Merk Fryslân ontdekt Friesland waterland

Bij de start van Boot Holland, een beursmededeling….

Het is geen nieuws, maar juist daarom ongelooflijk treurig. Merk Fryslân ontbrak weer op Boot Düsseldorf, de belangrijkste watersportbeurs van Europa. Provincie en gemeenten laten kansen liggen, het bedrijfsleven kijkt beteuterd toe. Is er nog hoop voor onze waterrecreatie- en watersporteconomie, voor Friesland waterland? 

Boot Düsseldorf (19 t/m 27 januari 2019) is op de kop af al vijftig jaar lang veruit de belangrijkste watersportbeurs van Europa met zo’n 250.000 bezoekers uit inmiddels 90 landen. (Boot Holland komende dagen doet er zo’n 35.000 per jaar). Toonaangevend zijn ze in Düsseldorf, ieder jaar weer. De beurs is van groot belang voor duizenden bedrijven en voor tal van regio’s die zich willen profileren als watersport- en waterrecreatieregio.

Impact van waterrijk Fryslân

Fryslân is zo’n regio: Friesland waterland. We hebben de historie, het dna, de cultuur, we hebben duizenden verhalen over tradities, vakmanschap en ontwikkeling, we hebben de schoonheid en charme van het kleinschalige landschap, we hebben het erfgoed, de ontwerpers en bouwers van kleine en grote jachten, de vakmensen en de innovators (kijk naar het elektrisch varen), de verhuursector, de export, een compleet op watersport ingerichte recreatiesector, de hele infrastructuur. We hebben de (top)sport van watersport met geweldige ambassadeurs als Marit Bouwmeester, evenementen van de Sneekweek tot en met het skûtsjesilen. Overheden (provincie en gemeenten) hebben de afgelopen decennia ook weer honderden miljoenen geinvesteerd in het verbeteren van waterfronten, havens en infrastructuur mede met het oog op versterking van de economie. En dat gaat door, kijk alleen naar de plannen die er liggen in Heerenveen of Sneek. Fijne bijkomstigheid: watersport en water hebben een geweldig goed imago. Fryslân: water, natuur, cultuur. Hoeveel impact willen we hebben?

Culturele hoofdstad ligt achter ons

Leeuwarden-Fryslân culturele hoofdstad LF2018 ligt achter ons, er wordt geschreeuwd om legacy. Er wordt gebeden dat “de toerist” moet blijven of anders heel snel moet komen. We hebben een fortuin uitgegeven aan Elf fonteinen, maar krijgen ze ook het gewenste toeristische resultaat? Hoe mixen we het met wat we al hebben, zoals de watersport- en recreatie economie?

Influencers

Boot Düsseldorf is voor Fryslân van groot belang: de beurs trekt een enorm potentieel consumenten van alle leeftijden die geinteresseerd zijn in water(sport). De Duitse beurs is veruit de voornaamste pan- Europese inspiratiebron voor potentiële kopers van nieuwe producten en sloepen, jachten en wat verder vaart, drijft en zeilt. Boot is in toenemende mate platform voor de reiziger die waterrijke bestemmingen zoekt. De beurs is een ideaal podium voor wie zijn innovaties aan de wereld wil tonen en nieuwe gebruikers, kopers, gebruikers en wederverkopers zoekt. Deelname versterkt ambitie en innovatieve gedrevenheid: onze watersporteconomie kan daar wel wat van gebruiken.

Bovendien trekt Boot Düsseldorf een grote hoeveelheid mensen die een belangrijke rol spelen in de keten van watersport en watersport/recreatie gerelateerde dienstverlening. Niet in de laatste plaats trekt Boot journalisten en media uit de hele wereld die door de organisatie van Boot uiterst professioneel worden ondersteund om zo goed mogelijk het verhaal en de beleving van watersport en waterrecreatie on- en offline te vertellen, op te schrijven, in beeld te brengen en te verkopen. Marketeers met social media-kriebels spreken graag over het belang van ‘influencers’. Ik kan u uit eigen ervaring vertellen dat die positieve beïnvloeding je in Düsseldorf al decennialang met de paplepel wordt ingegoten op het moment dat je als media-professional de drempel van het “press center” over stapt.

Waterrijk dna

De wereld verandert, inderdaad. Wij vergrijzen, de watersporter ook. Er komen nieuwe consumenten bij, de wereld internationaliseert en verduurzaamt. Er is een verschuiving van bezit naar gebruik. Vaker en korter er op uit is de trend; net als samenwerking in ketens. Technologie maakt meer innovatie mogelijk, of het nu gaat om verhuurplatformen, om verminderen van emissie, om gebruik van andere en meer duurzame materialen. Je hebt liever verblijfstoeristen uit Europa dan ingevlogen Chinezen en Aziaten die Nederland in twee dagen doen.

Het zijn allemaal uitstekende redenen om blijvend te investeren in het sterke merk Fryslân water(sport)land. Omdat water deel uitmaakt van ons dna, onze cultuur, onze infrastructuur. Omdat een groot en steeds groter deel van de watersporttoerist en water-liefhebbende-recreant niet uit Nederland komt; omdat Friesland onder Duitsers een goede naam heeft; omdat Duitsland ook in 2030 nog het belangrijkste herkomstland van toeristen is; omdat een steeds forser deel van kopers van nautische producten en jachten niet uit Nederland komt; omdat export van belang is voor een stabiele economie; omdat we geweldige zeilscholen hebben die mensen de liefde voor watersport bijbrengen met ambassadeurschap voor de toekomst; omdat watersport en waterrecreatie mogelijkheden bieden op werk, op vakmanschap, op ontplooiing op heel veel verschillende niveau’s van ontspanning tot en met topsport; omdat watersport een kapitaalintensieve bedrijfstak is waarin kwaliteit van vakmanschap, innovaties en kennisontwikkeling perfect bij elkaar komen; omdat watersportevenementen altijd goed scoren en mensen op de been brengen die weer geld uitgeven. Ik kan nog wel even doorgaan. Want we hebben het allemaal, maar we moeten het beter verkopen.

