Een hek om Nederland, te beginnen bij Friesland

Ik lees in @LC dat het CDA vindt dat wolven hier niet thuishoren. Niet in Nederland, zeker niet in Friesland. Brussel moet de regels aanscherpen, zodat ‘we’ op kunnen treden tegen deze sluipmoordenaar.

Mijn gedachte gaat uit naar een hek om Nederland, te beginnen om Friesland. En mocht er toch een wolf door of onderdoor komen, zetten we hem of haar zonder pardon uit.

WTC (2): het kalf en de put

Als het kalf verdronken is, dempt men de put. Geen hogere wiskunde, wel schering en inslag. De Leeuwarder raad koerst af op een verdronken kalf. Laten we een diepe put graven.

Je voelde het aankomen met de bijna 10.000 extra detailhandelsmeters in het WTC- gebied. De liefde voor Cambuur is allesomvattend, dus nog meer risico’s voor leegstand in Leeuwarden worden gepermitteerd. D66 vindt na 1.000 keer getwitterd te hebben dat “Cambuur” absoluut moet doorgaan, nu plots dat de Aldi toch wel naar de Centrale moet mogen in het kader van eerlijk verdelen. En ja hoor, toen werd Gijs Gemeentebelangen Jacobse in Camminghaburen wakker. Zou dat plannetje van D66 niet leiden tot verdere winkelleegloop in zijn wijk? Hij vindt het nu tijd voor inspraak. Ik noem dat mosterd na de bekende maaltijd. Als het echt gaat om alleen verplaatsing, waarom dan naar deze locatie buiten woonwijken?

Onderbouwing

Het college van wijze mannen en een vrouw heeft alle documenten voor het WTC- instemmingsdebat van morgenavond toegevoegd aan de agenda. Zeker, er is leegstand; zeker, de provinciale bijdrage is nog ongewis; nee, er is kennelijk nog geen overleg geweest met andere gemeenten over nog meer detailhandel in Leeuwarden. En: ik heb ook nog enkel geen argument gelezen voor uitbreiding van het aantal meters detailhandel. Maar toch…laten we het afscheid van wethouder Deinum niet vervelen met negatief gedoe. In Heerenveen staan ze een overdreven grote Van der Valk voor op een slecht gekozen plek, alleen omdat ze vinden dat Heerenveen wel wat minder bescheiden mag doen, dan mogen wij in de hoofdstad toch meer winkelmeters toestaan tegen iedere logica in? Waar halen die supers hun kopers vandaan en hoe zit het straks met nieuwe wijkontwikkelingen? Op een laat moment (vanavond, dinsdag 22 januari) voegt het college het rapport “Ladder van duurzame verstedelijking” toe: belangrijkste conclusie op winkelgebied? De markt – vertelt de ladder- heeft een maximale behoefte van 700 vierkante meter, de toevoeging op het WTC- gebied voorziet in 3.852 meter. Dat is vast duurzaam.

Verkeerscongestie en lege etalages

Ik lees sombere brieven bij de raadsstukken over ‘t WTC, winkelcentrum Zaailand ziet haar einde zonder steun van de gemeente naderen (“…en Cambuur is toch ook een onderneming”?), Jumbo Van Loonstraat begrijpt het niet meer want er zijn al jaren te veel supermarkten, Wijkbelang Westeinde heeft zorgen over de toekomst van haar buurtsupers, Camminghaburen is mistroostig over de Centrale- plannen. In de raad praten ze gemakshalve niet over noodzakelijke winkels in de wijk dichtbij omdat dat menselijkerwijs duurzamer is, omdat het bijvoorbeeld ook onze vergrijzende bevolking (dat zijn wij….) ten goede komt. We hebben besloten dat Cambuur er moet komen en omdat er rapporten liggen die zeggen dat het goed is, is het goed. Maar kan ieder raadslid uitleggen waarom en voor wie het goed is en uitleggen waarom niet breder met andere gemeenten is overlegd en of dit duurzame stadsontwikkeling is?

