Het bestaansrecht van Leeuwarder broedplaatsen

De nalatenschap van Culturele Hoofdstad 2018 bestaat in Leeuwarden niet uit een veelvoud aan succesvolle creatieve broedplaatsen. Daarvoor kijken creatieven kunstenaars te weinig naar hun bestaansrecht. Leunen op de overheid is niet creatief.

Om de paar weken popt er een bijdrage op over het belang van creatieve broedplaatsen. Wethouder der Broedplaatsen Hilde Tjeerdema broedde pal voor Kerst iets uit over #broedplaatsen en Pieter de Groot meent daarop in de LC dat de gemeente te traag is met beleid, te karig is met slechts het aanstellen van een paar “aanjagers” en dat “de kunstenaars” meer is beloofd in de voorbije jaren. Wat er dan beloofd is, weet ik niet, maar het heeft iets met faciliteren van doen. Dat leest altijd heel actief en je kunt er alle kanten mee op. Maar dat was in elk geval nog voor Culturele Hoofdstad, voor dit college aantrad en ruim voor het financieel besef en de pijn van het ontwrichte sociale domein was doorgedrongen.

Wentelen in luxe

Culturele Hoofdstad – een overheidsinitiatief- was een enorme culturele en economische katalysator, ook in het aantrekken van creatieven. Dat jaar is nu voorbij, en dus moeten we niet achterom maar vooruit kijken. Een deel van die aangespoelde creatieven is naar een andere in hun ogen kansrijke plek vertrokken, anderen hangen nog aan het overheidsinfuus en weer anderen lijken zich nog even te wentelen in de luxe die ze door en tijdens LF2018 ten deel is gevallen.

Dat broedplaatsen eerder een goede relatie met gratis geld hadden van overheidszijde, kan als iets van toen en van voorbij worden beschouwd. Het is niet goed, want gratis geld prikkelt niet, stimuleert slechts berusting in tijdelijk comfort en wordt na verloop van tijd een slechte gewoonte. Ik geloof er niet in: als we overheidsgeld inzetten moet het naar mijn opvatting een verifieerbaar maatschappelijk doel dienen en moet het in in elk geval deels terugkeren in de overheidskas om ook anderen in staat te stellen de aanzet te maken dat hogere doel te bereiken. Inderdaad, dat vereist voor de ontvanger behalve een droom of overtuiging ook realisme en ondernemerszin. Laat je die voorwaarden weg, dan gebeurt meestal wat we juist niet willen: ‘we’ constateren dat het geld kost dat we niet kunnen of langer willen verantwoorden en snijden de subsidie bij de wortels af.

Onze inzet

Een gemeente mag en moet zelfs voor mij belastinggeld uitgeven om cultuur te stimuleren, want ik geloof in de toevoegende waarde daarvan voor mens en maatschappij. Het vergt van het bestuur vooral een heldere kijk, een visie op de rol van kunst en cultuur en van concrete kaders. Zo’n visie vergt echter veel meer dan een notitie over #broedplaatsen, zeker nu de Grote Impuls van 2018 ten einde is; het schijnt dat er een bestuurlijke club onder de noemer van Agenda 2028 aan het brainstormen is, maar die storm is nog niet uitgewoed, laat staan uitgebroed. Maar nu het over broedplaatsen gaat, kan ik me voorstellen dat de gemeente “faciliteren” eerst en vooral verheldert.

De andere kant: onze inzet. Ik geloof in individuele kracht, bijdrage en reflectie van kunstenaars, creatievelingen en cultuurmakers; als de overheid bijdraagt, mogen we van onszelf verwachten dat wij relevantie en bestaansrecht bewijzen. Als blijkt dat je alleen maar kunt bestaan als kunstenaar of creatief als je volledig gesubsidieerd je werk doet, als je jezelf niet eens wilt inschrijven als zelfstandige en daar naar handelt, dan vind ik dat je of moet stoppen of dat je anderszins inkomen genereert om in je eigen “kunstenaarschap” te voorzien.

Daadkrachtig bestuur

Gemeente: ga met de wereld om u heen in gesprek, kom met heldere kaders en voorwaarden voor de creatieve sector, geef een prikkelende stimulans, bied onder heldere voorwaarden tegemoetkoming in de kosten van onderdak gedurende omschreven perioden, omdat een zetje heel goed kan helpen. Maak een loket waar mensen kunnen aankloppen met cultureel initiatief en waar mensen ook concreet geholpen worden, investeer in ruimten en in initiatieven om kleinschalige maakindustrie, ambacht, vakmanschap en creatieven samen te brengen en breng bedrijven en vastgoedeigenaren samen met creatieven om te kijken wat je wel kunt betekenen. En ja, leg jezelf vooral op om binnen nu en een paar maanden alsnog met een visie te komen op kunst en cultuurbeleid. Dat mogen we toch wel verwachten van een daadkrachtig bestuur dat graag aan de slag is en op resultaat stuurt?

Werrukuh!

Kunstenaars, creatieven en cultuurmakers: we moeten het vooral ook zelf en altijd blijven doen. Of je doet het zelf omdat je daarin gelooft of je doet het (deels, soms en tijdelijk) samen met anderen. Maar onderneem, initieer, maak je werk zichtbaar, toon je kunsten, smeed dwarsverbanden, organiseer coalities, richt corporaties, winkels of samenwerkingen op. Prikkel jezelf, daag elkaar uit en verras jezelf, de wereld en de overheid om je heen met kunstuitingen, geschriften, beelden, muziek, geluid, manifestaties, tentoonstellingen, mini-festivals, video’s, blogs, games en kranten vol gedichten.

Het begint altijd bij jezelf, nooit bij een broedplaats om een broedplaats. Creativiteit komt voort uit jezelf , met tranen en een lach, met blijheid, intens geluk, woede, frustratie en alle andere emotie die er is; het komt er uit als jij het wilt. Op je zolderkamer, in een geleende fabriekshal, op je overloop, in een boot of in een weiland. Soms hier, soms daar. Het vergt van alles en nog wat, maar zo is het leven: het gaat niet vanzelf, je moet er wat voor doen. Het is net werrukkuh.

Ik wens u veel eieren om op te broeden. Met een nest vol, komt er altijd eentje uit. Op een creatief 2019!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.