Laat het nu toevallig zo zijn dat het NBTC als nationale promotor van ons geliefde land, het thema WATER heeft bedacht voor 2020. Wat een geluk kan een mens hebben! Leest u vooral mee op de website van de toerismepromotor op www.nbtc.nl en laat u verrassen door het thema WATER in dat jaar. Stelt u zich voor welke kansen dat Friesland zou bieden!

9,6 miljoen views, nu nog meer toeristen

Je vraagt je dus af waarom de regiomarketingorganisatie van onze provincie, Merk Fryslân, geen cent of stuiver uitgeeft aan de belangrijkste beurs voor consumenten, kopers en reizigers op en naar water(sport)gebied in Europa? Ik heb de vraag voorgelegd aan Merk- directeur Martin Cnossen. Er volgden twee mails met antwoord. Merk, zo vertelt Martin, is een online promotor, Merk weet precies dat we wel 9,6 miljoen online views hebben gehaald dankzij hun inspanningen, want Merk huurt daar speciale hippe influencers voor in die social media infecteren, Merk is een destintinationclub, het is de club van de gastvrijheidseconomie, van de fietstochten.

Wat, fietstochten? Beste Martin, schreef ik me bijna verslikkend, hoe is het met water en watersport en het belang van Boot Düsseldorf, dat was toch de vraag?

Het kan!

Misschien…..als iedereen het graag wil, bedrijven mee willen doen, overheden enthousiast worden, misschien zou het een overweging kunnen zijn, Boot in de nieuwe Merkmix van on & offline acties om de Duitse markt te bewerken. Ik zeg u, als wij het allemaal graag willen, elkaar meenemen en concreet de boter bij de bekende vis willen doen, dan kan het zijn dat we gaan. Ik zeg, het kan.

Dus: Willen we naar BOOT Düsseldorf? Ja? Dan gaan we naar BOOT Düsseldorf. Met en dankzij Merk in the mix Fryslân. Dat doen we goed en groots, want we sluiten maximaal aan op het water- themajaar 2020 van het NBTC. Friesland waterland, heerlijk om te varen, te fietsen en te wandelen. Schouders er onder!

Ach so, danke!

CDA tempert klimaatambitie

De D van CDA staat tot de verkiezingen van 20 maart voor draagvlak, begrijp ik vanochtend uit @lc_nl. Sander de Rouwe cs hebben het woord afgestoft, want er blijken de laatste tijd meer en meer mensen te zijn die ons klimaat, onze aarde en eigen verantwoordelijk heel serieus nemen. De partij van @Sanderderouwe heeft daarom draagvlak nodig voor de stelling dat ‘we’ niet te ambitieus moeten zijn als het gaat om ons klimaat.

Vier jaar lang porde Sander de Rouwe de Friese ondernemers. Het moest beter, duurzamer, innovatiever en toekomst gerichter.

Vier jaar lang nam hij het voortouw om megawindmolens door de Friese strot te douwen, inclusief geheimhoudingsverklaringen. Transparantie naar de Friese burger over geïnvesteerd Fries belastinggeld hoort voor Sander niet bij draagvlak.

Vier jaar lang is het zijn partij die ieder Fries initiatief voor kleinere windmolens blokkeert: het Fryslân van Sander gaat voor groot en voor het wegsluizen van het merendeel van de grove winst uit wind. Fryslân draagt de last, maar krijgt niet de lust. Vier jaar lang is duurzaam draagvlak in dorp of wijk niet aan het CDA besteed.

Subsidieslurpers kosten draagvlak

In Den Haag zit een kabinet met het #CDA van Sybrand te broeden op klimaat. Het maakte niet de keuze voor twee volstrekt logische en voor het klimaat effectieve maatregelen, rekeningrijden en CO2- belasting. Nee, het CDA stimuleert liever driemaal modaal zodat met zeventig procent belastinggeld een subsidieslurpende en niet-duurzame Tesla aangeschaft kan worden. Sander de Rouwe komt vanochtend in @lc_nl tot het briljante ‘inzicht’ dat dit niet zo handig is. Het kost draagvlak in verkiezingstijd.

In navolging van België gaan in Nederland scholieren de straat op voor het klimaat, omdat ze vinden dat het sneller moet met het nemen van maatregelen voor het klimaat.

Sander en collega’s schrijven een open brief in een paar miljoen kranten, zonder te zeggen waar ze voor zijn, zonder te vertellen wat ze wel willen. Ik lees algemeenheden en aannames, het is gebrek aan inhoud en ambitie. Sander denkt dat dat draagvlak oplevert.

Centralisme versus Fries fundament

Ik lees hoe het CDA de regio, de dorpen, de wijken en de buurtschappen negeert. Hoezo mienskip, hoezo duurzaam initiatief van burgers en buitenlui, hoezo bouwen aan een krachtig duurzaam fundament in, voor en met Fryslân. Sander kiest voor niet voor Fryslân en niet voor de kansen die energietransitie biedt, hij kiest niet voor de ambities van het noorden in de circulaire economie. Sander kiest voor het behoud van wat hij heeft, voor CDA- centralisme in plaats van Fryske eigenheid. Keuzes maken voor een duurzame toekomst kost Sander stemmen. Het klimaatdenken loopt hem als industrieel gewonnen IJsselmeerzand door de vingers.

Sander de Rouwe en zijn collega-lijsttrekkers van het CDA lopen achteruit, tegen het klimaatdenken in. Het is niet erg, zegt zijn #CDA, als we de doelstellingen van Parijs niet halen. Liever draagvlak dan gezond klimaat. Sander gokt in het casino van de macht, maar gokt met onze aarde en onze toekomst. Het rentmeesterschap van het CDA is in zijn open brief afgeschaft en begraven.

Godzijdank zijn er op 20 maart verkiezingen.