Laat mensen nog vaker met de auto boodschappen doen in moderne supermarkten verderop, laat werklozen straks participerend vers-boodschappen voor bejaarden doen, doe er nog een Chinese Kruidvat bij voor extra containers rotzooi, laat meer verse waren onder vaak twijfelachtige omstandigheden met nog meer vervoersbeweging door de stad gaan. Voor de binnenstad maken we straks wel een plan en dan komt alles goed, de flow van 2018 hangt als een deken van goedgelovigheid in de raadszaal. We verzuipen straks in verkeerscongestie, verstikken in vervuiling en kijken aan tegen lege etalages. Geen probleem toch? Een kalf meer of minder, ach, een kniesoor… We graven een diepe put en wanneer en waarmee we die gaan dempen weet ik niet. ‘We’ houden toch van Cambuur? Dag Gijs, dag Julie, dag Henk!

Ontwikkeling WTC: belastinggeld financiert leegstand

Het WTC- gebied en het nieuwe Cambuurstadion staan in de schijnwerpers. De gemeenteraad is aan zet: hoe kijkt zij aan tegen de majeure uitbreiding van winkel- en horecaoppervlakte die zo behendig is vervlochten met de bouw van het stadion? Het toverwoord “Cambuur” lijkt een kritische weging van de planontwikkeling in de weg te staan. Toch betalen wij er de rekening voor.

De planologische ontwikkeling van het WTC- gebied is gevoed door de wens van een nieuw Cambuurstadion en komt voor decennia vast te staan. Die wens staat een nuchtere weging tussen maatschappelijk en privaat belang in de weg. Het belang van een nieuw Cambuurstadion is iets heel anders dan gebiedsontwikkeling vol detailhandel, leisure en megahoreca. De projectontwikkelaars voelen het wensdenken voor een nieuw voetbalstadion heel goed aan en weten dat de koppeling van stadion aan hun wensen de kans van slagen voor het geheel vele malen groter maakt. Het is aan de gemeenteraad scherp het onderscheid te blijven maken, want zij -en daarmee de stad- betaalt een deel van de (maatschappelijke) rekening. De noodzaak om duurzamer te denken vraagt om stevige reflectie op de plannen. Want met de kennis van nu, doe je morgen niet meer wat je gisteren misschien nog wel zou doen. ,,De bal ligt op de stip”, zei burgemeester Crone hoopvol in z’n nieuwjaarstoespraak. ,,We hebben een lange aanloop genomen, dus is het tijd de bal in te schieten.” De vraag is wel hoe verwoestend de bal is die de raad geacht wordt in te schieten.

Ik heb eerder mijn twijfels geuit over het nieuwe Cambuurstadion, maar de tijd maakt verzet zinloos. Het Cambuurhart van een deel van Leeuwarden en de intensiteit van de Leeuwarder politiek om dat geel- blauwe hart te behagen, is zo groot dat een goed gesprek over nut, noodzaak en wenselijkheid van een nieuw stadion op een andere locatie dan de huidige, verleden tijd is. Een nieuw voetbalstadion bouwen is echter iets anders dan met inzet van miljoenen belastinggeld de stad op te zadelen met duizenden meters overbodige winkel- en horecaruimte.

Bouwen voor de leegstand

We weten dat voor Fryslân een verdere daling van het inwoneraantal is voorzien, ook al groeit studentenstad Leeuwarden nog even. Het gemiddelde inkomensniveau ligt in heel Fryslân onder het landelijk gemiddelde en dat cijfer is met 12 tot 14 procentpunten het meest negatief in dit deel van de provincie, het gebied inclusief Leeuwarden; het in de afgelopen jaren al fors toegenomen winkelmeters veroorzaakt meer en meer leegstand en afstemming tussen gemeenten over de invulling van de “retail” in de provincie is noodzakelijk. (Uit: Koopstromenonderzoek provincie Fryslân 2017. ) Dat zijn interessante gegevens op het moment dat de lokale overheid Leeuwarden met beoogde geldelijke steun van provincie Fryslân investeert in de combinatie van voetbalstadion met detailhandel.

