiligheid Buma spreekt lovende woorden. “Wij hebben ons aan de regels gehouden. Maar uw vragen zijn legitiem.” Goedemorgen, wat een schreeuwend gebrek aan empathie. Lekker begin!

Bomen zijn noodzaak

In het Middelzeegebied horen geen bomen lees ik #LC , zo blijkt uit een nieuw bestemmingsplan. “Omdat er geen bomen in dit open gebied horen.” Inderdaad, op zee groeien geen bomen. Het College stapt met deze redenering over de noodzaak heen om juist voortvarend verder te gaan met vergroenen van de leefomgeving. Meer bomen zijn in iedere stap naar een klimaatneutrale, duurzame wereld een noodzakelijke toevoeging (*1), dus vasthouden aan wat er ooit was, klinkt verre van logisch. Ik vind het trouwens prima, want met deze argumentatie is de stap naar realisatie van de beweegbare Prins Hendrikbrug hartje Leeuwarden slechts een kleine moeite. Een vaste brug, zoals de huidige PH- brug, heeft namelijk nooit ergens in Friesland gelegen voor de behoefte ontstond om makkelijker aan de overzijde van het water te komen, dus waarom zou je nu nog die beweegbare brug blokkeren?

Het lachen vergaat ze wel

Lachgas leidt regelmatig tot crisis, ook in het verkeer. Omdat steeds meer mensen de maximale vrijheid opeisen om te doen wat zij willen, maar zich steeds minder daarvoor willen verantwoorden en de huidige wet weinig mogelijkheden biedt tegen verkoop en gebruik van lachgas, zijn Leiden en Leeuwarden in last.

Wij hebben een gemeenteraad die niet durft te besluiten en dus kiest voor een onderzoek. Allerlei gemeenten elders hebben dat al gedaan, maar nee, wij in Leeuwarden houden er van het wiel uit te vinden. Als na enkele tienduizenden euro’s onderzoekskosten blijkt dat een totaalverbod niet kan, en blijkt dat het nu alleen deels (bijvoorbeeld tijdens evenementen) kan via de APV maar dat zoiets tegelijk lastig is te handhaven, vergaat ze het lachen wel. Alleen met hele strikte handhaving kun je ietsiepietsie bereiken. En laat handhaving het zwakke punt zijn van gemeente Leeuwarden, dus zelfs een beperkt verbod wordt een lachertje. Wachten dus op een landelijk algeheel verkoopverbod aan consumenten en daar wordt al aan gewerkt. Onderzoek is overbodig.

Loze woorden?

Burgemeester Buma sprak legendarische woorden tot de raad: ,,We zullen samen moeten kijken naar wat we van elkaar verwachten als het gaat om informeren.” Spijker op de kop. Dat is in de kern waar het al lang mis gaat: informeren. Niet alleen de gemeenteraad loopt daar vaak tegenaan, ook burgers van Leeuwarden ondervinden dat dagelijks. Omdat bestuurders en ambtenaren van alles zeggen te willen en te verwachten van burgers, maar vergeten dat alleen al het uitspreken van die wil en verwachting een diametraal andere in- en opstelling van zichzelf vergt. Zolang dat niet drastisch verandert, zijn ook dit loze woorden.

Beste burgemeester, kunnen wij ook met u in gesprek over wat wij van u en uw ambtelijke dienst verwachten? Vrij naar #Gers Pardoel. Neem ons mee. Samen komen we verder.

(*1): Zie: https://www.volkskrant.nl/wetenschap/onderzoek-herstel-van-bossen-is-in-theorie-genoeg-om-opwarming-van-de-aarde-te-keren~bfc9d008/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

Geluk is niet te koop

De politieke onderhandelaars op de Tweebaksmarkt hebben hun ei gelegd en ik heb het resultaat van hun wikken en wegen even laten bezinken en in de LC gelezen over de onderhandelingen. Oh oh, wat een geregisseerde openheid. Het gelul over geluk in het bestuursakkoord zat me behoorlijk dwars. Nu weet ik waarom.

Na de Provinciale Statenverkiezingen had ik een somber gevoel. De enorme opkomst van Forum voor Democratie verbaasde me niet, maar baarde des te meer zorgen. Mijn democratische verstand vertelde dat iedereen moet kunnen meeregeren, maar m’n hart verzette zich heftig. De gedachte dat mensen die een naar mijn idee fascistoïde partijleider achternalopen hier mede de dienst gaan uitmaken, maakte me niet gelukkiger.