Spagaat aan de Friese kust

De minister is al afgehaakt, de aanvrager kan juridisch niet dwarsliggen, de Milieu Effect Rapportage MER rammelt, het zand is niet nodig. Toch vernachelen we straks het IJsselmeer, tasten we op grove wijze de historische en ecologische waarde van de unieke Friese IJsselmeerkust aan. Waarom wil het bestuur van gemeente De Fryske Marren 30 jaar lang en 24/7 industrieel zand laten winnen in ons IJsselmeer?

Zandwinning in het IJsselmeer bestaat al lang, alleen niet op de grote industriële schaal zoals Koninklijke Smals die wil voor de kust van Gaasterland, in een deel van een Natura 2000- gebied. Grote schaal betekent, industrieel, 24 uur per dag, 30 jaar lang vanuit een 22 meter hoog bouwcomplex op een vaste plek, tot 60 meter diep zand zuigen in een gebied van 2,5 vierkante kilometer. Met permanente (licht)vervuiling aan de horizon, met continue geluidsoverlast, met volstrekt ongewisse gevolgen voor de natuur en voor de leefomgeving. Je vraagt je af wat er Koninklijk is aan de bijna dwangmatige wil om dit idee door te drijven.

De Friese zuidwest kust van het Gaasterland is een bijzonder gebied. Het is historisch en ecologisch van grote waarde. Het is de enige plek waar de aloude Zuiderzeekust het oude Friese land streelt, teistert en omarmt en waar water en land een wonderschone synergie vormen. Bijzondere natuur, geliefd bij velen en van grote waarde voor de directe omgeving.

Waar staat de overheid?

Het IJsselmeer is daarnaast een populair recreatie en watersportgebied. Met de plannen van Smals zet de gemeente De Fryske Marren het mes in nu nog 250 hectare openbaar water, zo geeft de zandwinner zelf toe. Want behalve zeven hectare industriegebied die worden opgeofferd aan bebouwing voor Smals, is een gebied van 250 ha straks niet meer vrij te bevaren of te bevissen.

De ene overheid (het Rijk) bepaalt de grote lijnen van wat mag en niet mag in onder andere het IJsselmeergebied met de Natura 2000- richtlijn. In het gebied dat Smals wil vernachelen, staat die richtlijn geen zandwinning toe. Andere overheden (gemeente De Fryske Marren en provincie Fryslân) omzeilen dat vrolijk door in te breken op die afspraak binnen Natura 2000. De gemeente past het bestemmingsplan aan, de ander (provincie) ziet geen enkele bedenking. Ik begrijp daar geen snars van. Geen bedenkingen? Met de keuze voor megalomane windparken in het IJsselmeer met name door provincie Fryslân is de natuurlijke waarde van een groot en waardevol gebied al fors aangetast en zijn de panelen gaan schuiven. Bij die grootschaligheid komt nu de zandindustrie die 24 uur per dag, zeven dagen per week 30 jaar lang op 60 meter diepte de ondergrond leegzuigt.

Smeergeld

De verplichte Milieu Effect Rapportage blijkt een wassen neus, zo stelt ook hoogleraar bestuurskunde Michiel de Vries. De rapportage rammelt, omdat ze concreet inhoudelijk niet hoeft in te gaan op nadelige effecten voor natuur en omgeving; de CDA- wethouder van De Fryske Marren die voor de zandwinning is, vindt dat zelf ook. Ook de toetsingscommissie MER vond het rapport onvoldoende, maar die bezwaren zijn nooit nader aangevuld. Kennelijk te lastig. Voor de gemeente helpt het wellicht dat zij van zandwinner Smals €3,5 miljoen krijgt ter compensatie. Dat geld gaat in een gemeentelijke pot voor natuur en duurzaamheid. Dus eerst help je historische natuur en leefomgeving vakkundig om zeep, daarna pomp je dat zanderige smeergeld in nieuwe natuur om de hoek. Komt daar ook een bordje bij, met dank aan…? Misschien moet het CDA toch nog eens de paragraaf ‘rentmeesterschap’ bestuderen.

Is er een nationaal belang? Ja, zegt uiteraard de zandwinner. Ja, zegt dus ook de belanghebbende wethouder. Bijzonder, want nu al gaat 15 % van uit rivieren gewonnen zand naar België. En de minister in kwestie, Cora van Nieuwenhuis, heeft al aangegeven dat mocht de gemeente alsnog van de plannen wil afzien, zij niet dwars gaat liggen. Het valt dus heel erg mee met dat nationaal belang. OK, Rijkswaterstaat ontvangt € 144 miljoen zandsmeergeld van Smals, dus wellicht dat zij vindt dat ze een nog belang hebben.

Ik hoop dat gemeente De Fryske Marren tot inkeer komt. Het is een onzalig plan, slecht voor natuur en milieu, slecht voor de recreatie op en rond het IJsselmeer, geheel overbodig en schadelijk voor de historische leefomgeving. Koester de bijzondere waarden van ons Friese landschap voor mens en dier. Zeg nee tegen grootschalige zandwinning voor de Gaasterlandse kust.

Meer informatie:

De prachtige verbeelding van Rob Busquet: Ons IJsselmeer, laat je geen zand in de ogen strooien

Je kunt het maar één keer bederven: NOS

Na grootschalige windparken, nu industriële zandwinning: Artikel NRC

Stichting Waterrecreatie: Al lang kritiek op plan Smals.

Industrie of natuur? De MER als wassen neus: Website IJsselmeervereniging

Van de gemeente De Fryske Marren

Teken tegen de zandwinning

Een hek om Nederland, te beginnen bij Friesland

Ik lees in @LC dat het CDA vindt dat wolven hier niet thuishoren. Niet in Nederland, zeker niet in Friesland. Brussel moet de regels aanscherpen, zodat ‘we’ op kunnen treden tegen deze sluipmoordenaar.

Mijn gedachte gaat uit naar een hek om Nederland, te beginnen om Friesland. En mocht er toch een wolf door of onderdoor komen, zetten we hem of haar zonder pardon uit.