Gemeente faciliteert kannibalisme

Leeuwarden geldt als koopstad van Fryslân vanuit een traditionele detailhandelsvisie. In de toekomst van de retail gaat het echter over verdere afname van het totaal aantal vierkante meters, over meer diversiteit en verschuiving, meer beleving en mengvormen, over verdere schaalvergroting en vooral over de effecten van technologische ontwikkeling, online koopgedrag en gevolgen zoals toenemende 24- uurs distributie. In het Koopstromenonderzoek en in veel andere retailvisies, is een ding heel duidelijk: er zijn al jaren te veel meters winkeloppervlak en iedere uitbreiding gaat ten koste van het bestaande. Bij het WTC komt meer dan 20.000 vierkante meter extra winkelruimte. Dat gaat ten koste van winkelruimte elders in de (binnen)stad. Dat betekent dat de gemeente bouwen voor de leegstand faciliteert.

Voor de voorziene meters mega- horeca op het WTC geldt hetzelfde: de grenzen aan de groei zijn bereikt, dus wat wil je als gemeente mogelijk maken? LF2018 was een eenmalig groots feest in economisch en dus ook horeca- opzicht. Nieuwe, grote horecazaken aan de rand van de (binnen)stad, zullen echter kannibaliserend werken, omdat het aantal mensen dat er komt, nu niet bepaald toeneemt, eerder af. Faciliteert de gemeente dat omdat “we” een nieuw Cambuurstadion willen; wat heeft het een met het ander te maken? De projectontwikkelaars hebben het al vaker gezegd in dit dossier: het één kan niet zonder het ander en gaat het één niet door, komt er geen stadion van Cambuur. Dat is slechts hun wens, want maatschappelijk zijn die winkelmeters onwenselijk en is het heel ongezond te sturen op de angst dat “we” anders geen nieuw stadion “krijgen.” Dat mag jij dan als volksvertegenwoordiger uitleggen, lijken ze te willen zeggen.

Raadsleden hebben verantwoordelijkheid

Duurzaamheid en circulaire economie zijn begrippen die je zelden leest in beleid over detailhandel of hoort in de retailbranche. In Leeuwarden gebruikt het college die woorden als het haar uitkomt, maar in planologie en retail- ontwikkeling zie ik het nog niet terug. Vreemd voor een stad die zegt zoveel duurzame ambities te hebben. Tegelijk ook niet vreemd, want detailhandel en retail in brede zin, zijn bij uitstek exponenten gebleken van economische groei: het dogma van kopen, kopen en nog meer, nog vaker, sneller en goedkoper kopen. Zoals ik vorige week schreef in mijn #container-blog: het kan, dus het moet.

Raadsleden zijn behalve mede- beleidsmakers ook consumenten en hebben dus een stevige verantwoordelijkheid. Wat maken zij mogelijk met die extra vierkante meters winkelruimte en horeca, of, wat verwoesten ze? Voor wie doen ze dat? Hoe sociaal- economisch duurzaam is dit voor de stad, haar inwoners, bestaande bedrijven, hun personeel en ons leefmilieu?

Duurzaam ontwikkelen

Er kunnen nog veel vragen worden gesteld bij de ontwikkeling van het WTC winkelgebied. Hoeveel ruimte en hoeveel belastinggeld wil de gemeenteraad van Leeuwarden bieden aan niet-duurzame en kannibaliserende winkel- en horecameters? Is er zoals in 2017 in het Koopstromenonderzoek van provincie Fryslân duidelijk geadviseerd, overleg geweest inzake detailhandel ontwikkeling met andere gemeenten en wat zijn de uitkomsten? Hoe graag faciliteert de gemeenteraad veel meer extra autoverkeer met alle overlast voor de omgeving? Hoe graag wil je meewerken om een deel van de binnenstad die je met z’n allen zo bejubelt, gestaag af te breken met behulp van belastinggeld? Hoeveel zijn alle andere bouwmarkten, meubel, woninginrichtingszaken en wijkwinkels je waard? Wie zet onder al die overbodige vierkante retail, bioscoop en megahorecameters met gevoel en urgentie voor deze tijd van klimaatdenken, duurzame ontwikkeling en gezond financieel beleid zijn of haar handtekening? Het argument dat de tijd voor Cambuur dringt is ongezond. Het stuurt op angst in plaats van rationele overwegingen voor een duurzame stad.