Maar het partijkartel koos voor elkaar en daarmee sloeg de angst pas echt toe. Naar mijn overtuiging had er ondubbelzinnig gekozen moeten worden voor een zo duurzaam mogelijk beleid, omdat de urgentie van de klimaattransitie en alles wat daarmee samenhangt torenhoog is. (Zie mijn blog over het Leitmotiv voor Friesland.) Sander en Sietske hadden en hebben daar geen last van, maar zagen wel donkere wolken hangen. Mooi die macht, maar het moet leuk blijven. Hoe zorg je voor een goeie bliksemafleider die voor de bühne duidelijk maakt dat je de zorgen rond het klimaat begrijpt? Inderdaad, je laat de Partij van de sociaaldemocratische Armoede toe in je college en splitst hun de lastige portefeuille in de maag. Opgelost. Het partijkartel blij en Forum voor Democratie ook, want zij kunnen vier jaar lang schoppen en blèren dat het een aard heeft.

Na een paar maanden onderhandelen, lag er een geweldig resultaat onder de titel Geluk op 1 op tafel. Godallemachtig dacht ik. Ik weet dat uit onderzoek is gebleken (Fries Sociaal Planbureau) dat Friezen gelukkig zijn; maar om dat als doel van politieke ambitie te benoemen? We zijn armer dan elders in dit land, maken meer gebruik van sociale voorzieningen, hebben 13,4 procent laaggeletterden, maar ach….We voelen ons verbonden, we hebben onze mienskip, we zijn de fijnste woonprovincie van het land, dus wat geeft het allemaal? Waar streeft de provinciale politiek de komende vier jaar naar? Naar behoud van wat er is. Niets minder en vooral ook niet meer.

Het klimaat kan aan het gas, na ons de zondvloed. De boeren dorsen voort op de veenweide, de grond onder onze voeten verdort en verdroogd, we blijven produceren voor de hele wereld omdat de Rabobank geen ander verdienmodel kan verzinnen, we hebben lak aan het idee van lusten en lasten in energietransitie, tienduizenden laaggeletterden hebben nog steeds geen perspectief, de gemeenten laten we verzuipen in hun sociale domein…om over verbetering van de fysieke leefomgeving maar te zwijgen. Terwijl dat toch de inzet is van de nieuwe Omgevingswet, waarmee de provincie een prachtig instrument in handen heeft voor duurzame transities en herinrichting van ons Friese landschap.

Visie, regie en leiderschap om het majeure thema klimaat regionaal vorm en inhoud te geven, zitten op de achterbank van deze coalitie, wat zeg ik, ze liggen in de kofferbak. Nee, ons Geluk staat op 1, we trekken er volgens persberichten van het bestuursakkoord zelfs 180 miljoen extra voor uit zo lees ik:Friezen blijven de komende jaren de gelukkigste inwoners van Nederland. De nieuwe coalitie van CDA, PvdA, VVD en FNP heeft dat doel centraal gesteld in het vandaag gepresenteerde bestuursakkoord. De provincie zet er op in om de sterke sociale structuren, de sociale gelijkheid en de leefbaarheid verder te stimuleren, want die dragen bij aan de brede welvaart die Fryslân kenmerkt. Hierin willen de partijen 180 miljoen euro investeren, bovenop de reguliere begroting. Dat klinkt fijn zeg! De term ‘laaggeletterd’ komt nota bene wel voor in de inleiding van het akkoord, maar verder is er geen letter over te lezen. Wat stelt die sociale gelijkheid en brede welvaart dan voor? We laten al jaren op z’n minst tienduizenden mensen in Friesland in de steek en bieden ze geen enkel perspectief. Je weet dat het zo is (onderzoek Partoer 2016 in opdracht van provincie Fryslân), maar legt die kennis in de la. Ook dat is de mienskip van Sander, Sietske, Johannes, Douwe en Avine. Kom op joh, laaggeletterd zijn is toch niet zo erg? Als je maar gelukkig bent!

Geluk op 1? Mijn geluk is van mij, daar kan de politiek niets aan veranderen, niets aan bijdragen. De ene helft van geluk is genetisch bepaald en aan de andere helft kunnen Sander en Sietske niets veranderen. Ga besturen, toon lef en leiderschap. Mijn geluk is niet te koop, noch te geef. Een ander kan jou je geluk niet aanreiken, kan het niet met een subsidietikkie voor je betalen. Je zult je geluk zelf moeten vinden en leren vasthouden en daar is ieder mens voor die ene helft zelf verantwoordelijk voor.

Een hek om Nederland, te beginnen bij Friesland

Ik lees in @LC dat het CDA vindt dat wolven hier niet thuishoren. Niet in Nederland, zeker niet in Friesland. Brussel moet de regels aanscherpen, zodat ‘we’ op kunnen treden tegen deze sluipmoordenaar.