WTC (2): het kalf en de put

Als het kalf verdronken is, dempt men de put. Geen hogere wiskunde, wel schering en inslag. De Leeuwarder raad koerst af op een verdronken kalf. Laten we een diepe put graven.

Je voelde het aankomen met de bijna 10.000 extra detailhandelsmeters in het WTC- gebied. De liefde voor Cambuur is allesomvattend, dus nog meer risico’s voor leegstand in Leeuwarden worden gepermitteerd. D66 vindt na 1.000 keer getwitterd te hebben dat “Cambuur” absoluut moet doorgaan, nu plots dat de Aldi toch wel naar de Centrale moet mogen in het kader van eerlijk verdelen. En ja hoor, toen werd Gijs Gemeentebelangen Jacobse in Camminghaburen wakker. Zou dat plannetje van D66 niet leiden tot verdere winkelleegloop in zijn wijk? Hij vindt het nu tijd voor inspraak. Ik noem dat mosterd na de bekende maaltijd. Als het echt gaat om alleen verplaatsing, waarom dan naar deze locatie buiten woonwijken?

Onderbouwing

Het college van wijze mannen en een vrouw heeft alle documenten voor het WTC- instemmingsdebat van morgenavond toegevoegd aan de agenda. Zeker, er is leegstand; zeker, de provinciale bijdrage is nog ongewis; nee, er is kennelijk nog geen overleg geweest met andere gemeenten over nog meer detailhandel in Leeuwarden. En: ik heb ook nog enkel geen argument gelezen voor uitbreiding van het aantal meters detailhandel. Maar toch…laten we het afscheid van wethouder Deinum niet vervelen met negatief gedoe. In Heerenveen staan ze een overdreven grote Van der Valk voor op een slecht gekozen plek, alleen omdat ze vinden dat Heerenveen wel wat minder bescheiden mag doen, dan mogen wij in de hoofdstad toch meer winkelmeters toestaan tegen iedere logica in? Waar halen die supers hun kopers vandaan en hoe zit het straks met nieuwe wijkontwikkelingen? Op een laat moment (vanavond, dinsdag 22 januari) voegt het college het rapport “Ladder van duurzame verstedelijking” toe: belangrijkste conclusie op winkelgebied? De markt – vertelt de ladder- heeft een maximale behoefte van 700 vierkante meter, de toevoeging op het WTC- gebied voorziet in 3.852 meter. Dat is vast duurzaam.

Verkeerscongestie en lege etalages

Ik lees sombere brieven bij de raadsstukken over ‘t WTC, winkelcentrum Zaailand ziet haar einde zonder steun van de gemeente naderen (“…en Cambuur is toch ook een onderneming”?), Jumbo Van Loonstraat begrijpt het niet meer want er zijn al jaren te veel supermarkten, Wijkbelang Westeinde heeft zorgen over de toekomst van haar buurtsupers, Camminghaburen is mistroostig over de Centrale- plannen. In de raad praten ze gemakshalve niet over noodzakelijke winkels in de wijk dichtbij omdat dat menselijkerwijs duurzamer is, omdat het bijvoorbeeld ook onze vergrijzende bevolking (dat zijn wij….) ten goede komt. We hebben besloten dat Cambuur er moet komen en omdat er rapporten liggen die zeggen dat het goed is, is het goed. Maar kan ieder raadslid uitleggen waarom en voor wie het goed is en uitleggen waarom niet breder met andere gemeenten is overlegd en of dit duurzame stadsontwikkeling is?

Laat mensen nog vaker met de auto boodschappen doen in moderne supermarkten verderop, laat werklozen straks participerend vers-boodschappen voor bejaarden doen, doe er nog een Chinese Kruidvat bij voor extra containers rotzooi, laat meer verse waren onder vaak twijfelachtige omstandigheden met nog meer vervoersbeweging door de stad gaan. Voor de binnenstad maken we straks wel een plan en dan komt alles goed, de flow van 2018 hangt als een deken van goedgelovigheid in de raadszaal. We verzuipen straks in verkeerscongestie, verstikken in vervuiling en kijken aan tegen lege etalages. Geen probleem toch? Een kalf meer of minder, ach, een kniesoor… We graven een diepe put en wanneer en waarmee we die gaan dempen weet ik niet. ‘We’ houden toch van Cambuur? Dag Gijs, dag Julie, dag Henk!

Ontwikkeling WTC: belastinggeld financiert leegstand

Het WTC- gebied en het nieuwe Cambuurstadion staan in de schijnwerpers. De gemeenteraad is aan zet: hoe kijkt zij aan tegen de majeure uitbreiding van winkel- en horecaoppervlakte die zo behendig is vervlochten met de bouw van het stadion? Het toverwoord “Cambuur” lijkt een kritische weging van de planontwikkeling in de weg te staan. Toch betalen wij er de rekening voor.

De planologische ontwikkeling van het WTC- gebied is gevoed door de wens van een nieuw Cambuurstadion en komt voor decennia vast te staan. Die wens staat een nuchtere weging tussen maatschappelijk en privaat belang in de weg. Het belang van een nieuw Cambuurstadion is iets heel anders dan gebiedsontwikkeling vol detailhandel, leisure en megahoreca. De projectontwikkelaars voelen het wensdenken voor een nieuw voetbalstadion heel goed aan en weten dat de koppeling van stadion aan hun wensen de kans van slagen voor het geheel vele malen groter maakt. Het is aan de gemeenteraad scherp het onderscheid te blijven maken, want zij -en daarmee de stad- betaalt een deel van de (maatschappelijke) rekening. De noodzaak om duurzamer te denken vraagt om stevige reflectie op de plannen. Want met de kennis van nu, doe je morgen niet meer wat je gisteren misschien nog wel zou doen. ,,De bal ligt op de stip”, zei burgemeester Crone hoopvol in z’n nieuwjaarstoespraak. ,,We hebben een lange aanloop genomen, dus is het tijd de bal in te schieten.” De vraag is wel hoe verwoestend de bal is die de raad geacht wordt in te schieten.