De wens voor een nieuw Cambuurstadion mag niet als argument gebruikt worden om het WTC- gebied in de voorgenomen richting te ontwikkelen. Deze ontwikkeling is financieel en maatschappelijk kostbaar: miljoenen van de stad gaan straks ten koste van onze (binnen)stad, van onze leefomgeving en een meer duurzame toekomst. Met de kennis van nu en de snel toenemende relevantie van duurzamer denken, moet het plan ten aanzien van de vele meters extra commerciële ruimte serieus worden heroverwogen. Want wat goed is voor de portemonnee van vastgoed- en projectontwikkelaars, is niet automatisch goed voor Leeuwarden.

Die container zijn we zelf

Losgeslagen, ronddrijvende, zinkende en aanspoelende containers vol fossiele bende op het strand, boze burgemeesters versus het belang van fossielvuilspuitende containerschepen. 270 overboord geslagen stalen dozen vol spulletjes spiegelen wat we doen en niet wensen te laten. Maar ik ben toch niet gek? Wad jij?!

De nog ingehouden boosheid van Bert Wassink, burgervader van Skylge over containerschip MSC Zoe. “(…) …geregistreerd in Panama, een hoofdkantoor in Zwitserland.” Je voelt z’n onmacht over een wereldwijd containerspel dat onder en vooral ook torenhoog bovendeks gespeeld wordt, windkracht negen of niet. Gezekerd of niet, we weten het niet, want zelfs de berichten daarover zijn twijfelachtig: het zou simpelweg te lang duren om alle containers te zekeren, langer dan een dergelijk schip in de haven ligt. Negentienduizend containers per scheepslading, nu raakten er 270 overboord. Percentagewijs bijna niets, maar het is hommeles op de Waddeneilanden. De verzekeraar mag dan daags na de ramp al op Skylge staan, maar als ik Aponte was, CEO van containervervoerder MSC, had ik zelf ook iemand gestuurd. Even aftikken via de verzekeraar is te makkelijk en toont geen verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij de omgeving waar je onherstelbare schade aanricht; de tijden zijn veranderd. Je hoort het aan Skylge’s Bert Wassink en Ineke van Gent van Schier. De risico’s voor schepen in de Duitse Bocht zijn bekend, al jaren. Nu wordt het Wad een dingetje. En terecht: het is al jaren werelderfgoed.

Nutteloze relikwieën

Negentienduizend containers per MSC Zoe x zoveel keren per jaar spiegelen wat we doen. Dat is er één, één van de vele containerschepen die langs de Wadden scheert. Containers vol nog grotere en uiteraard veel betere televisieschermen en andere hebbedingespulletjes op weg van de fabrikant in China naar de Mediamarkt of andere schreeuwende aanbieders van de nieuwste technologie die wij niet willen missen. Kostbare en tegelijk veelal nutteloze relikwieën van een weinig duurzaam leven: iedere nieuwe ‘hype’ prikkelt ons consumerende brein. Kunnen kopen betekent willen hebben. Niet de vraag of het nuttig is of noodzakelijk, nee: het kan, dus het moet, vrij naar Descartes.

Los van de hoeveelheid fossiele stoffen om alleen al die elektronica en plastic spulletjes van te maken, van al bijna uitgeputte grondstoffen, van eindeloze hoeveelheden fossiel verpakkingsmateriaal voor het in de winkel ligt en bij u thuis staat, de MSC Zoe kan de vaart er in houden ten koste van een ontstellende megalomane milieuvervuiling. De 20 grootste schepen ter wereld, waarvan de MCS Zoe en z’n zusterschepen de lijst aanvoeren, stoten meer uit dan honderden miljoenen auto’s. Ik begrijp die ingehouden woede en onmacht van Bert Wassink wel. Alle hulp en begrip van iedereen om je heen als het mis gaat, maar je vreest de volgende ramp voor je klaar bent met deze. En na het ruimen, resteert het onzichtbare, de missende containers en hun inhoud, de ernstig vervuilde zeebodem, het verrotte zeeleven aan de stranden, de miljoenen kunststofkorreltjes die hun weg of plekje in de natuur al weer hebben gevonden, de plastic korreltjes etende vissen, de stalen containers onder water in de netten van de plastic vissende vissers…

Ik zie Lutz Jacobi hollend vanaf de Friese zeedijk bij Moddergat het wadwaterendslik in baggeren met de broekspijpen opgestroopt omdat ze de rubberen kaplaarzen in haar onmacht bij de auto vergat, de handen ten hemel heffend bij het aanschouwen van rondvliegend polystyreen, de linkervuist als altijd strijdbaar gebald. Nog geen jaar in dienst als directeur van de Waddenvereniging, nu dit. Dus wat, Waddenkoningin, wad nu? Is Lutz al naar Rottum en Rottumerplaat gespoed om daar de schade op te nemen, bij gebrek aan een burgemeester op die geweldig belangrijke natuur-zandplaten?

