2018: Gemeente Leeuwarden zet kunstenaars op straat

Leeuwarden beëindigt per eind april een succesvol kleinschalig cultureel mienskipsinitiatief. Kunstenaars moeten uit het Brugwachtershuisje op de Beursbrug. Culturele Hoofdstad is dood, leve de cultuur. Een bittere toost op nalatenschap.

De verbinding tussen ambtenaren en burgers is bedroevend en in tegenspraak met de College- programmatekst “De Kracht van Samen”  met als ondertitel Bouwen aan een sociaal, vernieuwend en duurzaam Leeuwarden. Vier jaar geleden bleef na krachtig protest het Brugwachtershuisje op de Beurs-of Wirdumerpoortsbrug als Kunsthuisje voor kunst en cultuur behouden. Er kwam overleg met de afdeling Vastgoed, er werden afspraken gemaakt, onder andere over het niet-commerciële karakter en de blijvende brugwachtersfunctie. Het Brugwachtershuisje werd een charmante exporuimte voor een toenemend aantal kunstenaars, die ieder een maand lang mogen exposeren, vrijwillig gecoordineerd door Leeuwarder kunstenares en docente Marien Buijs. En zeker voor het hele jaar 2018, het Culturele Jaar van Leeuwarden, staan kunstenaars popelend in de rij. Een mooi mienskipsinitiatief zonder kosten en veel aandacht en waardering.

Kunst tijdens @LF2018 ingeruild voor kapsalon

Nou, die kunstenaars kunnen mooi thuisblijven! Voortvarend hebben ambtenaren de stekker uit het succesvolle initiatief getrokken, de kunstenaars staan zonder pardon op straat. Waarom? Omdat er een heel leuk maar al jaren oud commercieel initiatief is: een kapsalon onder de titel “Kleinste Kapsalon van Nederland’. Zie de Leeuwarder Courant uit december 2015. Verdringing van de kunst door een reeds bestaande kapsalon die met een oud idee graag voor weinig op een A-locatie wil zitten. “Dat kan allemaal zo zijn, maar nu is iemand anders aan de beurt..” zo luidde het antwoord van de ‘Projectleider Binnenstedelijke Projecten’ op vragen van onze kant waarom toch deze ongekunstelde huisuitzetting. Argumenteren is ook een vak.

Armoe troef

De armlastigheid van het Leeuwarder College is zo nijpend, dat een paar euro’s belangrijker zijn dan kunst; helemaal wrang omdat de uitbaters van het Kunsthuisje destijds echt moesten beloven dat van geldelijke vergoedingen geen sprake kon zijn…. Kortzichtigheid en armoe troef dus en als dat de visie weerspiegelt van onze wethouders kunnen we elke vorm van nalatenschap van Culturele Hoofdstad, zo u wilt legacy, op onze blote buik schrijven. Volgens mij barst het van de kappers en kapperszaken in Leeuwarden, maar nee “zo zien wij het niet, want hiermee levert het ook een netwerkfunctie en een poortwachtersfunctie naar bezoekers van Culturele Hoofdstad”. Tja. Zou dat misschien de invulling van sociaal zijn?

Omdat ik nauwelijks kan geloven dat er achter deze ambtelijke treurigheid en desinteresse de rechte rug van een visionair wethouder staat, heb ik het standpunt van het College opgevraagd. Dat antwoordt bij monde van haar Persvoorlichting als volgt: ‘Wij denken dat het nieuwe initiatief  meer dynamiek in de omgeving kan geven terwijl het huidige gebruik meer statisch is. Deze nieuwe invulling is tijdelijk voor de duur van 1 jaar.’ Dynamiek schijnt het nieuwe toverwoord, de kapper zit straks swingend en zwetend op ‘n hometrainer haar clientèle te knippen.