Ik heb eerder mijn twijfels geuit over het nieuwe Cambuurstadion, maar de tijd maakt verzet zinloos. Het Cambuurhart van een deel van Leeuwarden en de intensiteit van de Leeuwarder politiek om dat geel- blauwe hart te behagen, is zo groot dat een goed gesprek over nut, noodzaak en wenselijkheid van een nieuw stadion op een andere locatie dan de huidige, verleden tijd is. Een nieuw voetbalstadion bouwen is echter iets anders dan met inzet van miljoenen belastinggeld de stad op te zadelen met duizenden meters overbodige winkel- en horecaruimte.

Bouwen voor de leegstand

We weten dat voor Fryslân een verdere daling van het inwoneraantal is voorzien, ook al groeit studentenstad Leeuwarden nog even. Het gemiddelde inkomensniveau ligt in heel Fryslân onder het landelijk gemiddelde en dat cijfer is met 12 tot 14 procentpunten het meest negatief in dit deel van de provincie, het gebied inclusief Leeuwarden; het in de afgelopen jaren al fors toegenomen winkelmeters veroorzaakt meer en meer leegstand en afstemming tussen gemeenten over de invulling van de “retail” in de provincie is noodzakelijk. (Uit: Koopstromenonderzoek provincie Fryslân 2017. ) Dat zijn interessante gegevens op het moment dat de lokale overheid Leeuwarden met beoogde geldelijke steun van provincie Fryslân investeert in de combinatie van voetbalstadion met detailhandel.

Gemeente faciliteert kannibalisme

Leeuwarden geldt als koopstad van Fryslân vanuit een traditionele detailhandelsvisie. In de toekomst van de retail gaat het echter over verdere afname van het totaal aantal vierkante meters, over meer diversiteit en verschuiving, meer beleving en mengvormen, over verdere schaalvergroting en vooral over de effecten van technologische ontwikkeling, online koopgedrag en gevolgen zoals toenemende 24- uurs distributie. In het Koopstromenonderzoek en in veel andere retailvisies, is een ding heel duidelijk: er zijn al jaren te veel meters winkeloppervlak en iedere uitbreiding gaat ten koste van het bestaande. Bij het WTC komt meer dan 20.000 vierkante meter extra winkelruimte. Dat gaat ten koste van winkelruimte elders in de (binnen)stad. Dat betekent dat de gemeente bouwen voor de leegstand faciliteert.

Voor de voorziene meters mega- horeca op het WTC geldt hetzelfde: de grenzen aan de groei zijn bereikt, dus wat wil je als gemeente mogelijk maken? LF2018 was een eenmalig groots feest in economisch en dus ook horeca- opzicht. Nieuwe, grote horecazaken aan de rand van de (binnen)stad, zullen echter kannibaliserend werken, omdat het aantal mensen dat er komt, nu niet bepaald toeneemt, eerder af. Faciliteert de gemeente dat omdat “we” een nieuw Cambuurstadion willen; wat heeft het een met het ander te maken? De projectontwikkelaars hebben het al vaker gezegd in dit dossier: het één kan niet zonder het ander en gaat het één niet door, komt er geen stadion van Cambuur. Dat is slechts hun wens, want maatschappelijk zijn die winkelmeters onwenselijk en is het heel ongezond te sturen op de angst dat “we” anders geen nieuw stadion “krijgen.” Dat mag jij dan als volksvertegenwoordiger uitleggen, lijken ze te willen zeggen.

Raadsleden hebben verantwoordelijkheid

Duurzaamheid en circulaire economie zijn begrippen die je zelden leest in beleid over detailhandel of hoort in de retailbranche. In Leeuwarden gebruikt het college die woorden als het haar uitkomt, maar in planologie en retail- ontwikkeling zie ik het nog niet terug. Vreemd voor een stad die zegt zoveel duurzame ambities te hebben. Tegelijk ook niet vreemd, want detailhandel en retail in brede zin, zijn bij uitstek exponenten gebleken van economische groei: het dogma van kopen, kopen en nog meer, nog vaker, sneller en goedkoper kopen. Zoals ik vorige week schreef in mijn #container-blog: het kan, dus het moet.

Raadsleden zijn behalve mede- beleidsmakers ook consumenten en hebben dus een stevige verantwoordelijkheid. Wat maken zij mogelijk met die extra vierkante meters winkelruimte en horeca, of, wat verwoesten ze? Voor wie doen ze dat? Hoe sociaal- economisch duurzaam is dit voor de stad, haar inwoners, bestaande bedrijven, hun personeel en ons leefmilieu?

Duurzaam ontwikkelen

Er kunnen nog veel vragen worden gesteld bij de ontwikkeling van het WTC winkelgebied. Hoeveel ruimte en hoeveel belastinggeld wil de gemeenteraad van Leeuwarden bieden aan niet-duurzame en kannibaliserende winkel- en horecameters? Is er zoals in 2017 in het Koopstromenonderzoek van provincie Fryslân duidelijk geadviseerd, overleg geweest inzake detailhandel ontwikkeling met andere gemeenten en wat zijn de uitkomsten? Hoe graag faciliteert de gemeenteraad veel meer extra autoverkeer met alle overlast voor de omgeving? Hoe graag wil je meewerken om een deel van de binnenstad die je met z’n allen zo bejubelt, gestaag af te breken met behulp van belastinggeld? Hoeveel zijn alle andere bouwmarkten, meubel, woninginrichtingszaken en wijkwinkels je waard? Wie zet onder al die overbodige vierkante retail, bioscoop en megahorecameters met gevoel en urgentie voor deze tijd van klimaatdenken, duurzame ontwikkeling en gezond financieel beleid zijn of haar handtekening? Het argument dat de tijd voor Cambuur dringt is ongezond. Het stuurt op angst in plaats van rationele overwegingen voor een duurzame stad.