Mijn gedachte gaat uit naar een hek om Nederland, te beginnen om Friesland. En mocht er toch een wolf door of onderdoor komen, zetten we hem of haar zonder pardon uit.

WTC (2): het kalf en de put

Als het kalf verdronken is, dempt men de put. Geen hogere wiskunde, wel schering en inslag. De Leeuwarder raad koerst af op een verdronken kalf. Laten we een diepe put graven.

Je voelde het aankomen met de bijna 10.000 extra detailhandelsmeters in het WTC- gebied. De liefde voor Cambuur is allesomvattend, dus nog meer risico’s voor leegstand in Leeuwarden worden gepermitteerd. D66 vindt na 1.000 keer getwitterd te hebben dat “Cambuur” absoluut moet doorgaan, nu plots dat de Aldi toch wel naar de Centrale moet mogen in het kader van eerlijk verdelen. En ja hoor, toen werd Gijs Gemeentebelangen Jacobse in Camminghaburen wakker. Zou dat plannetje van D66 niet leiden tot verdere winkelleegloop in zijn wijk? Hij vindt het nu tijd voor inspraak. Ik noem dat mosterd na de bekende maaltijd. Als het echt gaat om alleen verplaatsing, waarom dan naar deze locatie buiten woonwijken?

Onderbouwing

Het college van wijze mannen en een vrouw heeft alle documenten voor het WTC- instemmingsdebat van morgenavond toegevoegd aan de agenda. Zeker, er is leegstand; zeker, de provinciale bijdrage is nog ongewis; nee, er is kennelijk nog geen overleg geweest met andere gemeenten over nog meer detailhandel in Leeuwarden. En: ik heb ook nog enkel geen argument gelezen voor uitbreiding van het aantal meters detailhandel. Maar toch…laten we het afscheid van wethouder Deinum niet vervelen met negatief gedoe. In Heerenveen staan ze een overdreven grote Van der Valk voor op een slecht gekozen plek, alleen omdat ze vinden dat Heerenveen wel wat minder bescheiden mag doen, dan mogen wij in de hoofdstad toch meer winkelmeters toestaan tegen iedere logica in? Waar halen die supers hun kopers vandaan en hoe zit het straks met nieuwe wijkontwikkelingen? Op een laat moment (vanavond, dinsdag 22 januari) voegt het college het rapport “Ladder van duurzame verstedelijking” toe: belangrijkste conclusie op winkelgebied? De markt – vertelt de ladder- heeft een maximale behoefte van 700 vierkante meter, de toevoeging op het WTC- gebied voorziet in 3.852 meter. Dat is vast duurzaam.

Verkeerscongestie en lege etalages

Ik lees sombere brieven bij de raadsstukken over ‘t WTC, winkelcentrum Zaailand ziet haar einde zonder steun van de gemeente naderen (“…en Cambuur is toch ook een onderneming”?), Jumbo Van Loonstraat begrijpt het niet meer want er zijn al jaren te veel supermarkten, Wijkbelang Westeinde heeft zorgen over de toekomst van haar buurtsupers, Camminghaburen is mistroostig over de Centrale- plannen. In de raad praten ze gemakshalve niet over noodzakelijke winkels in de wijk dichtbij omdat dat menselijkerwijs duurzamer is, omdat het bijvoorbeeld ook onze vergrijzende bevolking (dat zijn wij….) ten goede komt. We hebben besloten dat Cambuur er moet komen en omdat er rapporten liggen die zeggen dat het goed is, is het goed. Maar kan ieder raadslid uitleggen waarom en voor wie het goed is en uitleggen waarom niet breder met andere gemeenten is overlegd en of dit duurzame stadsontwikkeling is?

Laat mensen nog vaker met de auto boodschappen doen in moderne supermarkten verderop, laat werklozen straks participerend vers-boodschappen voor bejaarden doen, doe er nog een Chinese Kruidvat bij voor extra containers rotzooi, laat meer verse waren onder vaak twijfelachtige omstandigheden met nog meer vervoersbeweging door de stad gaan. Voor de binnenstad maken we straks wel een plan en dan komt alles goed, de flow van 2018 hangt als een deken van goedgelovigheid in de raadszaal. We verzuipen straks in verkeerscongestie, verstikken in vervuiling en kijken aan tegen lege etalages. Geen probleem toch? Een kalf meer of minder, ach, een kniesoor… We graven een diepe put en wanneer en waarmee we die gaan dempen weet ik niet. ‘We’ houden toch van Cambuur? Dag Gijs, dag Julie, dag Henk!