Groots en meeslepend

Soms bekruipt me het gevoel dat het zeker in dit Culturele Jaar vooral groots en meeslepend moet zijn. Dat je geweldig bent als je in The New York Times wordt genoemd of dankzij goede marketing in Duitse bladen verschijnt. Dat bestuurders en politici handenwrijvend hun Twitterkanaal volblazen als hun stad weer eens een zorgvuldig geregisseerde publieksverkiezing op internet prijs wint. Dat als je plots verschijnt op lijstjes en de gezamenlijke marketingorganisatie zich dan op de borst trommelt omdat ze ‘het’ daarvoor doen. Nee, het Kunsthuisje op de Beursbrug vindt u daar niet in terug, niet alle cultuur en kunst is overgoten met gesubsidieerde recordbedragen. Geef mij een miljoen en ik maak het Kunsthuisje op de brug ook groots en meeslepend….Of doe ik dan de kunstenaars en vooral onszelf te kort en rek ik het dan op tot iets dat niet zo is? Inderdaad, ook kunst en cultuur bestaan bij de gratie van diversiteit.

Proces had zorgvuldiger gekund…

Welkom in LF2018, Culturele Hoofdstad van Nederland. Kappers gaan in ons Culturele Hoofdstadjaar voor de kunst, ook al is op elke straathoek winkelruimte te huur en struikel je over de kappersgereedschappen. Teleurstellend en mismoedigmakend is het onbehouwen onfatsoen in dit ‘proces’. Ambtenaren die de stekker uit een goedlopend project trekken, zonder vooraf een gesprek aan te gaan. Pas na zwaar protest, staan ze een onderhoud toe en gaan ze als het heftig wordt ‘intern nadenken’ en doe je wat de gesprekspartners al tijdens het eerste gesprek weten: het besluit zet je gewoon door, zelfs de Afdeling Cultuur aan het Oldehoofsterkerkhof heeft beteuterd het nakijken. Het woord dynamiek zoals door het College omschreven, hebben we in dat gesprek niet gehoord.

Was het Kunsthuisje maar een kudde grote grazers

De ambtelijke dooddoener uit het gesprek wil ik u niet onthouden “…ik ben het met u eens, het proces had zorgvuldiger gekund.” Met ogen open onzinnigheid en ongeïnteresseerdheid rechtlullen blijkt een competentie van aanstormende ambtenaren die geen inhoudelijke antwoorden hebben en dan maar dit versleten cursus-excuus-zinnetje oplepelen. Bah. Een jaren vijftig-houding van ‘wij weten wat goed is voor de stad’. Was het Kunsthuisje maar een kudde uitgemergelde grote grazers in de Oostvaardersplassen, dan zouden zeker meer mensen op de emotionele barricade staan, denk ik terwijl ik dit schrijf.

Dromen van de Kracht van Samen

Menigeen die met enthousiasme en op vrijwillige basis initiatieven in de stad ontplooit, gooit als het zo doorgaat het bijltje er bij neer. We krijgen de nalatenschap die we onszelf wensen, want tegen visieloosheid en onfatsoen is geen kruit gewassen. Ik hoop dat ambtenaren van de gemeente zelf ook een keer De Kracht van Samen gaan lezen en zich afvragen in welke mate zij wel kunnen bijdragen. Tegelijk besef ik dat het hun politieke bazen op het pluche zijn, die dergelijke oprispingen rechtvaardigen. Of worden ze deze keer tegengehouden door de gemeenteraad? Dat brengt dan nog enige dynamiek in de zaak…

Dromen mag toch? Zonder dromen geen kunst, geen cultuur, geen verbinding, geen nalatenschap en geen betrokken bewoners in de stad meer. Maar wat zei Marco Borsato ook al weer over dromen?

 

 

 

 

Een gedachte over “2018: Gemeente Leeuwarden zet kunstenaars op straat

  1. Albert Schaafsma schreef:

    Je loopt lekker leeg, Niek. Ik mag die – terechte – boosheid wel zien en lezen. Jammer dat de schilders en beeldende kunstenaars in Leeuwarden niet zo (re)actionair zijn als de dichters en schrijvers van Fryslân die, begiftigd met het woord, dit jaar elke gelegenheid aangrijpen om via It lân fan Taal en de (sociale, gedrukte en ether-) media de trom te roeren en aandacht te vragen, nee te eisen, voor hun onmisbare aandeel in Friese cultuur. Zonder onze beeldende, schrijvende, musicerende en andere kunstenaars zou Leeuwarden/Fryslân er naakt en troosteloos bij liggen. Een brugwachtershuisje kan het verschil al maken. Maar de ambtenaren, pennywise maar poundfoolish, dronken een glas, piesten een Oostvaardersplas en snapten niet wat er loos was…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.