De wens voor een nieuw Cambuurstadion mag niet als argument gebruikt worden om het WTC- gebied in de voorgenomen richting te ontwikkelen. Deze ontwikkeling is financieel en maatschappelijk kostbaar: miljoenen van de stad gaan straks ten koste van onze (binnen)stad, van onze leefomgeving en een meer duurzame toekomst. Met de kennis van nu en de snel toenemende relevantie van duurzamer denken, moet het plan ten aanzien van de vele meters extra commerciële ruimte serieus worden heroverwogen. Want wat goed is voor de portemonnee van vastgoed- en projectontwikkelaars, is niet automatisch goed voor Leeuwarden.

Die container zijn we zelf

Losgeslagen, ronddrijvende, zinkende en aanspoelende containers vol fossiele bende op het strand, boze burgemeesters versus het belang van fossielvuilspuitende containerschepen. 270 overboord geslagen stalen dozen vol spulletjes spiegelen wat we doen en niet wensen te laten. Maar ik ben toch niet gek? Wad jij?!

De nog ingehouden boosheid van Bert Wassink, burgervader van Skylge over containerschip MSC Zoe. “(…) …geregistreerd in Panama, een hoofdkantoor in Zwitserland.” Je voelt z’n onmacht over een wereldwijd containerspel dat onder en vooral ook torenhoog bovendeks gespeeld wordt, windkracht negen of niet. Gezekerd of niet, we weten het niet, want zelfs de berichten daarover zijn twijfelachtig: het zou simpelweg te lang duren om alle containers te zekeren, langer dan een dergelijk schip in de haven ligt. Negentienduizend containers per scheepslading, nu raakten er 270 overboord. Percentagewijs bijna niets, maar het is hommeles op de Waddeneilanden. De verzekeraar mag dan daags na de ramp al op Skylge staan, maar als ik Aponte was, CEO van containervervoerder MSC, had ik zelf ook iemand gestuurd. Even aftikken via de verzekeraar is te makkelijk en toont geen verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij de omgeving waar je onherstelbare schade aanricht; de tijden zijn veranderd. Je hoort het aan Skylge’s Bert Wassink en Ineke van Gent van Schier. De risico’s voor schepen in de Duitse Bocht zijn bekend, al jaren. Nu wordt het Wad een dingetje. En terecht: het is al jaren werelderfgoed.

Nutteloze relikwieën

Negentienduizend containers per MSC Zoe x zoveel keren per jaar spiegelen wat we doen. Dat is er één, één van de vele containerschepen die langs de Wadden scheert. Containers vol nog grotere en uiteraard veel betere televisieschermen en andere hebbedingespulletjes op weg van de fabrikant in China naar de Mediamarkt of andere schreeuwende aanbieders van de nieuwste technologie die wij niet willen missen. Kostbare en tegelijk veelal nutteloze relikwieën van een weinig duurzaam leven: iedere nieuwe ‘hype’ prikkelt ons consumerende brein. Kunnen kopen betekent willen hebben. Niet de vraag of het nuttig is of noodzakelijk, nee: het kan, dus het moet, vrij naar Descartes.

Los van de hoeveelheid fossiele stoffen om alleen al die elektronica en plastic spulletjes van te maken, van al bijna uitgeputte grondstoffen, van eindeloze hoeveelheden fossiel verpakkingsmateriaal voor het in de winkel ligt en bij u thuis staat, de MSC Zoe kan de vaart er in houden ten koste van een ontstellende megalomane milieuvervuiling. De 20 grootste schepen ter wereld, waarvan de MCS Zoe en z’n zusterschepen de lijst aanvoeren, stoten meer uit dan honderden miljoenen auto’s. Ik begrijp die ingehouden woede en onmacht van Bert Wassink wel. Alle hulp en begrip van iedereen om je heen als het mis gaat, maar je vreest de volgende ramp voor je klaar bent met deze. En na het ruimen, resteert het onzichtbare, de missende containers en hun inhoud, de ernstig vervuilde zeebodem, het verrotte zeeleven aan de stranden, de miljoenen kunststofkorreltjes die hun weg of plekje in de natuur al weer hebben gevonden, de plastic korreltjes etende vissen, de stalen containers onder water in de netten van de plastic vissende vissers…

Ik zie Lutz Jacobi hollend vanaf de Friese zeedijk bij Moddergat het wadwaterendslik in baggeren met de broekspijpen opgestroopt omdat ze de rubberen kaplaarzen in haar onmacht bij de auto vergat, de handen ten hemel heffend bij het aanschouwen van rondvliegend polystyreen, de linkervuist als altijd strijdbaar gebald. Nog geen jaar in dienst als directeur van de Waddenvereniging, nu dit. Dus wat, Waddenkoningin, wad nu? Is Lutz al naar Rottum en Rottumerplaat gespoed om daar de schade op te nemen, bij gebrek aan een burgemeester op die geweldig belangrijke natuur-zandplaten?

Confronterend

De indringende beelden gemaakt door de boven het schip hangende Kustwacht van de 395 meter lange MSC Zoe die op het Journaal worden getoond, brengen de omvang en onmacht van al die gestapelde containers, haarscherp in de huiskamer. Dat vind ik het mooie aan nu, je bent er bij, je wordt deel van het geheel, het is confronterend. Dit zijn jouw en mijn containers, daar gaan onze spulletjes!!

Werelderfgoed Waddenzee, ik benijd je niet. Je moet opboksen tegen de voortdenderende economische, maar aardbol en klimaat vervuilende groei en bestuurlijke onmacht van landen en werelddelen. De ingehouden woede en duurzaam gebalde vuistjes van Bert en Ineke ten spijt; ook Albert de Hoop, voorheen burgervader van Ameland, kaartte het probleem al meer dan 10 jaar geleden nationaal en internationaal aan en zag initiatieven stranden.