Ontwikkeling WTC: belastinggeld financiert leegstand

Het WTC- gebied en het nieuwe Cambuurstadion staan in de schijnwerpers. De gemeenteraad is aan zet: hoe kijkt zij aan tegen de majeure uitbreiding van winkel- en horecaoppervlakte die zo behendig is vervlochten met de bouw van het stadion? Het toverwoord “Cambuur” lijkt een kritische weging van de planontwikkeling in de weg te staan. Toch betalen wij er de rekening voor.

De planologische ontwikkeling van het WTC- gebied is gevoed door de wens van een nieuw Cambuurstadion en komt voor decennia vast te staan. Die wens staat een nuchtere weging tussen maatschappelijk en privaat belang in de weg. Het belang van een nieuw Cambuurstadion is iets heel anders dan gebiedsontwikkeling vol detailhandel, leisure en megahoreca. De projectontwikkelaars voelen het wensdenken voor een nieuw voetbalstadion heel goed aan en weten dat de koppeling van stadion aan hun wensen de kans van slagen voor het geheel vele malen groter maakt. Het is aan de gemeenteraad scherp het onderscheid te blijven maken, want zij -en daarmee de stad- betaalt een deel van de (maatschappelijke) rekening. De noodzaak om duurzamer te denken vraagt om stevige reflectie op de plannen. Want met de kennis van nu, doe je morgen niet meer wat je gisteren misschien nog wel zou doen. ,,De bal ligt op de stip”, zei burgemeester Crone hoopvol in z’n nieuwjaarstoespraak. ,,We hebben een lange aanloop genomen, dus is het tijd de bal in te schieten.” De vraag is wel hoe verwoestend de bal is die de raad geacht wordt in te schieten.

Ik heb eerder mijn twijfels geuit over het nieuwe Cambuurstadion, maar de tijd maakt verzet zinloos. Het Cambuurhart van een deel van Leeuwarden en de intensiteit van de Leeuwarder politiek om dat geel- blauwe hart te behagen, is zo groot dat een goed gesprek over nut, noodzaak en wenselijkheid van een nieuw stadion op een andere locatie dan de huidige, verleden tijd is. Een nieuw voetbalstadion bouwen is echter iets anders dan met inzet van miljoenen belastinggeld de stad op te zadelen met duizenden meters overbodige winkel- en horecaruimte.

Bouwen voor de leegstand

We weten dat voor Fryslân een verdere daling van het inwoneraantal is voorzien, ook al groeit studentenstad Leeuwarden nog even. Het gemiddelde inkomensniveau ligt in heel Fryslân onder het landelijk gemiddelde en dat cijfer is met 12 tot 14 procentpunten het meest negatief in dit deel van de provincie, het gebied inclusief Leeuwarden; het in de afgelopen jaren al fors toegenomen winkelmeters veroorzaakt meer en meer leegstand en afstemming tussen gemeenten over de invulling van de “retail” in de provincie is noodzakelijk. (Uit: Koopstromenonderzoek provincie Fryslân 2017. ) Dat zijn interessante gegevens op het moment dat de lokale overheid Leeuwarden met beoogde geldelijke steun van provincie Fryslân investeert in de combinatie van voetbalstadion met detailhandel.

Gemeente faciliteert kannibalisme

Leeuwarden geldt als koopstad van Fryslân vanuit een traditionele detailhandelsvisie. In de toekomst van de retail gaat het echter over verdere afname van het totaal aantal vierkante meters, over meer diversiteit en verschuiving, meer beleving en mengvormen, over verdere schaalvergroting en vooral over de effecten van technologische ontwikkeling, online koopgedrag en gevolgen zoals toenemende 24- uurs distributie. In het Koopstromenonderzoek en in veel andere retailvisies, is een ding heel duidelijk: er zijn al jaren te veel meters winkeloppervlak en iedere uitbreiding gaat ten koste van het bestaande. Bij het WTC komt meer dan 20.000 vierkante meter extra winkelruimte. Dat gaat ten koste van winkelruimte elders in de (binnen)stad. Dat betekent dat de gemeente bouwen voor de leegstand faciliteert.