Confronterend

De indringende beelden gemaakt door de boven het schip hangende Kustwacht van de 395 meter lange MSC Zoe die op het Journaal worden getoond, brengen de omvang en onmacht van al die gestapelde containers, haarscherp in de huiskamer. Dat vind ik het mooie aan nu, je bent er bij, je wordt deel van het geheel, het is confronterend. Dit zijn jouw en mijn containers, daar gaan onze spulletjes!!

Werelderfgoed Waddenzee, ik benijd je niet. Je moet opboksen tegen de voortdenderende economische, maar aardbol en klimaat vervuilende groei en bestuurlijke onmacht van landen en werelddelen. De ingehouden woede en duurzaam gebalde vuistjes van Bert en Ineke ten spijt; ook Albert de Hoop, voorheen burgervader van Ameland, kaartte het probleem al meer dan 10 jaar geleden nationaal en internationaal aan en zag initiatieven stranden.

Spagaat

Diep van binnen, echt diep van binnen, hoop ik dat jullie vuistjes snel indringende mokerslagen worden, dat social media straks uitpuilen van de opgekropte consumentenemoties tegen zoveel zinloze vervuiling, onnodige verspilling, fossiele vuilspuiterij en dat MSC en concurrent Maersk (je moet wel eerlijk blijven toch?) zich beraden op hun posities die verankerd liggen in volumes en voortdurende kostenbesparingen, omdat zo het systeem nu eenmaal werkt en wij verslaafd zijn aan ‘scherpe’ prijzen. ….Die spagaat tussen bedrijfs- en handelsbelangen en emoties om bestaansrecht, koopgedrag en veranderingsbereidheid, echt, het gaat er van komen. Wanneer laat iedere consument zijn adagium “ik kan er niets aan doen” eindelijk los en gaan we nadenken over fundamenteel veranderen?

Beste Bert en Ineke, ik hoop dat we iets, heel ietsje, leren van dit containerdrama boven jullie Wad waar wij met z’n allen zo graag vertoeven. Dat we iets minder gaan consumeren of op z’n minst anders gaan denken, dat we nadenken over nut en noodzaak voor we on- en offline kopen. Want om het met de Mediamarkt te zeggen: Ik ben toch niet gek? Nou dan! Het Wad is ook jouw en mijn Wad en die container, eerlijk is eerlijk, die container dat zijn we zelf.

Noblesse oblige.

“Grut tinke en lyts dwaan”

In de LC vanochtend een stukje over de eerste toespraak van burgemeester @Jannewietske de Vries.

Mooie gedachten sprak ze uit hoor, inspirerend. We hebben oplossingen zei ze. Met de woorden “Grut tinke en lyts dwaan” haalde ze tal van voorbeelden aan in haar gemeente, die mee kunnen helpen de “ellende in de wereld” te verslaan.

Wat de burgemeester niet zei en de LC helaas niet meldt, is dat die inspirerend mooie woorden wel heel erg actueel geworden zijn door Herman Tjeenk Willink, die kort gelden een hoopvolle oproep publiceerde onder de titel “Groter denken, Kleiner doen” om mee te doen in het redden van de democratische rechtstaat.

En het oud Raad van State-lid was ook weer niet de eerste, want onder de titel Groot denken, klein doen, publiceerde Jaqueline Fackeldey al in maart 2012 een boek over het serieus nemen van de klant…

Ere wie ere toekomst. Het is moeilijk origineel te zijn en hoeft ook niet altijd, want je mag gebruikmaken van elkaars creativiteit. Maar niet benoemen waar iets vandaan komt, is best lullig in deze transparante wereld.