Spagaat

Diep van binnen, echt diep van binnen, hoop ik dat jullie vuistjes snel indringende mokerslagen worden, dat social media straks uitpuilen van de opgekropte consumentenemoties tegen zoveel zinloze vervuiling, onnodige verspilling, fossiele vuilspuiterij en dat MSC en concurrent Maersk (je moet wel eerlijk blijven toch?) zich beraden op hun posities die verankerd liggen in volumes en voortdurende kostenbesparingen, omdat zo het systeem nu eenmaal werkt en wij verslaafd zijn aan ‘scherpe’ prijzen. ….Die spagaat tussen bedrijfs- en handelsbelangen en emoties om bestaansrecht, koopgedrag en veranderingsbereidheid, echt, het gaat er van komen. Wanneer laat iedere consument zijn adagium “ik kan er niets aan doen” eindelijk los en gaan we nadenken over fundamenteel veranderen?

Beste Bert en Ineke, ik hoop dat we iets, heel ietsje, leren van dit containerdrama boven jullie Wad waar wij met z’n allen zo graag vertoeven. Dat we iets minder gaan consumeren of op z’n minst anders gaan denken, dat we nadenken over nut en noodzaak voor we on- en offline kopen. Want om het met de Mediamarkt te zeggen: Ik ben toch niet gek? Nou dan! Het Wad is ook jouw en mijn Wad en die container, eerlijk is eerlijk, die container dat zijn we zelf.

Noblesse oblige.

“Grut tinke en lyts dwaan”

In de LC vanochtend een stukje over de eerste toespraak van burgemeester @Jannewietske de Vries.

Mooie gedachten sprak ze uit hoor, inspirerend. We hebben oplossingen zei ze. Met de woorden “Grut tinke en lyts dwaan” haalde ze tal van voorbeelden aan in haar gemeente, die mee kunnen helpen de “ellende in de wereld” te verslaan.

Wat de burgemeester niet zei en de LC helaas niet meldt, is dat die inspirerend mooie woorden wel heel erg actueel geworden zijn door Herman Tjeenk Willink, die kort gelden een hoopvolle oproep publiceerde onder de titel “Groter denken, Kleiner doen” om mee te doen in het redden van de democratische rechtstaat.

En het oud Raad van State-lid was ook weer niet de eerste, want onder de titel Groot denken, klein doen, publiceerde Jaqueline Fackeldey al in maart 2012 een boek over het serieus nemen van de klant…

Ere wie ere toekomst. Het is moeilijk origineel te zijn en hoeft ook niet altijd, want je mag gebruikmaken van elkaars creativiteit. Maar niet benoemen waar iets vandaan komt, is best lullig in deze transparante wereld.

Het bestaansrecht van Leeuwarder broedplaatsen

De nalatenschap van Culturele Hoofdstad 2018 bestaat in Leeuwarden niet uit een veelvoud aan succesvolle creatieve broedplaatsen. Daarvoor kijken creatieven kunstenaars te weinig naar hun bestaansrecht. Leunen op de overheid is niet creatief.

Om de paar weken popt er een bijdrage op over het belang van creatieve broedplaatsen. Wethouder der Broedplaatsen Hilde Tjeerdema broedde pal voor Kerst iets uit over #broedplaatsen en Pieter de Groot meent daarop in de LC dat de gemeente te traag is met beleid, te karig is met slechts het aanstellen van een paar “aanjagers” en dat “de kunstenaars” meer is beloofd in de voorbije jaren. Wat er dan beloofd is, weet ik niet, maar het heeft iets met faciliteren van doen. Dat leest altijd heel actief en je kunt er alle kanten mee op. Maar dat was in elk geval nog voor Culturele Hoofdstad, voor dit college aantrad en ruim voor het financieel besef en de pijn van het ontwrichte sociale domein was doorgedrongen.

Wentelen in luxe

Culturele Hoofdstad – een overheidsinitiatief- was een enorme culturele en economische katalysator, ook in het aantrekken van creatieven. Dat jaar is nu voorbij, en dus moeten we niet achterom maar vooruit kijken. Een deel van die aangespoelde creatieven is naar een andere in hun ogen kansrijke plek vertrokken, anderen hangen nog aan het overheidsinfuus en weer anderen lijken zich nog even te wentelen in de luxe die ze door en tijdens LF2018 ten deel is gevallen.

Dat broedplaatsen eerder een goede relatie met gratis geld hadden van overheidszijde, kan als iets van toen en van voorbij worden beschouwd. Het is niet goed, want gratis geld prikkelt niet, stimuleert slechts berusting in tijdelijk comfort en wordt na verloop van tijd een slechte gewoonte. Ik geloof er niet in: als we overheidsgeld inzetten moet het naar mijn opvatting een verifieerbaar maatschappelijk doel dienen en moet het in in elk geval deels terugkeren in de overheidskas om ook anderen in staat te stellen de aanzet te maken dat hogere doel te bereiken. Inderdaad, dat vereist voor de ontvanger behalve een droom of overtuiging ook realisme en ondernemerszin. Laat je die voorwaarden weg, dan gebeurt meestal wat we juist niet willen: ‘we’ constateren dat het geld kost dat we niet kunnen of langer willen verantwoorden en snijden de subsidie bij de wortels af.

Onze inzet

Een gemeente mag en moet zelfs voor mij belastinggeld uitgeven om cultuur te stimuleren, want ik geloof in de toevoegende waarde daarvan voor mens en maatschappij. Het vergt van het bestuur vooral een heldere kijk, een visie op de rol van kunst en cultuur en van concrete kaders. Zo’n visie vergt echter veel meer dan een notitie over #broedplaatsen, zeker nu de Grote Impuls van 2018 ten einde is; het schijnt dat er een bestuurlijke club onder de noemer van Agenda 2028 aan het brainstormen is, maar die storm is nog niet uitgewoed, laat staan uitgebroed. Maar nu het over broedplaatsen gaat, kan ik me voorstellen dat de gemeente “faciliteren” eerst en vooral verheldert.