Voor de voorziene meters mega- horeca op het WTC geldt hetzelfde: de grenzen aan de groei zijn bereikt, dus wat wil je als gemeente mogelijk maken? LF2018 was een eenmalig groots feest in economisch en dus ook horeca- opzicht. Nieuwe, grote horecazaken aan de rand van de (binnen)stad, zullen echter kannibaliserend werken, omdat het aantal mensen dat er komt, nu niet bepaald toeneemt, eerder af. Faciliteert de gemeente dat omdat “we” een nieuw Cambuurstadion willen; wat heeft het een met het ander te maken? De projectontwikkelaars hebben het al vaker gezegd in dit dossier: het één kan niet zonder het ander en gaat het één niet door, komt er geen stadion van Cambuur. Dat is slechts hun wens, want maatschappelijk zijn die winkelmeters onwenselijk en is het heel ongezond te sturen op de angst dat “we” anders geen nieuw stadion “krijgen.” Dat mag jij dan als volksvertegenwoordiger uitleggen, lijken ze te willen zeggen.

Raadsleden hebben verantwoordelijkheid

Duurzaamheid en circulaire economie zijn begrippen die je zelden leest in beleid over detailhandel of hoort in de retailbranche. In Leeuwarden gebruikt het college die woorden als het haar uitkomt, maar in planologie en retail- ontwikkeling zie ik het nog niet terug. Vreemd voor een stad die zegt zoveel duurzame ambities te hebben. Tegelijk ook niet vreemd, want detailhandel en retail in brede zin, zijn bij uitstek exponenten gebleken van economische groei: het dogma van kopen, kopen en nog meer, nog vaker, sneller en goedkoper kopen. Zoals ik vorige week schreef in mijn #container-blog: het kan, dus het moet.

Raadsleden zijn behalve mede- beleidsmakers ook consumenten en hebben dus een stevige verantwoordelijkheid. Wat maken zij mogelijk met die extra vierkante meters winkelruimte en horeca, of, wat verwoesten ze? Voor wie doen ze dat? Hoe sociaal- economisch duurzaam is dit voor de stad, haar inwoners, bestaande bedrijven, hun personeel en ons leefmilieu?

Duurzaam ontwikkelen

Er kunnen nog veel vragen worden gesteld bij de ontwikkeling van het WTC winkelgebied. Hoeveel ruimte en hoeveel belastinggeld wil de gemeenteraad van Leeuwarden bieden aan niet-duurzame en kannibaliserende winkel- en horecameters? Is er zoals in 2017 in het Koopstromenonderzoek van provincie Fryslân duidelijk geadviseerd, overleg geweest inzake detailhandel ontwikkeling met andere gemeenten en wat zijn de uitkomsten? Hoe graag faciliteert de gemeenteraad veel meer extra autoverkeer met alle overlast voor de omgeving? Hoe graag wil je meewerken om een deel van de binnenstad die je met z’n allen zo bejubelt, gestaag af te breken met behulp van belastinggeld? Hoeveel zijn alle andere bouwmarkten, meubel, woninginrichtingszaken en wijkwinkels je waard? Wie zet onder al die overbodige vierkante retail, bioscoop en megahorecameters met gevoel en urgentie voor deze tijd van klimaatdenken, duurzame ontwikkeling en gezond financieel beleid zijn of haar handtekening? Het argument dat de tijd voor Cambuur dringt is ongezond. Het stuurt op angst in plaats van rationele overwegingen voor een duurzame stad.

De wens voor een nieuw Cambuurstadion mag niet als argument gebruikt worden om het WTC- gebied in de voorgenomen richting te ontwikkelen. Deze ontwikkeling is financieel en maatschappelijk kostbaar: miljoenen van de stad gaan straks ten koste van onze (binnen)stad, van onze leefomgeving en een meer duurzame toekomst. Met de kennis van nu en de snel toenemende relevantie van duurzamer denken, moet het plan ten aanzien van de vele meters extra commerciële ruimte serieus worden heroverwogen. Want wat goed is voor de portemonnee van vastgoed- en projectontwikkelaars, is niet automatisch goed voor Leeuwarden.

“Grut tinke en lyts dwaan”

In de LC vanochtend een stukje over de eerste toespraak van burgemeester @Jannewietske de Vries.

Mooie gedachten sprak ze uit hoor, inspirerend. We hebben oplossingen zei ze. Met de woorden “Grut tinke en lyts dwaan” haalde ze tal van voorbeelden aan in haar gemeente, die mee kunnen helpen de “ellende in de wereld” te verslaan.

Wat de burgemeester niet zei en de LC helaas niet meldt, is dat die inspirerend mooie woorden wel heel erg actueel geworden zijn door Herman Tjeenk Willink, die kort gelden een hoopvolle oproep publiceerde onder de titel “Groter denken, Kleiner doen” om mee te doen in het redden van de democratische rechtstaat.

En het oud Raad van State-lid was ook weer niet de eerste, want onder de titel Groot denken, klein doen, publiceerde Jaqueline Fackeldey al in maart 2012 een boek over het serieus nemen van de klant…

Ere wie ere toekomst. Het is moeilijk origineel te zijn en hoeft ook niet altijd, want je mag gebruikmaken van elkaars creativiteit. Maar niet benoemen waar iets vandaan komt, is best lullig in deze transparante wereld.

Het bestaansrecht van Leeuwarder broedplaatsen

De nalatenschap van Culturele Hoofdstad 2018 bestaat in Leeuwarden niet uit een veelvoud aan succesvolle creatieve broedplaatsen. Daarvoor kijken creatieven kunstenaars te weinig naar hun bestaansrecht. Leunen op de overheid is niet creatief.

Om de paar weken popt er een bijdrage op over het belang van creatieve broedplaatsen. Wethouder der Broedplaatsen Hilde Tjeerdema broedde pal voor Kerst iets uit over #broedplaatsen en Pieter de Groot meent daarop in de LC dat de gemeente te traag is met beleid, te karig is met slechts het aanstellen van een paar “aanjagers” en dat “de kunstenaars” meer is beloofd in de voorbije jaren. Wat er dan beloofd is, weet ik niet, maar het heeft iets met faciliteren van doen. Dat leest altijd heel actief en je kunt er alle kanten mee op. Maar dat was in elk geval nog voor Culturele Hoofdstad, voor dit college aantrad en ruim voor het financieel besef en de pijn van het ontwrichte sociale domein was doorgedrongen.

Wentelen in luxe

Culturele Hoofdstad – een overheidsinitiatief- was een enorme culturele en economische katalysator, ook in het aantrekken van creatieven. Dat jaar is nu voorbij, en dus moeten we niet achterom maar vooruit kijken. Een deel van die aangespoelde creatieven is naar een andere in hun ogen kansrijke plek vertrokken, anderen hangen nog aan het overheidsinfuus en weer anderen lijken zich nog even te wentelen in de luxe die ze door en tijdens LF2018 ten deel is gevallen.

Dat broedplaatsen eerder een goede relatie met gratis geld hadden van overheidszijde, kan als iets van toen en van voorbij worden beschouwd. Het is niet goed, want gratis geld prikkelt niet, stimuleert slechts berusting in tijdelijk comfort en wordt na verloop van tijd een slechte gewoonte. Ik geloof er niet in: als we overheidsgeld inzetten moet het naar mijn opvatting een verifieerbaar maatschappelijk doel dienen en moet het in in elk geval deels terugkeren in de overheidskas om ook anderen in staat te stellen de aanzet te maken dat hogere doel te bereiken. Inderdaad, dat vereist voor de ontvanger behalve een droom of overtuiging ook realisme en ondernemerszin. Laat je die voorwaarden weg, dan gebeurt meestal wat we juist niet willen: ‘we’ constateren dat het geld kost dat we niet kunnen of langer willen verantwoorden en snijden de subsidie bij de wortels af.

Onze inzet

Een gemeente mag en moet zelfs voor mij belastinggeld uitgeven om cultuur te stimuleren, want ik geloof in de toevoegende waarde daarvan voor mens en maatschappij. Het vergt van het bestuur vooral een heldere kijk, een visie op de rol van kunst en cultuur en van concrete kaders. Zo’n visie vergt echter veel meer dan een notitie over #broedplaatsen, zeker nu de Grote Impuls van 2018 ten einde is; het schijnt dat er een bestuurlijke club onder de noemer van Agenda 2028 aan het brainstormen is, maar die storm is nog niet uitgewoed, laat staan uitgebroed. Maar nu het over broedplaatsen gaat, kan ik me voorstellen dat de gemeente “faciliteren” eerst en vooral verheldert.

De andere kant: onze inzet. Ik geloof in individuele kracht, bijdrage en reflectie van kunstenaars, creatievelingen en cultuurmakers; als de overheid bijdraagt, mogen we van onszelf verwachten dat wij relevantie en bestaansrecht bewijzen. Als blijkt dat je alleen maar kunt bestaan als kunstenaar of creatief als je volledig gesubsidieerd je werk doet, als je jezelf niet eens wilt inschrijven als zelfstandige en daar naar handelt, dan vind ik dat je of moet stoppen of dat je anderszins inkomen genereert om in je eigen “kunstenaarschap” te voorzien.