De andere kant: onze inzet. Ik geloof in individuele kracht, bijdrage en reflectie van kunstenaars, creatievelingen en cultuurmakers; als de overheid bijdraagt, mogen we van onszelf verwachten dat wij relevantie en bestaansrecht bewijzen. Als blijkt dat je alleen maar kunt bestaan als kunstenaar of creatief als je volledig gesubsidieerd je werk doet, als je jezelf niet eens wilt inschrijven als zelfstandige en daar naar handelt, dan vind ik dat je of moet stoppen of dat je anderszins inkomen genereert om in je eigen “kunstenaarschap” te voorzien.

Daadkrachtig bestuur

Gemeente: ga met de wereld om u heen in gesprek, kom met heldere kaders en voorwaarden voor de creatieve sector, geef een prikkelende stimulans, bied onder heldere voorwaarden tegemoetkoming in de kosten van onderdak gedurende omschreven perioden, omdat een zetje heel goed kan helpen. Maak een loket waar mensen kunnen aankloppen met cultureel initiatief en waar mensen ook concreet geholpen worden, investeer in ruimten en in initiatieven om kleinschalige maakindustrie, ambacht, vakmanschap en creatieven samen te brengen en breng bedrijven en vastgoedeigenaren samen met creatieven om te kijken wat je wel kunt betekenen. En ja, leg jezelf vooral op om binnen nu en een paar maanden alsnog met een visie te komen op kunst en cultuurbeleid. Dat mogen we toch wel verwachten van een daadkrachtig bestuur dat graag aan de slag is en op resultaat stuurt?

Werrukuh!

Kunstenaars, creatieven en cultuurmakers: we moeten het vooral ook zelf en altijd blijven doen. Of je doet het zelf omdat je daarin gelooft of je doet het (deels, soms en tijdelijk) samen met anderen. Maar onderneem, initieer, maak je werk zichtbaar, toon je kunsten, smeed dwarsverbanden, organiseer coalities, richt corporaties, winkels of samenwerkingen op. Prikkel jezelf, daag elkaar uit en verras jezelf, de wereld en de overheid om je heen met kunstuitingen, geschriften, beelden, muziek, geluid, manifestaties, tentoonstellingen, mini-festivals, video’s, blogs, games en kranten vol gedichten.

Het begint altijd bij jezelf, nooit bij een broedplaats om een broedplaats. Creativiteit komt voort uit jezelf , met tranen en een lach, met blijheid, intens geluk, woede, frustratie en alle andere emotie die er is; het komt er uit als jij het wilt. Op je zolderkamer, in een geleende fabriekshal, op je overloop, in een boot of in een weiland. Soms hier, soms daar. Het vergt van alles en nog wat, maar zo is het leven: het gaat niet vanzelf, je moet er wat voor doen. Het is net werrukkuh.

Ik wens u veel eieren om op te broeden. Met een nest vol, komt er altijd eentje uit. Op een creatief 2019!

Leitmotiv Fryslân: circulaire economie

Marijke Roskam krijgt als nieuwe “chef” van de provinciale Partij van de Arbeid 2 pagina’s in de krant @LC. Het mediaal masseren is gestart, de verkiezingen van maart 2019 zijn begonnen. Mooi zo. Verkiezingen betekent keuzes maken.

Tegenwoordig zijn iedere week wel opiniestukken van provinciale politici te vinden bij de Ingezonden Brieven en op de Opinie/Te Gast- pagina van de Leeuwarder Courant. Kennelijk vinden ze aan de Leeuwarder Tweebaksmarkt dat ze meer moeten zenden of te weinig worden gehoord.  Vorige week was het provinciaal PvdA- fractievoorzitter Remco van Maurik, die een democratische lente aankondigde. Niet het traditionele domein van die partij, maar je moet wat als je al een paar jaar in de touwen hangt en mediatijger Roskam in je nek hijgt. Het treft dat D66 provinciaal ook hijgend langs de zijlijn staat.

Sinterklaas is al geweest

Het zou goed zijn, betoogt Van Maurik dat de Staten in de komende maanden en voor de verkiezingen met instemming van alle partijen een hoofdlijnenakkoord bereiken over wat in de komende vier jaar door de nieuwe Gedeputeerde Staten uitgevoerd moet worden. Daarna volgt een verlanglijstje van de bekende partijpunten. Het moest nog Sinterklaas worden en keuzes maken kunnen politici niet. Angst voor de kiezer die jou toch niet mist.

Marijke Roskam doet hetzelfde. In de gezellige context van een ons-kent-ons-gesprek mag ze als beoogd “chef” (hoezo chef, kent u die benaming?) haar resultatenlijstje benoemen voor de komende jaren. Het Roskam-dictaat aan haar partijkader: Arbeid für Alle. Energietransitie. Veenweidegebied.

Keuzes maken

Volgens mij is er slechts één Leitmotiv denkbaar. Het centrale thema voor op z’n minst de komende acht jaar waar de rest van het provinciale beleid consequent aan getoetst moet worden. Wat de inzet is naar jezelf en naar anderen. Leitmotiv, het wederkerende karakteristieke motief met symbolische betekenis. Het Leitmotiv voor Friesland / Fryslân en inzet van de verkiezingen: circulaire economie.

Durf te kiezen. Zet consequent in op voortdurende verduurzaming op ieder aspect van leven, wonen en werken, van mens en milieu. Niet dogmatisch, niet opgelegd, nee, open, actief, onderzoekend, zelfbewust, gewogen, inhoudelijk getoetst, intrinsiek gemotiveerd. Stappen zetten waar we kunnen, concreet maken. Met dat Leitmotiv kun je elkaar bevragen: hoe doen we het, wat vind jij, doe je mee, kun jij me helpen, wat kunnen we voor elkaar betekenen?1

Ambitieus? Zeker. Het voordeel is dat niemand het zaligmakende antwoord heeft, circulaire economie is nieuw en allesomvattend. Samen krijgt diepgaand en kwetsbaar betekenis, wij, jij en ik. Zonder ambitie naar een circulaire economie is elke andere ambitie vergeeld voor de verf is opgedroogd.

(1964, Bob Dylan) The times, they are a changing

#