Daadkrachtig bestuur

Gemeente: ga met de wereld om u heen in gesprek, kom met heldere kaders en voorwaarden voor de creatieve sector, geef een prikkelende stimulans, bied onder heldere voorwaarden tegemoetkoming in de kosten van onderdak gedurende omschreven perioden, omdat een zetje heel goed kan helpen. Maak een loket waar mensen kunnen aankloppen met cultureel initiatief en waar mensen ook concreet geholpen worden, investeer in ruimten en in initiatieven om kleinschalige maakindustrie, ambacht, vakmanschap en creatieven samen te brengen en breng bedrijven en vastgoedeigenaren samen met creatieven om te kijken wat je wel kunt betekenen. En ja, leg jezelf vooral op om binnen nu en een paar maanden alsnog met een visie te komen op kunst en cultuurbeleid. Dat mogen we toch wel verwachten van een daadkrachtig bestuur dat graag aan de slag is en op resultaat stuurt?

Werrukuh!

Kunstenaars, creatieven en cultuurmakers: we moeten het vooral ook zelf en altijd blijven doen. Of je doet het zelf omdat je daarin gelooft of je doet het (deels, soms en tijdelijk) samen met anderen. Maar onderneem, initieer, maak je werk zichtbaar, toon je kunsten, smeed dwarsverbanden, organiseer coalities, richt corporaties, winkels of samenwerkingen op. Prikkel jezelf, daag elkaar uit en verras jezelf, de wereld en de overheid om je heen met kunstuitingen, geschriften, beelden, muziek, geluid, manifestaties, tentoonstellingen, mini-festivals, video’s, blogs, games en kranten vol gedichten.

Het begint altijd bij jezelf, nooit bij een broedplaats om een broedplaats. Creativiteit komt voort uit jezelf , met tranen en een lach, met blijheid, intens geluk, woede, frustratie en alle andere emotie die er is; het komt er uit als jij het wilt. Op je zolderkamer, in een geleende fabriekshal, op je overloop, in een boot of in een weiland. Soms hier, soms daar. Het vergt van alles en nog wat, maar zo is het leven: het gaat niet vanzelf, je moet er wat voor doen. Het is net werrukkuh.

Ik wens u veel eieren om op te broeden. Met een nest vol, komt er altijd eentje uit. Op een creatief 2019!

Wie is de zwarte piet?

Microbioloog, schrijfster en columniste Rosanne Y. Hertzberger meent dat Jerry Afriyie, voorman van de tegenstanders van Zwarte Piet, gefeliciteerd kan worden: “Als de voorstanders van Zwarte Piet alleen nog maar uit neonazi’s en stinkhoer-roepende voetbalhooligans bestaan, heb je gewonnen.”

Beste mevrouw Hertzberger: ik laat me met deze tweet van u niet weg zetten als neonazi of voetbalhooligan. U heeft met uw stelling heel erg ongelijk, want er zijn mensen die achter hun keuze voor Sinterklaas en Zwarte Piet staan en zich volstrekt niet herkennen in populair rechts, nationalistisch geschreeuw, extreemrechts, geweld van bierblikjes, stenen en eieren, noch aanhanger zijn van Blokkeerfriezen.

Mijn Sinterklaasfeest maakt vanaf de zeventiger jaren in de vorige eeuw deel uit van mijn leven. Een jaarlijks terugkerende belevenis met gedichten, de lol van het maken en het geven van surprises, om-de-hoek-van-de-kamerdeur-door-buurman-of-goede-vriend-gestrooide pepernoten, warme chocomelk en door ouders behendig gespeelde gezinspret die je lang kunt volhouden zelfs als de kinderjaren al lang voorbij zijn.

Pal achter Zwarte Piet

Ik deel nog steeds in het plezier van dit mooie feest en de afgelopen Sinterklaasintocht in Leeuwarden bewees het draagvlak in de stad: duizenden opgetogen mensen, ouders, kinderen en grootouders zingend, swingend en vrolijk zwaaiend naar Sinterklaas en Zwarte Piet vergezeld door tientallen andere kleurrijk uitgedoste zwarte, correcter gezegd, donkerbruin geschminkte Pieten. Voor al die mensen is het feest dat met die intocht begint de normaalste zaak van de wereld. Met een praktische kant: als kind herken je jouw buurjongen of meisje niet in die vrolijke Zwarte Piet en dat is ook net de bedoeling.

Hertzberger of hooligan mogen zeggen wat ze willen, want dat heet vrijheid van meningsuiting. Dat bij vrijheid verantwoordelijkheid hoort, vergeten ze: vrijheden moet je namelijk iedere dag blijven koesteren. Wie de discussie bewust plat slaat met volstrekt ongenuanceerde standpunten, verlaagt zich tot bedenkelijk niveau en vergroot polarisatie en onrust.  Als je mij wegzet als neonazi of hooligan, louter en alleen omdat ik plezier beleef aan het voor mij doodnormale Sinterklaas-inclusief- Zwarte-Pieten-feest en nog steeds pal achter Zwarte Piet sta, is voor mij de maat vol en wordt wat mij betreft vrijheid van meningsuiting beschaamd en misbruikt.

Friesland is van iedereen

Politici en gewenst politiek correcten helpen elkaar een handje om ons over de streep te krijgen die zij voor zichzelf hebben getrokken. “We” moeten het debat maar met elkaar aangaan klinkt het standpunt- ontwijkend uit Den Haag en tegelijk roept Seegers van de ChristenUnie vanaf z’n politieke kansel dat het maar goed is dat de roetveegpiet gemeengoed wordt. Pardon? Spreek voor jezelf en dring mij niet je mening op als ‘we er maar over moeten gaan praten’.

Ik zie Oeds ‘Culturele Hoofdstad LF2018’ Westerhof tweetend instemmen met Hertzberger. Pardon? Er was toch iets met mienskip dit jaar, met samen, luisteren en diversiteit? Westerhof vertegenwoordigt nog steeds een onafhankelijke culturele organisatie en de vraag dringt zich op of het wenselijk is dat een ‘voorman’ op social media een groot deel van de Friese mienskip lijkt weg te zetten als sympathisant van neonazi’s of scheldende en smijtende hooligans. En waren het niet juist Westerhof cs. die met de F)rede van Fryslân een tijdje terug in de Prinsentuin iedereen opriepen tot dialoog? Een dialoog dan zeker met door hen gewenste uitkomst.

Angst en onmacht

Maarten van Rossum constateerde een week geleden in @Pauwnl dat een meerderheid van Nederland Zwarte Piet nog steeds omarmt, memoreerde dat de veelbesproken figuur geen koloniaal verleden heeft, maar dat we onder druk van tijd en veranderend inzicht in de richting gaan van een roetveegpiet: ook tradities zijn aan verandering onderhevig. Ik deel z’n opinie, hoe verwerpelijk ik het ook vind een land en haar inwoners zo genadeloos het eigen nieuwe gelijk op te willen leggen. Het lijkt voor mij op wraak in de polder. Dat geen politicus daar het gesprek over aangaat, is veelzeggend.

Angst en onmacht regeren. De angst om te benoemen dat je als politicus het gevoel van veel Nederlanders herkent, zonder voor extreem of nationalistisch aangezien te worden. De onmacht genuanceerd uiting te geven aan je twijfels in de wetenschap dat Wilders en Baudet als bokken op de politieke haverkist zitten om er politiek gewin uit slepen. De liberaal (?) Klaas Dijkhof illustreert zijn onmacht door de verworvenheid van het recht op demonstratie als hem het uitkomt, nota bene te willen verbieden. Een onderbouwde en genuanceerd uitgesproken mening van overheid of politiek missen we tot op de dag van vandaag. Hubert Smeets duidt dat heel treffend in zijn column in NRC.

De politiek heeft gelijk: wij moeten het maar met elkaar uitmaken. Politici hebben geen maatschappelijke ballen, louter te veel suggestieve tekst als het hen uitkomt, bijvoorbeeld omdat er verkiezingen naderen. Ik heb mijn keuze al gemaakt en vier Sint & Pietenfeest net zolang en precies zoals ik dat graag wil. Iedereen mag dat van mij blijven doen zonder het risico stenen of ongenuanceerde teksten naar z’n hoofd geslingerd te krijgen of als neonazi benoemd te worden. Het  Sinterklaasfeest gaat voor mij over samen gezellig genieten.

 Wie kent hem niet?

 

 

Cambuur/WTC (1): Tegenspraak van het jaar

Ik lees gisteren @LC dat het college van Leeuwarden aan provincie Fryslân een royale bijdrage vraagt van € 4,7 miljoen om het plan van WTC/Cambuur rond te krijgen.

De meest bijzondere zin in het betreffende artikel onder de titel “Provincie moet gat Stadion-WTC dichten” van Willem Bosma is dat “…De provincie ruim bij kas zit….” Tja. Half mei dit jaar schrijft dezelfde krant over het terugschroeven van het aantal banen bij diezelfde provincie die zo “ruim” bij kas zit: er moet daar 400 miljoen bezuinigd worden dus schrapt deze regionale overheid 110 fte.

Is er sprake van kortstondig geheugenverlies bij de redactie van de krant, is er een onverhoopte en niet bekendgemaakte mega-meevaller bij de provincie, had Lutz Jacobi eerder gelijk met de stelling dat het geld daar tegen de plinten klotst of…

Beste Willem Bosma: naar mijn idee moet je als journalist altijd onderbouwen wat je schrijft. Het woord is aan jou, want ik snap er geen jota meer van.